rOT ROTTERDAM

I N L E Y D I N G

TOT DE HOOGE SCHOOLE DER

SCHILDERKONST:

Anders de

ZiCHTBAERE WerELT.

Verdeelt in negen Leerwinkels ^ yderbejttert door eene der

ZANGGODINNEN.

Ten hoogden noodzakelijk, tot onderwijs, voor alle die deezc edele, vrye, en hooge Konft oefFenen , of met y ver zoe- ken te leeren, of anders eenigzins beminnen.

Befihreven door

S AMÜEL VAN HOOGSTRAETEN.

Tot ROTTERDAM.

By Franfots vm Hoogïlraeteny Boekverkoopcr^

M. DG. LXXVIII.

OP DE TYTELPRINT.

\JE Schilderleerlingftaet hier in de Tytelprint , Omringt vant negental der fchrandr e Konflgodinnen :

Euterp hem wakker heyt aenjlaep en hielen bind', ^olymnia bedeelt opmerklijk te beginnen :

En Klio wij ft hem 'tfchoonft der Zichtbre Werelt aen Terwijl hem Er at o met wapens heeft omvangen :

Thaleye blaefl hem in ordentlijk 'voort tegaen , ^aer hem Melpomen licht in gloryrijke gangen :

't Gekroont T enfeel ontfangt hy van Terpjichore ) Om nae den Talmt ak van KalUope teflreeven :

ürania bereyt hem Lauwren » om daer mee BekranfiinFamaeshofonfterfeltjkteleeven*

1969

DAVACO PUBLISHERS

Holland

THE GhTn' CEMTER

OPDRACHT

t^en de Edele i Geflrenge ^ en Grootachtbare He er en ^ mijn HEER EN,

De Heer KORNELIS POMPE van MEER- DERVOORT 5 Ridder : Heer e van Henrik-iden-en Schildmans-Kinderen- Ambachten-i enz: Schout der Stadt "Dordrecht :

DeHeer MATHEUS vanden bROECK, Treji- dent Burgemeefler :

De Heer ADRIAEN van BLYENBURG: Rid- der : Heer e van Naeldivyk :

DeHeer POMPEJUS BERK, Vryheer van God- fchalk-oord :

DeHeer PIETER BRANDWYK. van BLOKLAND:

Tegenwoordig Regeerende Burgemeejieren : Mitsgaders

de Oud-Raeden of Vroed fchappen van onze Stadt ,

en de goede Luiden van den Achten.

Elijk de vruchten van een welbeplanten hof,

En'c weelig aerdgewas, den Landheer toebehooren,

Schoon zy door keur van aert, en ongeHjke ftof, Niet even aengenaem de tong en *t oog bekooren : Want d*eene is zerp of zuur j en dient gezoet,gezult , De wrange Quee vereyfcht de koften van de keucken ,

Zoo doet alt Winter-ooft : noch heefrmen al geduJt , Menfnoept de Mifpel niet , of laerfe eerft leggen meuken:

Maerdaerenteegenfchijntdemildeen rijpe Kers, De Pers 5 end* Abrikoos, enjongenoudtenooden :

De voedzaeme Appel , en de Suikerpeer , noch vers En goudgeel , tart Ambroos en Nektar van de Goden :

Ik zwijg van Vijgen Pruim, van Moerbey , van Miloen , Granaet , en al't fieraet der overbergfche hoven ,

Van Chine-oranje , van de fappige Sitroen , En van de rijpe Druif, die 't alles gaet te boven.

* 2 Zoo

OPDRACHT.

Zoo , zeg ik , als dit al den Landheer eygen heet, Zoo hoort al 't Pennevverk , in wel beftierde fteeden ,

Aen d'Opperoverheit der zelve : fchoon men weet Dat Pen en Pen verfchilt , na ftofFen dieze ontleden.

Want d*eene Pennevrugt is dienftig voor 't gemoedt : Een ander om den gee il in konften op te wekken :

Een ander tot gerief van*t lichaem : geen is goedt Ten zy ze nut geeft , en tot vordering kan ftrekken.

Ik dit bedenkende , toen ik mijn Hooge fchool Had opgezet , om na mij n macht de Konft t'ontvouwen ,

Vond my verplicht , om aen ons Dordrechts kapitool , Dat 's aen uwe Achtbaerheen , dit Penwerk te betrouwen :

Dewijl't £Teplukt is in den trans van uw gebiedt : En noch te meer , om dat gy hooft voor hooft om't befte

De Konft begunftigt. Wel , al is't zoo fmaeklij k niet , Zoo geef dit Penooft maer een plaetsje by de lefte :

Om voor het ongediert , voor vorft en winterweer , Bewaert te zijn ; ik zeg niet voor het nijdig knijpen

Der Laftertongen : want ik acht het geen oneer Gelaekt te zij n , maer tracht al rottende te rij pen.

^eze tnyne fchuldtge plicht dan af gekit hebbende ruft ik , en blijve Edele Geftrengeen Groot - achtbaere Heer en

In Dordrecht, dezen *t i^ i J r%'

I Macrt 1578. Uw Onderdanige Uienaer

S. y, HOOGSTRAETEN.

Op

OOGSTRAETE S.DiE T PENSEEL \tFXKlSSVL.T ME. I DE P£N, W?LDAT2\WV:^.OERL\?VD H£>f DU5 XXFR T LEE\ EV KEV , Min I\ ZVN beeld, a\N K0N<ST0PL0L TRE KEtDENS^ GRONDEL,

GeP^OE^ITI^ Ces\P.5^^//0E te RcOME.EN BÏNMIV Lo\T>E>/ .

f.OiMiaan.-

Op de

RYM-EN SCHILDERKONST

van

Sr. S. V. Hoogfiraten.

DE Griekfche Lier gehecht aen V oudpenfeel Her plant ons Eeuw op T^or dr echts vreucht Toneel : Terwijl zijn Rol hier Sam* wel dubbel fpeelt \ Wat is *er dat zijn handofbreyn 'V er-v eelt ?

J. V. Somerc n Camera bipartitdi afecretis, MAKAPITHx,

Aen de Heer Samuel van Hoogstraten op zyn Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilder konji.

A Ls men eertijts pleeg te zoeken , -^^ Negen Sufters , negen Boeken , Uyt een breyn-verniifce fchooc. Waren 't die van Herodoot. Maer nu moet het anders wefèn , Negen zijn 'er nu gerefen , Uyt de Geeft van u verftand , En door u beroemde hand. Dies wil ik den Griek met *t fchrij ven , Laten by zijn Oudheyd blijven , En hier zeggen op dit pas , Dat hy d* Eer van Grieken was. Maer u die u Stad verpligten : Door *t Paneel en u gedichten , Sal ik geven voor het mijn , Dat gy zult Apelles zijn. Of zoo gy wilt hoger huyfen , En vertrekken by de Mufen , Dochters van den Helicon , Gy daer wezen zult de Son.

C. van SOMEREN.

*

Op

Op de Beeltenis van de Heer Samuelvan HoogHraten , in zijn Hooge Schoole der Schilderkonft.

NkXMxar genegen om kaar zelve te verbeelden , Verkoos daer toe 't Tenceel van Remedie Ferdinand In diepe bezigheydvan Staten noit verveelde :

En roemde dus de kragt vant hoog-begaefd v erfland : Apelles ik wel eer om zyn vernuft beminde ,

En Orpheus trof mijn hart door zijn volmaekt gedigt , Maer ziet Hem , voaer in wy te zamen zijn te vinden j IVat prijs ik meer ? de Zon behoeft geen fakkelligt.

Jacob van Someren, J.Ctus, Op de Beeltenis van S. v. H.

DEesfchaduwe verbeelt Hoogftraetens aengezicht j Hy dicht in Schïldery , enfihildert in zijn dicht.

B.T.V.

Op d' Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilderkonft door S. V. Hoogftraaten.

IN d' oog verlokbr'e beemd der Schilderkonft te weyde } Geef Ariadnes draad ons 'c veylige geleyde j Of anders loopenwe , in de dwerling (dat 's gewis .' ) Van zoo veel kronkelpaan , de rechte doorgang mis : Held Thefeus, op zijn moed, ter Doolhofingelaten, Ontzag geen Stierenkind ^ maar 't log van 700 veel gaten , Dat ftaag den weg , in 't gaan , hem breydelende kruyft ; Het norffe bul-gedrocht verwon hy voordevuyft, Maar eerft: behoefd' hy 't fnoer aen d' ingang vaft te maken > Om langs dat kluwe weer geveyligt vry te raken ,

Die Doolhof, dat Gevaarte, enonuytvind'lijkheyd> Wanneer de weg ons hier, endaar, en derwaarts leyd , Gelijkt de Schilderkonft , met haar vernuft en vonden j Een losheyd , uyt zijn grond geheel aan een gebonden j Een vaftheyd, van zijn loffe ontbinding door gefneen j Een kluchtig veelderley , een mengel-ftrijdig een : Of zouw zich in dat Woud geen monfter vinden laten , Van qualijk t' faamge voegde of fchrikfe ledematen ,

Meer

Meer dan een Stierenkind , of Halfmanosgedrocht f Wat of dan in zijn droom de Lierman rev'len mocht, Pie in de Dichtkonft zoekt zijn Leerling te onderwijzen : jewis hy vondt 'er een ; maar kon die vond niet prijzen : Want alhoewel hy 't al den Schilders , en de ry , Van zijne Dichters fchijnt te laten los en vry , Dat 's echter onder 't fnoer van deze voorbepaling , Dat hen die vryheyd niet vervoer tot zulk een dwaling. Daar 't wrange en 't mollige zich t'famen voegen, daar De Slang met Voog'len , 't Lam zich met den Tijger paar'.

Nu luyfter na 't bericht > het voorbeeldt, en de leffen Van Negen Zinlijkheen; zeg, zoo veel TooverefTen , Die niet den Leerling, maard' Aanfchouwer, reysopreys, (Als waar 't in Amadis betooverde paleys) GeleydenineenHof, daar zich, ten allen zyen. De veel Verdiepingen, Gewelven, Galeryen, Bekleeden met een pracht , en rijkdom van vernuft , Daar d'alderfchranderfteKonft-Dedaal voor verfuft; Hoe zal ik 't konft verdek , van boven tot beneden , Dat lieflijk puyk-cieraad , der kameren ontleeden j* Waar uit de wangeftalte , indienze 't oog mishaagt , Waar uyt het fchrikgedrocht der wanfchik word verjaagt : Doch zoo niet , dat het fchijn van 't konftfpoor te verwilderen , Indien men, metVirgiel, den toeftel koom' befchilderen Gelijk zijn fchaduw-bruyne en donkere ingang eyft , Daar Vorft Eneas met Sybil naar ond'ren reyft , Met Briareuzen , metChimeren, en Centauren; Want eyndlijk daagt het veld met mirten , en met lauren , En laat de lieflijkheyd van een gedreven dag , Daar 't fchoon op fchaduwen in glans affteken mag : Zoo mogen w' in de konft het wrang' en 't hard gedoogen , Behoudens dat de konft het heb in haer vermogen Het breyd'le met den toom van voegzaam overleg ; En alswe dus den Hof, en alswe dus den weg , En alswe dus het Huys , met alle zijn vertrekken , Zijn veelderleyheyd zien verdomm'len en ontdekken . Zoo fchijnt de Schilderkonft ons eene droom gelijk , Dielieflijk, aengenaem, invallig, vonde-rijk. En, niet tezamen hangt, en, fchakelt aan elkander j Elk is een eygen lidt , daar echter 't een aan 't ander , Als in een zachten droom, onsbreydelt, ons weerhoud, En noodigt dat men dit zoo wel als dat aanfchou wc : Maar

Maar droomcn in der daad zijn vliegende gedachten

Een herfienfchildery , door 't duyfter van de nachten

Gekoetftert, door den damp bevangen , 200 men weet.

Als in 't bewindfel van een fchaduwachtig kleed ;

Waar van de dag al 't werk en toeftel doet verdwijnen :

Hier is dit onderfcheyd , dat als de nachtgordijnen

Gefchoven worden , hier dees zoete droom begint ,

De dag haar koetftert , 't licht maakt datm' haar fchoonhcyd mint :

Indienme voor 's hands niet die Doolhof zoekt te fchuwen >

't Is noodig datme zich van Ariadnes kluwen ,

Dat 's van uw* onderwijs en weibedreven pen ,

HoocsTRAATEN, cerft voorzic , en zoo de paden ken ^

Om niet by 't wangefchep te dwerlen en te dwalen ^

Om in die maalftroom niet oneyndelijk te malen :

Dan zeg hy die vernoegt , en vry te rugge koomt ,

'tiszoetgedwaalt, gedwerlt , getoovert, engedroomr.

J. Oudaan.

Opd'InleydingtotdeSchilder-konft, enz. Door den Wijd-vermaerdcn Schilder , en Zinrijken Poëet .

S A MU EL van HOOGSTRATEN.

DE BïAve Schilde R-KONST, noch nop nae ejfch befcbreven » Noch, ' i's ut dat z.^ behelsde, op' t pronk- toneel gebragt -. Weid dooi Hoogstraten s pen , vanyver aengedieven , Jen Egren-Throon gevoerd , metlujjler) glans , en pracht,

Matthijs Balek.

t^en Sr. S. van Hoogftraeren j konfiich Schilder , envermaert ^o'éet , op zijn hileyding tot de Schilderkonji, &c.

T^En zichtbren aartkloot , in *t geheel , •*--^ Aenzietme als vaft in 't ydcl zweven :

Die met u hant , door *t konft penfeel > Recht wort verheelt als 't ware leven.

U groote geeft klimt fteilder op , Doorluchtich in befpiegelingen ,

Tot op den alder hooghften top , En vliecht door al de Hemelringen.

Niet

Niet ruftende ghy ruft geniet , En jockend' kont ghy ernft verklaren ,

Daer 't hooft van and'ren kookt , en zied , Eer zy haer denkbeelt openbaren.

U Zangodinnen , zullen wy. Als yder op zijn beurt zal Ipreecken»

Beluiftren , dat haer reden zy Een medecijn voor ons gebreecken :

Waer door uw nacm by yder is,

In eeuw 'ge lofs gedachtenis.

^. van Bracht.

TETRASTICHON,

Ad Au£torcm.

TEcumpiBorem^ Samuel> natura crearat ^ Cafialidum facris 'juljit adeffe [ïmul : Hinc ornaspatriam metris -, hinc Cafaris aula , & AngUapidiuris efi decor at a tuis.

Op S. V. Hoogftraetens Zichtbaere Wereld , of Inleiding tot de Hooge Schoole der Schilder honfl.

'Atuur, die duizenden van jaeren ' Noit mat of moede wiert in 't baeren

Van kinderen vol fchranderheden ;

Men zou , al waert gy fchoon gebeden ,

Van u met geenerley gedachten

Iet wonderlijkers kunnen wachten ,

Dan dat gy zoo veel geeft en leven

Den menfcbcn hebt in 't brein gegeven ,

Dat zy het wezen achterhaclen

Der Zichtbre Wereld , daerze maelen ,

Met doode verwen en penccelcn >

Op blinde doeken en pancelcn.

De Schilders hebben fneegen fchrander

Gefchildert , fcdcrt Alexandcr ,

Apelles gwnftling , aller wege

De wereld doorzworf met veel zege.

Wie kon hunn' glans en luifter dooven ?

Zy kleedden Koninklijke hoven ,

' * * Ge-

Ni

Gewelven, Kloofteren en Kerken , Met onvergankelijke werken. Men zag hun uit de laegte rijzen Gekroont met koftelijke prijzen , Van hun verovert en geftrceken. Italien heeft uitgefteeken In keur van Schilders , *r groot Britanje , Hoogduitsland , Vrankrijk en Hifpanje. Men heeft ons Nederland zien deelen Wel diep in dierbre konftjuweelen > Ja neemt de konfl" ging elders onder , Noch zouze in Holland als een wonder Weer rijzen , en de zaelen eieren Met onnavolgelijke zwieren. Daer , om den leerluft aen te drij ven , Des Schilders hand haer gaet befchrij ven » En toont met welgegronde reden Hoeze is te handlen en t* ontleden. Werd oit volkomener voor dezen Den Schilders leerling 't fpoor gewezen 9 Om 5 van het Negental gedraegen , Met levens verwen op te daegen , En noit in 't flijm der konftgebreecken Te flibbren ofte blijven ftecken ? Noch minder zou 't pinfecl verflenfTên , Zoo nu de zinlij kheid der menfchen , Daerze als verzet ftaet en verwondert Op zulk een konft de keur uit hondert > Uit dit gemael na zichtbre dingen d' Onzichtbre Godheid lof ging zingen > En haeren Schepper needrig eerde , Die aen den menlch die vvondren leerde j Of die hem fchonk zoo rijke gaven, Dat hy met zijnen geeft de haven Der konft bezeilde , en wift te treffen Al 't zichtbre op doeken vlak en effen.

F.V.H

OP

OP DE ZELVE.

WAt drift van Digtlujl geeft aen mj Bequaemheid van volmaekte reden , jEn klimmende hoggdraventheden ,

Om met gewade Voéz.y Dien langgewenfïen Dag te z^ingen ?

o ZANGGODINNEN', neopt my aen »

Cetroon met hem ten dans tegaen > Die deftig in befpiegeltngen

Uw ongefchonden lof verbreid , Zoo ver de Taem metfnellefennen Zig reppende , noit moe VAtJ rennen >

Hare onbetoombre tongen fpreit. Menfpreeki nietfkut van Protogenen ,

Eertijds hy d' Oudheid voortgebragt ,

EnvanApeüen, z.oogeagt^ En aengebeden lang voorhenen.

Hier leert defchrandre BATAVItRy In puik van kpftlijke Jmpeelen , En Hemelfch Manne ons mee te deelen >

Zig eigenen den Lauwerier , Volvan triomf 't den p) ijs van braven.

Hier brand de Leerling in eengloet.

Hier z.wemt hy weder in een vloed VanTioetiche'eny om z^igte laven.

Hier word een Helikon gefticht , Betreên van w^z.e Zangereffen > Die , z^uigende geleerde leffen ,

Op'tpkk^n van datfakkelUgt Eerbiedig haren weg beftieren ;

En volgen mét bevreefigelaet ,

In't maegdelijke Koorgewaed , Om dez,e waerdicheên te vieren,

*k. Verheug my blijde op z.ulk een trant. En wie z.ou mijne tong beletten » ïVterd zy door Maroos Loftrompetten Gefterkt > te loven uw verftand ? Nuxjpigtenwe , Oom, voor Zonneligten , 'ie groot voor tedere gedigten.

D.Y.HOOCSTRATEN.

** 2

SC HILDER ko N ST.

Ewijl 'er onlangs niemant geweeft is , die de geheele Schilderkonfl met alle haeren aenkleeven heeft gelieven te befchrijven, wantdegroote meefters, die dit werk beft machtig waren, zijn doordegroote winft, die hen d* oefFe-

ning der konft gewoonlijk geeft, zoo karig, of liever zoo gierig geworden,

at zy niets vanden tijdt, die hen zoo vrugtbaer was , hebben willen mifl'en , om de el ve aen de armzaelige penne te befteeden , zoo heeft dit gebrek noch een veel grooter )aezich gefleept, namentlijk, dat de Schilderkonft , by de meefte menfchen, als .'en andere gemeene konft of handwerk is geacht geworden: en hier opis gevolgt, lat 'er duizenden aen de konft gevallen ofgevoert zijn , zonder de zwaerigheden, die 'er nfteeken,eens te overweegen , jae min noch meer, dan of zy een Schoenmaekersam- oacht hadden by der hand genomen : zonder eens te weeten dat deeze konft de geheele Ztchtbaere Wereld behelsde^ en dat'ernaulijx eenige konft ofweetenfchapis,daer een Schilder onkundig in behoorde te zijn. Men heeft dan rueeil luk op raek echter Schil- ders gcmaekt , en hoe? Menbefteede de jeugtby d'eenof d'ander Schilder, of die men zoo noemde, om quanfuis het teikenen te leeren , dat was mannetje naemannet- jetemaeken, en hier wat gelukkig in zijnde, zooquam mentot hetpenfeel , endus kreeften zy mettcr tijdt by d' onkundige de naem van meeftersindekonft te zijn, eer zy zelfs in 'tminfte willen wat de Schilderkonft was. Waeruitdan gevolgt is, dat de "elukkigfte by geval eenig deel van de konft hebben aengetroffen , dat met hunne na- tuur enden trant des tijds over een quam , wacr doorze, doch als bundeling, tot een goede Fortuinegeraekt zijn: terwijl de rett, noch blinder, en als nae den weg taften- de verlooren liep : vermits delaetdunkentheyt, fpeelnoot van de jongelingfchap , het meefte deel op hun eygen werk dec verlieven : en zy , nu volwaflen , en «net den naeni van Schilder pronkende , zich fchaemden langer ergens te leeren. Jae 't en baete veelennict, datzevan natuere weegen met een be<juaemen geeft begacft waren, ver- mits zy die door onkunde geheel averechts befteedden , daerze , indienze te recht indeHoooe Schoole dezer konft wa^en ondcrwcezen geweeft , w^iets gevonden zou- den hebben om rrtflijk in uit te munten. En die gcene , die tot de konft onbequaem wa- ren, zouden hacr gebrek tijdelijker zijn gewaer geworden, en dit zoude hen liever by tijts hebben doen aftreeden, en iets aodersby deihandneemen, dan haer leeven als breekcbecnen in de konft te verflijten.

Ik deeze gebreklijkheden in 't leeren der kooft al vroeg geinerkt hebbende , wiert be- woogen, om met ernft t' overweegen, of'er niet een weg te vinden waere, zoo voor my 2elfs,als voor andere , waer door een bequaeme geeft in d' oprechte Hoo^e Schoole der

Schil-

AEN DEN LEZER.

ScDtlde^konjl mocht ^eraeken. In welke men mocht keren, wat 'er al tot de konR be- hoort, om zichzelvendoorocffeningdaerin meeftcrtemaeken. Maerde gewichtirr heyt dezer llofte, en 't onprofijtelijk tijd verzuim, dataen'tfchrijven vaftis, nevens den naery ver, die de gulde bchilderkonft port , om haeren oeftcnaer geheel alleen te be- zitten, hebben mijn voornemen geweldig doen inkrimpen, zoo dat ik niet verder als tot een Inleiding tot dtezc Eooge Sihooleheh durven komen. Een Inleiding ze^ ik dat is, dat wy de leerlingen als met der hand in de 6V/;oo/f geleiden , die \vy in ne^^en Leer- winkels verdeelt hebben, enwywijzenhendanaen, wat'erinydertelecrenis, en in watdeelen derkonftzy zigtraps gcwijs hebben^te oeffenen , daer wy dan zoodani^r onderwijs by doen, alsonstedierüeedegereetflcnbequaemft voorkomt. En fchoon dit werk maer een Inleiding is , zoo maecken wy ons flerk , dat niet alleen de leerlingen hier door zullen geholpen worden , om met een zekerder voet nae den top der konit op telhppen: maer dat zelfs mcefters indekonft hier uit een lichtigheit zullen raepcn, om hacre Difci pelen wel te onderwijzen ; door de fchifting,die wy in de leeden der konft hebben aengeweezen. Want fchoon ?y de konft by avontuuren in 't "ehecl beeter ver- ftaenmochten,dan wy, zoo zal 't henlieden juift nietgeiuft hebben ^ dezelve zooda- nig in leeden te verdeelen , dat zyze bequaemelijk aen een ander kunnen overleeren. En behalvendit, zoozullenzyhaereeygene werken, hoe konltig die ook zijn moo"en zeer gemakkelijk tegen onze regels kunnen toetfen. Wantikhoude onder verbetering ftouteiijk llaende, dat de Schilderyen, hoe hoog menze ook wacrdeert, die oeen proef kunnen houden tegen de leflen van Polpnma , aengaende 't geene tot de welfcha- penheyt vaneen menfc h behoort : die tekort fchieten , in't veitoonen der lijdin^^en desgemoeds, en de doeningen der leeden, gelijkze C/zo leert ; ofin'taerdifr verfieren met by werk mift , daer Erato van {preekt ; die de behaeglijke ordening niet e^ hebben , daer T/u/tf^f van rept ; die nae de leifen van Terpfulmc niet gekolorecrt en oehandelt zijn : daer de zorgvuldioheytin'tfchaduwcr.en daegen van Melpomen in mankgaet : en daerdeGratien van C<ïü/opf uit verbannen zijnj louter beuzelinart, en voorgrolien te fchattenzijn; gelijk alle rechtfchape Schilders, meen ik, met my zullen toelben. Zoo komt dan deze onze Inleiding ook zeer wel te pas voor alle Liefhebbers van de Schilderkonft, fchoon zy in de zelve onervaere zijn, om in*t koopen van Konftltuk- ken niet bedrogen te worden, want zy zullen die wacrdecren nae de maete der deug- den, die in de zelve zijn waergenomen , en geen naemkoopcrs blijven , gcüjk'er tans veel zijn, die vand'eenofd'anderen fnoeshaen verleyt, kaele vodden in grooter waerden hr uden , om dat hun is wijs gemackt , datze van d'ccn of d'ander groot Mee- ftergefchildertzijn. Zeker een belachlijke hefhebbery, als men iets voor konflich en hoog acht , daer men niet konfligs noch hoo: s in zien kan. Nietdatikzeqoenuil, dat deeze mijne Inleiding allen Liefhebbers de cogen zoo zal openen , dat zy zelfs flrax vandekunft zullen kunnen oordeelen: dat zy verre; maer zy zullen uit ons werk «e- nakkelijk kunnen begrijpen, waer van dat men oordccicn moet, en dan zullen z'y, net behulp van een ervaren Schilder, de deugden en fcilci^, die in eeni^ werk zijn klaer

** 3

AEN DEN LEZER.

en onderfcheidelijk kunnen naefpeuren. Belangende onze ordening, wymeenenin het werk zelfs daer reeden genoeg van te geven : hebben ook onzes vveetens geenig deel derkonftovergedagen: maerofiemant anders vond, eneenige flellingen kon optel- len , die by ons verzuimt waren , of eenige duilterheden bemerkte , zeker hy zoude ons ten hooc^lten verplichten met die aen te wij zen, en 't zoude ons een lufl zijn deeze negen boeken° de Muzen toegewijt, met een tiende voor Jpo/io te verrijken. Maerwatmag ik dit voordellen.^ daer my noch heugt, hoe ik dit zelve, niet lang geleeden, opeen van onze vermaerde Schilders uit vrientfchap verzocht, die my daer op antwoorde : Dat hy dit werk wel begeerde teleezen , maer dat hy op geenderley wijze zijn gevoelen daer van fchriftelijk wilde bekent maeken: want, meende hy , dus zoude hymy de ceheymcn van zijn konftmeededeelen, en onderwijzen, 't welk hy aen niemand, dan aen zijn Leerlingen of Difcipelenjfchuldig was. Zeker, dacht ik, zoo moet ik dan niet alleen dapper milt, maer zelfs quiltig zijn, daer ik hier niet alleen mijn onder wij- zingen met honderden aen mijn vrienden, maer zelb aen mijn vyanden, indien ik'er heb ir>eededeel , zonder daer ander genot van te wachten , als het opbouwen van de konft-, die ik van harten wenfche dat hoc langs hoe hoogermagrijzen j En ik zal nim- mer verflaeuwen in de hand daer aen te houden. Belangende onzen trant ofte ftijl , wy bekennen dat wy fomtijts te wijt afweyden , en elders te fchaers zijn , 't eene fpruit uit een vryicheyt van de Poëten ontleent , en't ander , om dat men dikwils meent , haeft genoec^ van een zaekgezegt te hebben, die eender zelfs gemeenzaem is. Maer wat heb ikzooveelreekenfchaps van mijn doen te gecven? daer ik zekerlijk weet, dat ik de befcheydcneweleenig vernoegen zal geven, maer dat ik den wangunltigen nimmer- meer zal voldoen : zeker, ik zoude my bedroeven, wanneer ik ongelaftert bleef, daer andere, die veel waerdiger werken in 't licht gebracht hebben , zoo dapper geheekelt zijn. Echterftaeikin'tminfte gevaer, omdat ik noch de haeftgeraekte Godsdicnft, noch de teedere ftaetkunde,noch de bitsfe^Philofophie, maer de Itomme Schilderkonfl onrleede : en ik mijne Leezers , onbefmet van partyfchap , meer vermakelijkheden,dan duiftere t wiftreedenen,toebrengc.

EU-

E U T E R P E,

De Redewikfter.

Het eerjïe Boek,

Inhoudt.

T^ e Minnelijke Euterpe, aenleydfiertotdeKunfiy Lokt hitr dejeugt welaen met een bekoorlijk pijpen , Maer waerfihtmt ook , die niet lichtvaerdig aen te - rypen »

Ten zy men voele een drift van Goddelijke gunfl, Zy fielt de proeven voor van recht bequamc geeften , En hoe Natuur en Les te zamen dtent gtpaert : hoort van de Teykenkonfl hat r eygenfchap en aert y Ew weg en omveg , van den minfien tot de meeflen : IVat grooter nut men uit dees oeffening ontfangt > ^aer wel te Schildren meefl aen wel te teyknen hangt.

Op de Print.

^Dees^rint vertoont de Konfly diens lokkende vermogen 2) e Jonkheid tot zich trekt : een vleyende S ir een > ï)/> Koot'Cn Kinderfpelmet voeten doet vertreèn : Met recht M er kuur gewijd, die Argus hondert oogen

In flaep zong. Liefde ontfieekt door 't zien vont 'Tafereel OfT*ronkbeelt : maer *t geval kan zich hier ónder mengen : PFant Rafel door de gans, en Maerten door h(t plengen Pan y^eik , en Smtt ^lintijn aenvaerdm het ^irïjeel'. Een Metjer 'Polydoor , een htjjer , en een Herdtr -, Maer die op's meefiers nekgetilt zijn , zien licht verder*

I N-

E U T E R P E.

INLEIDING.

Euterpe, die Naz.o den Minnedichter begenadich- de , die door Goddelijke gunft een zoeten toon fpeelt , en de teedere jonkheid beft behaegt .' Kom ontdek ons , wie tot de Schilderkonü bequaem of on- bequacmisj en wat weg menzalinflaen, om't einde der loopbaenc , daer zoo veele ten halven weege langs ftruikclen , en verdoolt loopen , te geraeken. Ge- doog dan voort, dat ik, met hulpe uwer Zufteren9 deKew/rqueele, daerik'tgrootfte deel van mijn leeveninbeftcethebbc, en dit kleine Werk , ten aenzien van d'oneindlijke grootheit der zelve , ten einde breng. En al is't dat ik geen roemwaerdich Boek volvoere, zoo zal iktenminllcnindeeze uiifpanningmy oeftenen, en mooglijk aen andere dienftich zijn. De Pen was al van ovcrlang aen't Pinfeel vermaegfchapt> en als een fpreekende Schildery ; gelijk de Schilderkonft ook als een ftom- mePoëzy wort gehouden; Gezufteren van gelijke vryheit, gelijk Hord-

üui zingt ;

De Schilders hebben ojt de macht , als de Poëten Van vryltjkje heft Aen , aVtgeene dat zy iveeten, ■^ ,• Maernochtans hebben weynich Schilders onzes tijts zich met van de Konft va^n 'ckVhil- te fchrij ven bemoeit; van de ouden zeytmen wel,dat zulks by Anügones, Pro. óerkmd ge togenesy Theopbanusy Eupbranor , Xenocrates , Apelles , 't welk hy zijnen fchrevcn leerling Perfeus toeëy2,ende , gedaen is : desgelijks van eenen Duris, hebben. jjippiasy MetanthiusenJubaKonin^ derMauren ; maer hunne boeken zijn door d'alverflindendeti)t lang verloren. By d'jtaliaenen Cchred Leon Bap- ttfta Albertynl-loientijn dry boeken van de Schilderkonft, in't Latijn, en tienvandeBouwkonft, nevens meer andere, en, zoomenzeyt, beter, dan hy die konde in't werk fteilen j hy leefde tot den jaere i^^'y.Leonardoda F/«f>hceft van de Schilderkonft, Tey kenen en Koloreeren, kloek en ver- ftandichgefchreven: maer zijn Schriften zijn meeft verlooren , hoewel'er noch eenige overblijtfelen onder zijn naemuitgaen. Gelukkiger zijn dié van den Ridder Georgio rdj(/4r^ bewaert , die de aenreyckenin^en van Z4«. rensGiberü, Vomintkp Girlandai , en van den grooren Rafaél Urb^nt ge- bruikt heefr. KarelVermanderheekvin deKonii t behalven zijn levens der Schilders, in Vlaemfche verzen gezongen j maer hy valt kort, en heeft meerderkracht om den geeft op te trekken, dan te onderwijzen» Voorts hebben fommige andere (ik ftei hierbuiten onzen Juniust die de Schilder- konft der ouden ijict grooten vlijt ophaelt) Schrijvers > die de pinfeelen niet

gevoert

Het eerjle Boek. y

gcvoert hebben , veelarbeytsaengewent: Maer zy zijn, behoudens hare gratie , de zaek onmachtich , en fchoonze menichmael met heerlijke Spreuken het doclwilt treffen , zoo doen zy dikwils , met Alexander , A pel- les leerlingen lacchen ; en varen als de Scholift Pbormiotii die in tegenwoor- digheid van Hamibal , eenoverften Veltheer met welfprekentheid wilde uitbeelden.

Hoe noodich het nochtans is, datde Schilderjeugt, wegens de regelen en gronden der Konft , berecht wort , verneemtmen doorgaens van de geene > die de pinfeelen tot haren ouderdom toe gehandelt hebben : en nochtans zich meeft beklaegen, van noit eenich volkomen onderwijs gc- hoort te hebben. En zeker, ik wenfchte mijn zelfs tans wel wederom jong , om de regelen der konft , zoo alsze van onze Muz.en hier worden opgeflelt , met een nieuwen y ver in't werk te ftellen : hoe wel het my aen d*e gemeenc middelen, door welke de konft tot noch toegeleert is, niet en heeft ont- brooken. Gebrek van onderwijs doet veel braeve borften als blindeling-den rechten wech zoeken , en een iegelijk heeft het geluk niet van by een goet meefter, in't gezelfchap van brave metgezellen, de Konft, alseenvoed- fameMelk, in zijn jeiigt in te zuigen. Noch ten valt ieder konftgierige niet te beurt , op kofte van Koning Louj/s van Vrankrijk, te Romen , by daer toe beloonde meefters, te leeren , en onder de veertich, daermenvan zeyt, dat laetfteen leerfchool voor opgerechtis, getelt te worden. Ko- ninklijkzeker, ik wenfch dat löW'ifJ door deze daetonfterflijkernaem, als met al zijnoorlogen,mach nalaten. Leeve de gedachtenis van Laurens de Me- i'icisy dieinzijnhofeenSchoole voor jonge Schilders en beeltfnijders op- rechte, de zelve verfierende met marbere beelden, en overblijfselen der Konftrijke Outheid. Leve , zeg ik , al die de jeugd zoo de hand reiken , en hunne middelen tot zoo waerdigen onderwerp hefteden waerinzich noch heden veel Prinfen en Kardinalen in Italien verlufti- gen. Dit port my ook te meer aen , om het weynige , dat ik tot, opwekkinge hebbe aengeteyckent , hier by een te fchi'kkcn ; het zal , hoe onvolmaekt het is, den leergierigen ten rainftentot prikkel dienen wanneer zy gewaer zullen worden, dat zoo veel aenmerkingen weleen wakkere geeft vereyfchen. ]k ben ook niet befchreumt een beftraffing , ge- lijk als AriftoteUiv^n Alexander yaVxct^^i van de meefters dezer Konft te hooren , want ik antwoorde met dien Filofoof: Hoewel dit werk allen Konftliefdigen , als een licht en fakkel om veelduifterhedent'ontdekken, en om den geeft te vermaeken kan dienen : dat echter niemant volkomen verftant uit dit gefchrift zal trekken, ten zyhyin de leeringen dezer Konft tot zweetens toe arbeyde. Want voorwaer de Schilderkonft is geen hand- greep om oftroy of een gunftbrief van te verkrijgen , noch geen weten-

A 2 fchap

4 EUTERPE.

fchap,diemen elkander licht kan by zetten ; maer zy vereyfcht een bequamen

geeft, een vlijtige betrachting, en een gcduerigen arbeit. Weloverge-

L rfdt dcr^"^^'^^ ^^ ^^" wakkere geeft, die in den waren padt, vanbegin af aen,

Ouden. beftiert wort ! daer andere dikwils, deze gelegent heit miflende, zoolich-

Een talent telijV verdoolt loopen , of voor ftaen blijven. d'Oude zijn zeer vrek ge-

7S óool^roo- weeft in haer onderwijs voor flechren loon mede te deelen. Pamflui om

^^"' de Konft in eeren te houden , nam niet min , dan een talent, in tien

jaeren, of, zoo andere zeggen, tien talenten 'sjaers, en zoo veel be-

taeldenhem Apelles en Melamius, hoewel ik op andere plaetfen vint, dat

Wie de konft i4pf//« een talent 's jaers gaf. Maer deezen Pamplus leerde ook demaet-en

mocht lec- getal-konft ; zonder welke hy zeyde , dat de Schilderkonft onvohmekr was.

Doch hy onderwees niemand , dan Edelluiden en groote heeren Kinderen;

want het was ongeoorloft de Konft aen onvrye of flaeven te leeren ; die

nochtans degeneeskonft en andere gewoonlijk oeffenden, en zoo komt

hetby, dat de gantfche outheid nergens gewach maekt van eenig ftuk

Schild«rys,datdoorde hantvaneen Slave gemaekt is, daerdedienftbaer-

heitzommige nochtans niet belet heeft groote Mlofofen , Geneesmee-

fters en Poëten te worden. Hy ftelde haer vooreerft , als allernootzake-

lijkft , aen de Teykenkonft , op Tafelkens van Biisbooin hout 3 en voerde

b^ck3cr'' ^^ Schilderkonft ten top boven aile vrye Konftcn.

dennaem Maer het zal mogelijk veele vremt dunken, dat ik dit Werk onder den

vjndeMu- naem van de negen Muz.en uitgeef: Ten eerften, dewijl dezen Tijtel, zen uytgact. y^gj eer aen de Hiftorien van den ouden Herodotus gegeven , de geloofwaer- dicheit der zelveby eenige gewei dich heeft verdacht gemaekt : zoodatze gemeint hebben , dathy, door de vry held der A£«2Lf«, zommige dingen om den geeft te vermaken, een weinich te ruim en te weelich uirgebreyt heeft -j maer dit en heeft my niet kunnen af keeren , dewijl ik geen Hiftorie , maer een vrye konft ontleede, daer de driftige aen porringen dikwils meer- der, dan de funpele en waerachtige regels, gelden. Ten anderen zal ie- mant voorgeven , datmen de Mux^en wel voor Meeftreften der Poëzie , maer voor geen Schildereften plach te houden. Hier op antwoorde ik : Dat m en van outs met den naem van de Muz,en allerleye wijsheden, geleertheden» cnfchranderheden, te kennen gaf, en dat, behalven deZufterfch^ptuf- fchen de Schilderkonft en Poëzie (uit Hor^fttt^ boven aengeroert) deampten dezer Godinnen tot de by zondere leden der Schilderkonft zoo ey^en zijn , als ofze tot geen anderen eynde waren ingewi jr. Gelijk in't vervolg hy alle verfcandii^en zal befpeurt worden. Dat ik het ook de Zichtbare Werelt noe- me, is, om dat de Schilderkonft al wat zichtbaer is , vertoont. Maer dit heb ik te liever gedaen, vermits ik zeeker ander Werk, dat miffchienaen veclen vermaek zal geven > met den Tijtel van d'On^nhtbare Werelt ge- doopt heb. Mar-

liet eerjie Boek. j

liarfiliusFicinusWil , datdegeene, diehaertot vryeKonflen begeren, Int Bock dryinael dry dingen totleitsluiden hebben, terftelijkdry vanden hemel, "^-^n'tdy;. reweten, debegunftiging van dedry planeten Mercurius^ Sol, en l'e>!us.]°" ^^ '' 7 en tweeden dry in 't gemoed, als de leergierige wil, het vatzaem be- Drymael grijp, en hetgoed onthüLit. Dedry Iclteilelt hy als tot fttunzels : goede divlutsiui- ouders, een getrouw en verllandich leermeefter, en een beqiiaeii) en er- ''<■'" tot de varen Medecijn. W'y geven acn onze leerlingen der Schilderkonlt , in ftede ^'''y'^^o"- van drymael dry leitsliiiden , negen meesltrcfl'en , die zelFvanouts over al de p/aneten, ftarren hemel, en der zelver mietgangen geltelt zijn. Want onze Euterpe {i^LCt over Merkuury die de jeugt tot vinding van gehei- me zaken aenport, Melpomene beheert het Zonnelicht, oor^aek van den dach, en Erato Venm ■, hoewel ( a) andere haer onder Thalia {^.cWen, (^a) Cefaf Aengaende de tweede dry, Uranta regeert in 't gemoed de wil , Tluilia Mdfatti. de bequaemheyt , en Po/;'>«w/4 de memorie. Voorts zijn Terpficborc , CliOy en Calliope geen mindere fteunfels voor de Schilderjeugt ; wan: deze zul- len haer als ouders , lecrmee(trefl!cn en opfienflers , verftrckken. Een 2eJve geeft hecrfcht over alle vryeKonflen, de zelve geeft, die de Poëten Een zelve tot dichten verwekt , drijft de Schilders tot het verbeelden der zichtbaerlij- f '^l ^j '^ kc dingen ; die door de dichters alleen met woorden worden uitgedrukt. Paècen. Maer wat noem ik een andere geeft als de geeft van Euterpcs'E uterpe is zoo Eutn-pe veel als de Godlijke genade en gunft , zonder welke onze Edele Kunft niet te ^'""Z eiin leeren is. Dit is den zei ven geeft, waer van de Heere by Mofeslu het boek des ^^."^'.f^', Uittochts Spreekt : Ziet ik hebbe by namen geroepen Bez.aleel(^tn zone Ury r '°'' 'i"l endehebbe hem vervult met den geeft Godts, met Wijsheytende verftant^^„4,jf.j5/'' endebekentenifte, ende met allerley werk Konftelijkente arbeyden , van vuolt pe>fet- Gout, Zilver, Koper, Konftelijken fteenen tefnyden, ende in te zet- f'^wm/e/;w- ten: en konftelijken te timmeren van houte, temaken allerley vcerk. Ln Pj'/"''; verder: Hyisvervult met den geeft Godts, dat hy wijs verftandich enoe- ^^^^''"""' fchiktzy, tot allerley werk. En hem isonderwijzingein zijn harte gcge- hf^^uGo- ven , met famen Ahaluh , Godt heeft hare harten met wijsheit vervult , te den da- on- maken allerley werk, tefnijden, werken, en teftikkenmet geeïerzijde, <^f"- fcharlaken, Rozijnroot, en witter zijden : en mer weven, dat zy maken allerley werk en Konftelijken arbeit vinden. Maer om niet alleen uit te vin- den , of dezen geeft ook in de jeugt is in-^cboren , opdat men geen nabe- Men moet rouw met zuuren arbeit en koope, enookte wererh, tot welke der Konften ^«^pcefteo

deeze ingeborentheit bequaemft is; zoomoet een voorzichtich vader of '■^'"''"^^°

UMI" j j .• » 1 •,- r tot hun na-

momber alle vlijt aenwenden, om deze natuurlijke dnlten te toetfen. tuurli,ke

Want> gelijk Ff »w4«<ifrzeyt, drifr.

NMuur geeft hatmr , ploeg , en hoelien , en 'tpenfeel , °^^y ve rkic-"

De jeugt Qükundiih krijgt fomtijts een onrei h> dteL . avcr*cbtr"

Ai 7'' ^

Tcy'^cneo y2fli)k nootzake- lijk.

\'oorbccIt onzes tijdts.

EnanJere des ouden tijds.

In deKrijgS' kondc.

6 EUTERPE.

3^4 z,09 , datplompaerts üth wel tot de Konjl vervofgen ,

Daer Edlegeefien z.ijngedu>ongen *t lant tefloegeti» Wat de eerde beginfelen der Teykenkonfl: aengaec , voorwaer niemandt en behoorde hierin onkundichte zijn, dewijrernoch Konflnoch hand- werk,ja by na geenerley beroep is, waer inze niet, alseen tweede wijze van Schrijven, nootzakelijk fchijnt : gelijk zeker Staetsheer, met Prins Hfwr/i^ van Om«;Vh te velde zijnde, welgewaer wiert: wantalsmen over eenigebefchanfingen, ofieegerwerkenraet pleegde, enhy zijn meining noch door gefchrlït, noch door uitfpraeke konde verflaenbaer maken, zoo verzocht hem de Prins', die door teykentrekken uittedrucken: waer op by zich wel meende te verontfchuldigen, met te zeggen, dat hy geen Teykenen geleert had : maer die groote Veldheer te rug treedende , hield hem als noch meerder verbaeft , zeggende : Hoe ! eru roude een man van zoodanigen bewint , als gyzijt, niet kunnen Tey- kenen j* Waeroverdienhecre zoo befchaemt wiert, dathydemisdaet zij- ner ouderen, die hem die zoo overnoodige Konft verzuimt hadden te doen leeren, zoodanich boete, dat hy niet alleen zijn zoonen, maer ook zijn dochtcren in de Teykenkonft liet onderwijzen. Die dit nu nieuw of vreemt dunkt, die krakkeele met r^rr», 't Is onmogelijk, zeythy, dat een vrou- we, die de Schilderkonft niet geleert en heeft, van des borduurwerkers handelinge , of van des Wevers fieraeden in de kufl'ens kan oordeelen. Maer^n/io/f/«gaet noch breeder, 't Meefle deel der Grieken, zeythy, pleegen haere kinderen in de Schilderkonft te doen onderwijzen : ten eyn- de dat zy in 't koopen en verkopen van allerley vaten en huisraet niet bedroo- gen zouden worden : of liever, dat ty de volmaekte fchoonheden der licha- men met vernuftiger en zekerder kennifTe zouden leeren onderfcheyden. Dkheeft Paulus Emilius i verwinner der Grieken, zonder twijfel bewogen om dien voet te volgen j want hy gaf zijne kinderen niet alleen meefters, om haerin de natuurkunde en welfprekentheyt te onderwijzen. Maer hy voegden'er ook Schilders en Beeltfnyders by. Oin nu wy ders te toonen dat- ter by nae geenderleye wetenfchappen zijn , of de Teykenkonft wort 'er in vereyfcht, zoo zeggen wy, datzevoornamentlijkaen hooge Staetsperzoo- nen, zoo wel in oorlog als in vrede, te pas komt. Door haer ziet een Krijgsoverfte de veftingen, die hygezint is aen te randen, eerft op 't pa- pier , fchoonze ver af leggen , en hy teykent zelfs den omkring zijns legers af, eerhy te velde trekt. Hy ordent zijn Regimenten met gefpreyde vleu- gelen , of door de engtens der Wegen ingedrongen , met de pen , eer hy- ze met den degen inde vuiftte velde daegt. En door goede Kuntfchap van des vyandts macht en orden vcrwitticht, zoo voor ziet hy het treffen, eer denftrijdt aengaer. Lnhoe zouw een vel/heer de Veftingboumeefters

recht

Het eerfte Boek. j

recht verHaen , de Teykcnkonft onkundich zijnde r* Door de Teykenkonft beeldden d' oude Helden, die van den Trojaenfchen oorlog vvedergekcerc waren , de belegering der Stadt op haer Tafels met een wcynich Wijn af, en VU^ci trokze met een rijsjen in 't zant j voor de verliefde Kaljpfo.

Ik laet Boumecders, Landmeeters , en andere, die men zeker weet (t^r"^,™"" dat de Teykenkonft niet miffen niogen, ftilftaen, Ikzalook niet twiüen, of de letteren zelfs tot de Teykenkonft behooren, fchoon ik wel meen te gif- ' fen y als ik gis datze haer oudtlle gedaentens uit figuuren van eenige beken- de dingen bekomen hebben: gelijk de Egyptenaersen Mooren noch lang by die wijze van fchrijven gebleven zijn. iMaer hoe nootzakelijk fchijnt de- ze konftaen de befchrijvers der natuurlijke Hiftoryen ^ Want als zy al veel Katuurlijlcc woorden hebben gemaekt, inde eedaentens eenicer viflchen, vogelen , *^'"°fy- kruipende en viervoetige dieren te Deichrijven, zoo vertoonen zy eynde- lijk het afbeeltfel ; dacrmendan zijn oogen vertrouwen mocht, als men wift dat den fchrij ver dit dier zelfs met verf lant en aendacht had afgeteykent; dacr het anders veeltijts valfch, en de heelebefchrijving derhalve niet een boon waerdichis.

Aengaende de Wereltbefchrijversr zy zullen de Stuerluiden bedriegen en bederven, als zy haere Voorgebergten, Kaeppen, en Zeeboezems , °"^ een vaUchegedaente geven. Daer de Pilooten als in een bekent vaerwater komen, wanneer zy bevinden , dat de wijtgelegenfteEylandenzich eeven als de print, die zy daer van hebben, opdoen. Zeker niemandt kan de ge- daente van eenige vremde landen, die hy bezoekt, oprechtelijk op 't Pa- pier ftellen, ten zy hyhet Teykenen verftaet: en hoe heerlijk een goede kaertis, daer in men dewerelt als uit eenandere werelt beziet, zy heeft het de Teykenkonft te danken.

DeStarrekunde kan ook het licht der Teykenkonft niet iniflen , ik zal Artronomi. niet zeggen, om daer door te beter de in^^ebeelde figuurenen gedrochten in 't begrip te vormen ; maer voornamentlijk om de kringen, faraenvoe- gingen en tegenfreilingen, vernuftelijk te befchouvven. hn zeker Archi- Wf^« kon zijn holle Kopere werelt, daer de Starren in gefchildert waren, zonder de Teykenkonft niet volvoeren.

Maer mooglijk kon den Medecijn, ofte geneesheer, deze konft ontbee- ^Icdici. ren P deeze vooral niet : want behalven dat hy in 't ontleeden der menfchen zelfs behoorde af te teykenen 't gcene hyondervint, zoo zal 't hem geen kleyn gemak geven, om de kruiden te kennen, enhy zal een luft krijgen , om de misflaepen, in veel kruitboeken begaen , met een Konftige hand > nae de natuerlijke te verbeteren. . .

De Hif-oryfchrijvers kunnen ook de doorluchtige mannen door de Pen ' °"" niet behoorlijk vereeuwigen , ten zyze haere beeltcnifTcn in haer werk

voe^-

8 EUTERPE.

voegen : want wat is 't , als zy zeggen , dit heeft Alexartder gedaen , daer- ze zijn geJaente zoo vcrwardelijk aenwijzen ? Als wy daerentegen het leven van Keyzer K4rf/, v^n Hendrtkjie Groot t en van andere verinaerde mannen leezcn, en inen ons daer nevens haerewaere afbeeltfcls in print vertoont, zoofchijnthetvermaek van hen te zien onze aendachtte verdubbelen, en wy aenmerkcn haere daedeni als ofze in onzen tijdt waren voorgevallen. T. Pomponius Attikus heeft de becltenifTen der bcroemfte Romeynen in't licht gebracht , en haere merkwaerdichtfte daeden , en de eerampten die zy be- dient hadden, daer onder geftelt, en in vier of vijf verzen begrepen. Varro infgelijx heeft de naemen van zevenhonderr deurluchtige mannen met hun- ne beelteniflen vereeuwicht , en haere gedaentens den naekomelingen ver- toont ; maer hoe veel gemikkelijker en wijtfpreydender kan men dit tans te weeg brengen , nu wy de plaetdrukkery , een nieuwe konfl: , tot ons gerak hebben ^ gelijk j?. Oudaan zich daer van gedient heeft , i j d' oude en vcrltor- ve Roomfche Mogenthep als uit het graf op te delven. Wel aen dan , zoo moogt gyvryelijkdejeugt, wat gy'erook mee voor hebt, zoowel inde School van onze Schilderachtige EuterpCy als in die van de letteren, geleyden. Maer wy zullen niemant inwijden > als die tot het vervolg waerdich en be- quiem is.

EERSTE HOOFTDEEL.

Hoe zommige zeer vreemt tot de Konfl zijn gekomen j en wat geeflen tot de zelve beqtiaem ztjn,

' Oede gelegcntheyt en d' opvoeding doen veel , tot het vcr- , wekkenvan een volmaekt Schilder, daerom millend'Egyp- ïtifche meefters niet, in hare kinderen de Kond deelachtich te maeken, om hen vcor eerft meede te deelen't Leene zy'er Grlegcr». %2fi^fKjS!!^k zelfs in hadden overgewonnen , waer opzy dan, als op een hcid. wel valt geleyde timmering noch hooger konden bouwen: en, gelijk men

zeyt, dat d* ouders haer als op de fc houders tilden, opdatzedaernaezich zelven opgerecht hebbende , noch veel verder zouden kunnen zien. Doch de gelegenrheyt is niet altijts verzelt met bequaemhey t : want groore ver- nurtclingcn laeten dikwijls onleerzaeme kinderen nae ; en de gwede gele- gcntheyt wort menichmael door ongenegentheyr verwaerloort. Daerente- gen gebeurt het ook wel, dat de innerlijke bequaemheit des geeftes, hce zeer door de geboorte > opvoeding en fortuine verhindert > gelukkichlijk

ui&-

Het eerfle Bock. «>

uitfpat I gelijk vertelt wort van ?ntagoiAi , die , een arbeits jongen of hout- En't gewi hakker zijnde, op een tijd nae de Stad^WfM toegaende, meteen bun- del houts op zijn fchouder, welke met een zeer konftigcftrik tezamen was gebonden, ontmoet wiert van den wijsgeer D^woi^rirw: dieboertich van aert zijnde, en alle dingen met vermaek aenziende, juifl zijn oog liet val- len, zoo op den torfenden jongeling, die als nae de kunftdasr henen trat, als op den wiskunftigen bandt: hydit aenmerkcnde beval ProM^oMf ft il te ftaen, doende hem het hout nederleggen, ontbinden, en den ünk weder op nieus leggen : 't welk hem zoo behaegde, dat hv hem tot zich nam, van onderhout verzorgde , en in de Filofofie onderwees, envanhemzoo- danichcenvcrmaert man maekte, dat de dodlijke VUto zelfaen een van zijn famenfprekingen het opfchrifr Viotagoimi verleent heeft. Zoo zoet iacht de minlijke Euteipe hacr Schoolkindcrs toe , en rukt fomtijts fomn)ige op wonderlijke manieren tot zig. Gelijk ook gebleeken is aen Giotto , die VooibeeHea Vin zijn Vader tot het hoeden der Schapen beitelt was : want hy *^" lorami- fchoonmaer tien jaren oudt, teykende overal , waer hy vlakte vond , zoo S'"' "^'^ "".

il ••» j 1^1 if vremt totdc

opnueren, iJeencn, weegen, jaintzand, tot dit Cmabue , by geval i^on^^ijg indit Dorp wat te doen hebbende, hem bezig vond met een van de Schae- gckomco, pentckonrerfeyten, zonder dathy oit't zelve van iemand anders gezien had: Cimabuet toen ter tijd den beften Schilder van Italyen, ftond hier over verwondert , en verzocht daedlijk van den Vader, dat hy hem meedc mogt neemen , gelijk gefchiede , en 't bleek wel haeft , hoe zeer hy de natuer tebaethad; want hy overtrof niet alleen binnen korten tijd al de Schilders, die in etlijke hondert jaeren voor hem geweeft hadden, maer ook zijnen Meefter ; gelijk'er de Poeët Dantes van zingt :

Men achte Cimabue den beften Schilder : maer

't Gerugte van Giotto mackt zijne faem onkfaer» Zooh Andreas Mantegna^ uit een beeltenharder, meede en Schilder, en voorts een eerlijk Ridder geworden. Rafa'el da Regio, een boere jongen 2tjnde, weyde de Ganzen, en alzoo hyby ongeluk een van de zelve met een kluppel de beenen aen (tukken wierp , zoo vluchte hy van zijn geftoor- den Vadtr , en by eenige Schilders geraekt , wiert eyndelijk van Fiederikus Zuccaro acngenonicn , daer byhy in korten tijd zoo zeer vorderde, dat vecle zijn dingen alzoo liefzagen, als die van zijnen Meefter. Bv nae dier- gelijk geval had onzen MartenHeemskerki want hj van de koeyen, met den Melkemmer op het hooft, komende aengaen, ftier de zelve teegen een tak van een boim, en plengde al de Melk; dies hy, zijn Vaders gramfchap ontvlugrtnde, zijn wijk rot dekonll nam. Ouk R^kmetden Stelt j door't branden van zijn been , tot de Viflêrspinkjes onbequaem, daa zijn V ader by leefde , wiert door deleedighcit en't iiilzitten leyke-

B naer

lo E U T E R P E.

naer en Schilder. Maer wonder weetmen te zeggen van j^lwf^Mf/^'i» die ter liefde van zijn Meeüres, van een Smit een overvliegend Schilder ge- worden is. Zoo is ook den Metfelknegt Poitdoor door'c zien fchilderen in een Schilder verandert, en een groot meel ter geworden. Ik had by de voo- rige Harders Dominiko Bekjfurm ook behooren te plaetfen ; Deezen van zijn Heer, daerhydeSchaepen voor hoede, met een üok in 't zani teyke- rende gevonden zijnde , wiert van 't velt genomen , en aen de konll be- ftelt. Oiergelijkc voorbeelden zijn'er meer, diewy om kortheyts wille ovtrflaen. Der AtTicni- Die van AthenenbeRelden aen hare kinderen onder't fpeelen veelerley rnzen proef, gereetfchappcr^om te zien , welke zy eeriè , of knaphandicntft zouden aen- ?and '"'!"- f aften en handelen, en daer uit te mo^en "iffen , tot wat konitofbezicheit dcrjcu"t. hare natuure meeü heide. Zeeker ten milten ook aen £/////« met , toenhy AchiUeSt in vrouwe kleederen , onder de Jufferen van Detdamia in Cjfrot verborgen, opzocht: want hy allerley fnuiücry en vrouwetuig onder hen veylende , hjd'er ook ecnige wapentuigen en ge weeren in vermengt; Achluis ^^ de juffifren grepen na deltnkken en quikken, maer iltfciWfitafte 't ge- weer aen, dus vertoonde zich den binnenften Achtlles^ hoe zeer hyuitwen- En Tbuci- ^^^^ v^''"^®"'^ ^"^^ > en zijn natuurlijke neyging, zfifterwijlhy diefcheen dides. te verbergen. Men fchrijft ook van Thuadtdes : als hy in zijn kintsheit Hero-

ZJetinFo- </oflf zijn heerlijke hillorien , in een byeenkomftder Olympifche Spelen, iyns Biblio- hoordej >pzeggen, dathy, als door een dodlijke drift, daeroverween- ijeky Dio- j^^^ 't welk Herodoot merkende den Vader van Tbucidides daer over aen- ceWwwj, 00^ ^pr^k , zeggende: ó Oiorus l wat grooter trek en helde merk ik in uwen KjmtrArius Zoon tot de Geleerrheit, overwaerdich dat men die door goede onderwij- zingen aenvoede. Maer Herodoot zach dit zonder twijfel uit meerder om- ftandicheden, diehemdenbecjuamenaerten hoogen geeft van Thucididet ontdekten. Wanr her zouden niet al ihuadtden zijn, die in'taenhooren van hiftorien weemoedich wierden , fchoon 't een teyken van opmerken is : noch ten zijn niet al Herodoten , die de driften der jeugt waerneemen. Daer- om acht ik het noch geheel zwaer te zijn , de natuerhjke bequaemheit in de liikednft"^' j^ugt tot de konft te kennen: Want dat fommige in de Schooien, inftee- de van fchrijven , zich met mannekens en beeltkens te maekenbezich hou- den, geeft wel eenich vermoeden van een natucrlijke drift, maer is al te onzeektren gront om op te bouwen, en dacrom tegelooven, datzy'er rechtbequaem, enalstuegeboorenzijn: want ofhet wel fchijnt, datzy daer door tot de konft fchijnen te neygen , zoo wort 'er een keur'ger proef vereyfcht, om haer geeft rechtte kennen; naeinentlijk, of zy dier in ten eynde toe wel zullen volharden; en zich tegens allehinderpaelenaenkan- ten. Wantikhoudevoorgewis I dac de genen « diemenbelucexikan,

de-

Het eerjle Boek. 1 1

dezelve met hart en ziele te volgen, tot de zelve onbequaem zijn; zoozy anders eens de zoeticheit dacr van geproeft hebben. Volgens deze fpreukc :

Du men van de Konft kan houwen ,

Machmen die niet toevertrouwen. lAj gedenkt zeer wel, dat zeeker mijn Voegt, in mijn jeugt, als mijn Vader geflorven was, iny de Schilderkonlt met zoete reedenen afried, en een ander beroep, dat hem zeekerder fc heen, met fch-jnbaere woorden aenprees. Matr iDy dacht, f choon ik no..h geen veertien jaerenoudt en Wras, dathy my als uit de zalicheit wilde trekken, cnalsinflavrny doem- de : want ik had de helft van mijn leven reets in dienft van onze Euterpe ver- yolhardca fleeten. Dezckerfrewegdanis: datmen diegenen, darrmen die natuur- blijken, lijke drift in vermoed, den toom vicre, en hem tot hetleerenvaad'eerfte beginfelenderTeykcnkonftbeftelIe, En hitris zoo veel te minder gevaer in , van de tijd en keften te vergeefs te fpillcn ; dewijl de Teyken- konft, gelijk reets beweezen is, tot alle beroepingen dient. Welaen, den nieuwen leerling heeft zijn cerften yver betoont, en al eenigen tijd daerinv«Jhart, u dunkt ook, volgens de gemeene waen, dathydapper toeneemt, en vry wat wonders te weeg brengt: nu wort het tijdeen an- dere rol re f pcelen, met uw beft te doen , om hem, doch met befcheyden- heyt, van i-eeze verlokkende 5/rffw af te trekken. Indien hyu lichtelijk in- volgt, enditfpeelegaenmoeis, zoo ftel u geruft , en geley hem tot wat anders aen. Maer is't dat hy ftant houd, en daer niet af te fcheuren is, jae dat liy van alles walgt, wat men hem ook aenprijft, zoo mach mendenken, dathy op de konft heeft beginnen te verheven. Slaevry toe, en leert my j j flcchts , zey t Diogenes , tegen den Leermeefter der wi jshey t , by Comeniusy Hontlhen nae dat hy verzocht haddc onderweezen te zijn. En fchoon hy ook in de/e Diogtmx proef bellandich is, zoomoet gy noch naeder onderzoek doen , en hem de induitsver onmetelijke hoogte der konft voorftellen , proeve van zijn gedulr nemen , *'*'}^ ^°'"'

cnzien, of hy niet veeleer, door een vadzigeloflïcheit, van zijn meede- T'^P^'''"u leerhngen verleyt is , dan dathy, recht op de konft verheft, dezelve ^'^ ''^'"' met een leergierigen yver navolgt. Gelukt u dit ook , en ziet gy hem ganfch verflingert, wel aen, zoek hem nu, eer't te laet is , een keurich meeliet uit, en laet zien hoe hy hem, ontrent zijns gelijke keurlingen, zalaen- ftellen ; want deeze zijn noch niet alle tot Meefters voorfcnikt.

Onzen Fabritiusy mijn meedeleerling , ftelde my in onze jeugd deezc vrac^ voor :

Welk zijn degewifte kenteykenen , en vruchten van den geeft in een jong leerling , < m een gnet Schilder uit te verhoopen /*

Ikantwoorte; na de maereiDijnsbegrips in dien ouderdom: Kentcvkc-

Dat hy niet alleen Ichijue de konft te beminnen, nuvr dat hy in demio.

B i daet,

iz E U T E R P E.

daet, in de aerdicheden der bevallijke natuur uit te beelden, verliertis. Dathy nier alleen het doode lichaem derkonftbeooge, dat is trant te vol- gen ) en te doen als andre > iiiaer dat hy op de ziele der konft als verOingert is: dat is, de natuur in hare eigenfchappen te onderzoeken. Hy is nijdich dat een ander iets, hem onbekent, weet , hy fcnaemt hem vaniemant ietsindrukkendtr wijze te leeren, en zoekt alles door eygen arbeit uit te vinden. Dit was mijn antwoort te dien tijde, toen ik fomtijts , door ineefters onderwijs verdrietich, my zelven zonder eeten of drinken met traenen la.tde, en niet eer van mijn werk ging, voorikdeaengeweeze misflach te booven was. Maerwat verder de Kenteykenenvaneenbequa- me natuur aengaet , de gaven zijn veelerley en verfcheyden , en 200 veeler- leyzijnoDkde byzonderheden onzer konft. Maer ik zoude niemant toe- laten , ten ware ik in hem eenen zeer bezigen en befpiegelenden geeft be- fpeurde.

Nu zoo heeft de lichamelijke gefteltenis ook fommigc, als Rijk^met den Stelt , voornoemt , tot de konft genoodicht. acn'fSchil- De Redenaer Mfjf/^/dgafvoor, en'twiert vanilagtt^Witoegeltemt, dat- deren bcftdt. '"Cn Q^Pedius, die Itom geboren was ,wcSchilderkonft zoude leeren: enfe- dert heeftmen meeft alle ftommen , onder luiden van aenzien , tot de Schil- derkonft gevordert , even gelijkmen gemeenlijk de blinden tot de muzijk offpeeltuigen alderbequaemft acht. Zeker, ik kan wel zien, dat'crvoor ftommen niets bequamer , dande Schilderkonft is: maer dat de ftommen daerom juill al tot de Schilderkonft zouden bequaem zijn , volgt niet. Wel iswaer, dat den zin van 't gezicht , door die van *t gehoor min belemmert, by hen krachtelijk werkt , dewijlze meeft al doof zijn ; maer 't is hen veel ongelegener wel onderwezen te worden. Immers ik achtzebequaem genoeg om in ee-'ich by zonder deel van de konft uit te munten. Maer om algemeen te zijn , mocht hen licht veel ontbreeken. Die tracg Zommige geeften zijn , gelijk Plutarchus vanden jongen Kato getuigt,

begrijpen zwaerachtig van beeriio , want als hybeftont te leeren, werd hy hart van ecmccDli k v^rft^nt gevonden, en traegm het begrijpen : maer het geene dat hy ook beftdacrdc eensgelecrt hadde, onthielt hy zeer wel, en had een fterke memorie, gtzwintftc gelijk gemeenlijk in alle andere bevonden wort : want de gene , die den geeft geeitfnycel- vaerdich en levendich hebben, zijn gemeenlijk kort van onthout, en die vannicmory Zekerlijken met arbeit leeren, behouden veel beter 't geen zyecns begre- zijn. pen hebben; overmits dat het leeren is, gelijk als een verwarmingeen ont-

ftekinge voorde ziele. Men bevont Kato ook niet licht van geloof, want fchoon hy zijn meeft er wel gehoorzaem was , en al deede wat hy hem beval, 200 vraegdehy hem nochtans altijts naden waerom, enhy wildede oor- zaek en de reeden yan aUe dingen weetea £a hier door fcheen hy te trager

te

Het eerjle Boek. i^

te zijn I om een zaek te bevatten. Want het is klaer , dat het leeren zoo veel is) als eenigeindrukkingete ontfangen j waer door het gefchiet, dat de gene, die mm tegenhouden, lichrehjxtgeloovcn; daeroinzijn de jonge luiden lichrer dan d* oude te raden , de zieken als de gezonden , en in 't ge- meen, hoe het geenedat ftrijten twijfelt, zwakker is, hoe het beter is te overwinnen j en dien volgende becjuanier om eenige leeringen op goet ge- lood te begrijpen. Maertotde algemeene Schilderkonft zoud' ik echter de vaerdichrte van begrip voor de gene, die goet van onthout zijn, verkiezen: dewijlzemeer eenvaerdige daedlijkheit , dan een te befchreumds nafpeu- ring, vereylcht. Als ik mijn meelterRfwir^wreensIaftig viel, mette veel vlugge gee- oorzaek vragen, zoo ant woorde hy zeer wel: Schikt u daer nac, dat gy 't gee- ^^n z'JQ ne gy alreets weer , wel leert in *t werk ftellen , zoo zult gy de verborgent- ^yj^^^^^Qj heden, daer gy nu na vraegt, tijts genoeg ontdekt zien. De regels der ^c algcmee- onderwij zingen, alszewaerachtichzijn, ftraxtegeloovenennatevolgen, nc Schilder- wint veel tijt uyt i maereentwijfelendcn leerling ftaet ftil, en blij ft doch jj?"^^* onmachtich om van de waerheit te oordeelen. Maer tot eenich byzonder „^H^^^. deel van de konltzouwd' ik eerder een zwaermoediger geelt gedogen. Want zondere deze zal met meerder lijdzaeraheyt de zaek , die hy voor heeft te leeren , ten deden, eynde toe uit behartigen, en niet zoo ongeftadichen wifpeltuerich van 't een op 't ander vallen. Want fchoon de vlug'^c geeften rijk , aerdich en fcherp zijn, en wel te recht by een fcheermes geleken worden, dat fijnen dun van metael '\% ^ maer lichtelijk gaet omliggen: Zoo zijn dieloch entraegvaa begrijp zijn, gelijk eenbijl, die taeyen zwaer zijnde, alles doorklieft, wat'er voor komt. En hierom zijn de Italiaenen beter in't gros van de konfl: maeronze Nederlanders, die niet zoo vlug van geeft en gedachten zijn> maer aerdachtigeren kouder, zullen 't den Italiaenen in eenich byzonder deel , daer hun natuer toe neigt , zelden gewonnen geven.

ira-

TWEEDE HOOFTDEEL.

Van 'VToeg te beginnen , nae goet onderwijs te trachteny en *t zelve wel in 'r werk te ft ellen.

Yders , Htn takj'te tot een haekj^alpajfen , moet vroeg beginnen krow Vroez cïe r^K'^/ffnCzeit iemand) daercmmoetmenhemjdieeenbchilderzal ^°"^ ^^ ^^^ worden , al vroeg aen de kunft voeren. De Romeynen hadden &'""^"' een wet » die de kinderlijke fpeeltijdt bepaelde , Cu aldus

B 5 Een

luide:

DOL

14. E U T E R P E.

Cewifcg- Een zoon den jacrenoudt zijnde, raoetdanalle kinderlijk bedrijf reriae- gcndc jon- (gn , cn hy ver mach niet meer leedich langs der Srraetcn te gaen ; maer de gclingcD by ^^ j^jj qJ voogden zijn gehouden hem buiten de vry heidt der Stadt te beft el- len, om geleert en onderwezen te worden , 'fzclf borgen te blijven, dat hy niet onbthoorhjxoit zal bedrijven; op verbeurte van haereeyj^enc vry- heden. Dit was algemeen voor de vry^eborejonkheit, hoe vet 1 te meer is de Schilderjcugt gehouden vroeg op te zijni' Wjnt niemant kan, gelijk Cicero zcyz f volleert worden , tenzyhy vroeg acn 't leerengaet. Daerde (preukcookweloptcpaskomt, alsmenzeyt, Hy heeft van kintsbecn af J ai n de konlt geweelt. Want de dingen, die men in de jonkheyt leert, wor- den, gelijk Ireneus zcyt, zoo valt in de «jeheuggenis geprent, dat.uenze niet lichtelijk vergeten kan.

Onder de kentey kenen is dit ook geen van de ininft^ , dar de genegent- heit tot de kon/t zich vroeg openbaert. GoltüU' , zeeven j.uen oud zij idc , bcteykendc mueren en wanden , jawacrhy maei by kon: eneenander, de Iconlt niet vremd , fchilderde met zijn eygeng;cl, kenbare dinpen, toen hy noch in de lange rok liep. Niet minder is het blijken van onyerdrootc naerHicheit j Taddco Zucherowu zoo verlieFt, toen hy een jongen was, indedirigenvan Ji4/<ïi?/nateteykt'nen, dathy» zich zelfs vergeetende, in de Lozien van Giji, ofwaerhy zich vond, bleet flapen. En Jofeph van Ar- fiu9 vergat, door grootenaerÜichcit, zijn (x>rrjtsbroot;jen «^eheelop te (Ccten, alshyuitteykenenwas. Maer zeekcrdtr kcnteyken gaf Mü7;ifi A- gnolo, toen hy een jongen was ; want ziende een zijn meedcdifoptl eeni- ce gekleede vroukens , met de pen geteykent van haer meefter Gnllandujo , Kopijceren, nam hy een grove pen, en gaf een van deezemeelfers vrou- kens eenen anderen en beteren omtrek; wtlketeyk.ningdaeroin, als een Warjeoaer- wacrdich gedenkbeelt, naderhand bewaertwicrt. Macr hier toe en is hy ftichdt Tci- niet zonder groote naerfticheit , in die dry jaren , die hy by deczen mcefter ■*«^ leerde, gekomen. De naertticheitmaekt het zware licht , en do »r vlytich hand aen 't werk flaénbereiktmen zijn voorneem jn. ^^ü/rppffVi leerde in eenen nacht zoo veel fchrij ven, als hem tot her geeven van quijtfchrift van noo- den was. Titiaen wps t* zijnen twalef jaren al zoo verre geraek , dat hy zeer gelijk konterfeyte: enhair, kleederen enzyden zeer n^tuerlijk, en het vlees zeer vleesachtichkoloreerde: ja zoo, darmen zij 1 werken voor die van Giw^iön^ begon aen te zien. Maer wonderlijk was her van onzen Luk^s vaQLejfderty dat hy, negen jaerout zijnde, printen van zijneigen werk en uitvinding uitgaf. HySchilderilet' zijnen twalef jaren van waterverwc de hiftorie van 5/ Htttfrr , enkreegdaerzoo veel gourguldens voor, als hy jaren haddc, 't Zijnen veertien jaren fneed hy den Mabomet , die door dron- kenfchap een monik vermoort heeft ; een zeer aerdich Ituk. t' Zijnen vijf- tien

Bjtooier kindcrtey. kcQblijk.

Naerftic- kcits blijk.

Blijk Tan OoidccL

ITet e erft e Boek, i ^

tien jaren de ronde pafl*y , die zoo zwacr te bekomen is : en Et Teunls bekoo- ring; als ookdic wondeilijke p4«/«> bekeeringe. En 't jaer daer aen , die zeer aerdige Ecce Homo, Werken , die hem den naem van een groot meefter, eer hycei. hair om den mond had , watrdich ii.aekten. Deeze vohnaekthe- den, zeeker, zijn hem niet anders, dandourgrootenvJijten nacritichcit toegekomen: hebbende noit ander kindcr/ptcltuig, als kool en krijt, pen-. p'.nreeiengraeFvzcr, cndergehjke, gebruikt. Zijn makkers waren Schil- ders, GlacHchiijvers, en Drijvers. Hyknooptt de nachten aen de dagen; en wasnoit vcrzaed van teykenen: ja rot nadeel zijntr gezontheit. Nie- mant behoeve de voorbeelden van den llordigen Mabuz.e, den zwelgenden Frans t bus j of den ongueren £ro«/*'fr , tut voordeel te neemenj wantce* ven deeze , hebben hare jeugd met groote naerfiicheit doorgebracht. Ja niet minder ah Pier tjn del Vage , die armzijnüe, de halve weeken voor de Schil- ders a-beide , belteedended' andere helfr, en de heyligc dagen tot alles na te teykenen, wat hem dienltich dacht : verdragende geduldich honger en ongemak , om eens tot den top der konff te geracken,

üeNatuerlijkegave vaneen bequamen geeft , mach we! geleken wor- ^ri,|ic7' den by een vruchtbaren akker : maerhet onderwijs is het zaet, daerde gavcgoc« ware vruchten van te verwachten ftaen. Die dan door een geduerige oeffe- oodciwijt ning, en geduldigenarbeit rijp worden. Jahetgcbeürtfomtijts, dat fom- *'^"^^'''* mige , fchoon (ober van geelt , door 't wel waernenien van goct onderwijs, zich de konit als met gewelt eygencn : daer bequame geelten , door gebrek van 't zelve, gelijk dageiijx befpeurt wort , breekebeenen blyven. Min rochmeer als er vertelt wort van L^curgushondcn, Want als dezen groo- Wathcnel- ten Wetgever , aen zijn gemeente van Sparta , betoonen wilde , wat de op- ^^ *""i»c'^- voeding en gewoonte tot eenige deugt , ot wel aenleyding en onderwijs tot eenige konIt , vermocht : Zoo llclde hy den volke twee honden voor, d'eene was vancefltchteenhazewint, en af komftich van een zeer goeden en vcr- maerden aerr , maer alleen gewent in den haert luy en ledich te leggen ;d'an- der was van een flechte en ongeachte foorte van honden ; maer van jongs aen op de jacht gehouden en gewent. Daer op liet hy uit een kot een wakkeren haeslos, en meteenenfteldehyeenpot met eenige huiskoft daer ontrent; toen zachmen dat den geboren Hazewint, zijn gewoonte meer dan zijn na- tuer volgenile, tot den pot litp: mier dat den anderen, die rot de jacht onderwezen was , het wilt volgde, en ving. Zoo veel vermach de opvoe- ding, aenvoering, en onderwijzing 3 hoe veel temeer voordeels zalze te weeg brengen, daer van natuere wegen een vruchtbare ader vloeit. Hier op paflen Horatius verzen zeer wel , in zijn dichtkunft : want wat den Poëten aenL,aet, betreft ook de Schilders.

Of

i6 E U T E R P E,

OftnendoorWetderKonfl, of door Natuur leert dubttftt h onderz^ocht : Maer dat de Konfl iets goets ilouip fticbten i Kan ik^niet zjen ; indient.* een vruchtbare ader mift : M onderwijl Natuur ook^y door geen Konjlgejle epen y z^ich vergif,

tlkanJcr bc- Blkjifcht des anders hulp , z.ji pajftn hey te [amen,

hoore 1 te lAaer die zjjn oogwit wil beiejfken , moet üchpratfien

verzdlcn, Van jongs op tot veel doen, ontz.iende hett' noch koutP ,

En dat hy zich van wijn en minne Cpel onthouw, Maer om deze vraege, of dekouU grooter baet van de natuur , of van de leeringe heeft , te beantwoorden, zoo is te weten ; dat de natuur zonder deleeringeveel vermach: en dat in te_;endeel , de leennge zondereenige _ hulpe van de natuur, ydel en te vergeets is. Maer wanneer middelmatige

endcLcerte- gaven der natuure door leeringe geholpen worden, zoo fchijnt de natuur gcnelkande- zich te beteren , en geeft uieer uit, als't verfhnt begrijpt ; daerenregen revergelc- zullen uitmuntende geeften , diedevolmaektheytbtkimi.nen, meerdanks ' aen de leeringen, als aenhaere ingeboreneygingen, Ichuldich zijo. De

dorreenonvruchtbaereaerdebefpotdenarbeytdes belten boumans: zoo is het onderwijs niet daa Roozen voor de verkens, als tren'taen iemant veripilt , die noch luft noch ooren heeft. Zoodanich een leerling zond ik laetlt zijn ouders t' huis , maer kreeg ondank van die bootfchap » dieze door blinde liefde eerft gelooven zullen,als *t te laet zal zijn. Een vette gront geeft fomtijts ookweeligh vruchten, fchoon niemant de hand daer aen flaet. Maer nergens na half zoo veel , alsze wel , door de naerlticheit des bouwers geholpen zijnde, zoude kunnen draegen. Zoo is de konft, die van de Braeflte vernuften , zonder meefter, zonder onderwijs , geocfïent wort, gemeenlijk vol doolingen. En deze Konftenaers , diedwaeflVlijkfnorken en pochen , dat zy , zonder van iemant geleert te hebben , geleert gewor- den zijn, zijn even als een Schip, dat zonder roer of pyloot in de wilde Zee doolt, en niet en weet , werwaerts het zijn koers zal zetten. Zeker, datzevry briefjes aen de Kofter geven om te bidden voor perloonen, die op eengevaerlijkereyze, ofop den doolwech gerackt zijn. En te meer, de- ivijl dusdanige perfüonendikwils met zoo milde gunlten van de Natuerbe- gaeftzijn, datze de hong^fte trappen der konlt machtich waren te beklim- Afsookdc f"en, indienze door goede leitslieden waertn beftiert engeleyt geweefl. Theorye en Dit zelvevcrfchü wort ook gedongen onder de nneuei- van Theory en pra- pradijk. öijk. A'anneer men vraegt , of de konfl: meeft door Je leeringe , dan of door de oeffeninge geholpen wort? Waer opwy antvv^orden , darde leeringe zonder de oefFeninge nietich is. En fchoon de oeffeninge zonder de leerin- ge fomrijrs wel iets belooft, dat de konft tot geenderley volmaektheyr kan rij ^en , ten zy men die geftaedich octftne, en nae de onfeylbdtreicgels d^r Icere beftiere. Terwijl

mm

Het eerfie Boek, i y

Terwijl ik tot Wcenen aen'tKeyzerlijke hofv7as, 200 fchrcefmy een mijner Difcipelen uitHollandt, dat hyde gemeene regels dcrKonft wel kende, maerdathethem ontbrak in de voorgangen van andere, die reets vr.,^

aar in meelters waren, te zien. Ikichreef hemtotantwoort: dat hem dit w«t, moet noch te vroeg was , dat het gerucht dat 'er van hun ging, hem beeter van men gewen, verre zou aenporren, als vannaeby, dat zyniet dan door naerfticheyt en "^"i,'"'a het wel in 't werk ftellen van goet onderwijs , brae ve baezen geworden wae- j^" ren. Vorder vraegde ik hem : of hy met naerliichey t ook dageiijx zijn groot- fte vlijt in 't werk fteldej' Of hywelooyt eenteykening met rechten aen- dacht hadde geordineert ? De lydingcn, beweegingen, fchaduwen en daegen , op 't fchoonft , en zoo als hyze hadde kunnen op 't beft verzinnen, had waergenomen ? En of hy wel oyt zijn vermoogen eens geheel en al had uitgeput ? Ik vermoede van neen : en beval hem eerft zijn vermogen ganfch en gaer te gebruiken, en veroorlofde hem dan vry rondom te zien, en de ' meefters te bezoeken, die in andere oorden zoozeer beroemt waren. Maer dewijl hem dit noch niet en voldee , en hy my de luft van over d* Alpen re klimmen, en Italien te bezoeken, bekent maekte: 200 fchreefik hem daer op den volgenden brief.

Het klinkt my vremt in d' ooren , mijn broeder (want deeze was 't , wiens Lijktejiktn noch tot Weenen in de Heilige Kruisgang te zien is) dat gy alreedc fchijnt te befluiten van het vermaert Italien entrotze Roomcnte willen 2ien : vermits ik niet en kan begrijpen , door wat grontreeden u dit als noch ncotzaekelijkis. Zeker 't is zotheid te veranderen, wanneermennietzee- kerlijk weet te 2ullen verbeeteren. Gy moet deeze fpreuk voor vaft houden engelooven:

Men trekt geen nut uit £ oude kunfi Voor datmen fiaet in Fallasgunjl. Envan gelijken deeze waerfchuwing: Wiltgeu in Roome recht verz^aeden. Zoo trek^ daer heen met kunji gelaeden» Want de dingen , die een hoog befchouwend verftant verey f chen, zijn aen d'onbedreve en duiftere oogen onnut , en worden onaengemerkt voorby ge- Al te vroeg treeden. Ik heb meede bevonden, dat de geene die zich te vroeg be^eeven, ^^^''^''ec- om met een fpits oordeelde fcherpftetwiftreedens derhooge konftop een '" hair te deurklieven, zoo diep als in de letterkennis derzelve verwarden, dat zy daer nae onbequaem bevonden wierden rot het in 't werk (tellen van Dus moet het minftevan'tgeene zywiften. Dewerkdaedige wetenfchappen verey- '"^"'"ch- fchenoeffening, en hetdoenzoo welalshet verftaen : Wantdiedehande- ^" '^"" ling ontbreekt , en dezelve niet nae tracht, zal een breekebeen blijven, kunnen fchoon hy al wift j wat 'er tot de kunft behoort. Daerenteegen die zich be- doen.

C vlij-

Men vind «veral ftof.

iMetam: Ub.9.

18 E U T E R F E.

vli jticht om wel te doen , zal Je kennis licht aengroeijcn , of hy zal zich ten miulten bequaem maekenom diet'ontfangen. Het is inde Schilderkonft een daegelijxfe ziekte, dat de leerlingen deniiddeimaet te buiten (lappen , 'tzy datze meeflers inde mont worden, of datzeflechts uit gewoonte en 2onder verltant de gemeenc fleur volgen. Men moet al 't geene men weet , letren in 't werk liellen , en al *t geene men ter handt flaet , poogen te ver- ftaen. Endit kuntgy.in'tvaderlant alderbeft behartigen, berey u daer, als ind'eerlte fchoolen, inde grondregels, om daer naeinhoogerfchoolen tot hooger bcfchouwingen bequaem te zijn. Leer vooreerft de rijke mtuer volgen, en watVrinis , naebootfen. De Hemel, d'aerde , de zee, 't ge- dierte, en goede en booze menfchen , dienen tot onze oeffening. De vlak- ke velden, heuvelen, beekenen geboomten , verfchaffen werx genoeg. De Üeeden , de marten , de Kerken , en duizent rijkdommen in de Natiier, roepen ons , en zeggen ; kom leergierige , befchouw ons , en volg ons nae, Gy zult in 't vaderlant zoo veel aerdicheit , zoo veel zoeticheit , en zoo veel waerdicheit vinden , dat, alsgy 'teens welgefmaekt had, gyuleevente kort zoud keuren , om alles wel uit te beelden. En in deeze minfle voorwer- pen kanmen al de grontregels leeren in 't werk ftellen , die tot de alderheer- lijkfte dingen behooren. Daerom weeft zoo nieuwsgierich niet , en gelooft vryelijk, dat de natuer u daegelijx dingen voor oogcn itelt , die gy van ganfcher herten zoud zoeken op te fpeuren, indien gyze maer eens gezien ha It. 't Is waer , Italien pronkt met duizent ftatuen , daer de konft zich op 't alderfchoonft , en op 't heerlijxt in opdoet. Maer watraekt dit u , die noch nauliix het gemeene leeven te volgen machtich zijt f deeze voorbeelden zijn u als noch zoo nut , als aen de jonge fchoo- lieren en taelleerlingen dehooge gedachten van Ariftotelesen Plato : zelf d' Antijken te volgen heeft fommige in kettery gebracht. Ik vreeze zelfdatgy, terplaetfe, daergyzijt, van ons onderwijs, in 't naevolgen van de natuer, zult afdwaelen, en andere naevolgende, vanden rechten weghgeraeken. Derhalve vermaen ik u , dat gy ufchikt om wel te doen. Op dat gy in 't toekomende met Hf r;^tt/n, byNaz.o, moogt zeggen:

Veel klappen geit' er niet , om ons verfchil te jlechten ;

De handen moeien 't werkjn met de tong verrechten. Dat \iy een ander met veel woordtn voer de vlagb j Met daeden toon ikjat men my niet overmach, Maer wat nutticheit het (laedichbey veren vandeurgaenswel te doen, in- brengt , zal in 't laetfte hoofdeel van dit boek, en elders breeder > vervolgt worden.

DER.

Het eerjie Boek.

lp

DERDE HOOFTDEEL.

Hoemen met ordre te leer en heeft.

Erfle beginfelen der konfl:, om niet verdoolt ce loopen» moeten op een gewifle ordre geleert. worden. Maer men vind ondcrtufTchcn nu noch luiden , die in twijfel trekken, P^l '^'"^'^?'''' of'er ook regels en wetten ten aenzien van de bchilderkonlt "^,fl" ,è° I , , ziin? dan ofzy alleen door zien doen, nadoen, en door 't gds bcftact.

oeffenen der bequaeme verltanden , geleert wort? Tenluflmy niet op alle twijfelingen te antwoordenjmaer hope in dit werk te betoonen, oat de Schil- derkonft , niet min dan eenige andere vrye konft , in vafte en gewifle regels beltaet. Endatze, hoewelze veel zwaerder als eenige andere in de uitvoe- ring fchijnt, gehelijkt* ontleden, en vanftuk totüuk, door onderwijs, ten einde toe uit te leerenis. Maer dat iemant denken zouw, datmen hem *t verftant der zelve al teffens zoude kunnen in trechteren , of dat hyze in al zijn deelen zoo teffens zoude kunnen bevatten, die zouw zich bedrogen vinden. Sentonuiy als hy de oudeLufitaenen beduiden wilde, datdemacht der Romeinen, hoe groot zy ook was, dooreen mindere macht was uitte roeijen, liet twee Paerden brengen: het eene was kloek en flerk , het an- dere mager en' teer i aen 't magere paertfcelde hyeen jong fterk man, en aen 't ander een ongevalligen ouden j bevelende elk van hen den ftaert van 't paert, daerhyaengeftelt was, uit te trekken. Hier op begon den fterken jongeling den ftaert van 't zwakke paert vattende, te trekken, zoo lang tot hy moe was; niet meer te weeg brengende, dan dat hy, zijn kracht te vergeefs gefpilt hebbende, van ald'omftanderswiert uitgelachen, Maer ^'^'"^f den ouden man trok op zijn gemak den geheelen ftaert van 't fterke paert uit, SenTe^Icc- nemende maerweinich hairtjes teffens , en zoo veel tijts als hem van nooden ren zijn. was. Zooookmoetmendefchilderkonft, enalle vrye konften leeren, by leeden of trappen, ja als met hairtjes uitpluizen. Zoo groei jen dan ook de krachten aen, en men wort alsfterkerenfterker, en men krijgt eindelijk '[vermogen, van 't geen als ondoenlijk fcheen, en nochtans door gemak- lijke weegen en regels, die ook onfeilbaer zijn voor dieze vaft hebben, te weeg te brengen. Wie zouw niet verwondert ftaen . als hyeen out man (als weleer ^rf/;/Wfd«' zach zitten, en hem, op zijn gemak, een inftrument met veel raderen en rollen met zijn hand bewegende , een groot Koninklijk Schip , boven gewoonte geladen ,uit het water zach trekken , en over 't land

C 2 by

20 E U T E R P E.

by hem komen, alsoft op 't water gedreven hadder' en dit was nochtans maer fpel voor Archimedes , want hy kende yder rat van zijn konftwerk , en wiftwatyder, dus of zoo bewogen , noot/akehjk doen moeft. Maer wat minder wonder is 't, wanneer een braeffchilder zich neerzet, en wonde- ren door de konü doet , die hy te voren in zijn verdant begrepen hebbende , verzekert, en met groot gemak , door de gewifle kennis der wegen , te weeg brengt f

Om dan wel ond rweezen te worden, zoo moetmen een goed meefter En hier toe Verkiezen, die zich de kond verftaet, om van begin af op den rechten een goed wcch tegeraeken. Want ik hebbe dikwils bevonden, datdejongers, die Mccfterte by eenichbrodderhaer begin genomen hadden, bezwaerlijker hare quade manier konden verzetten, alsofzy eerft van begin af zouden geleert hc^b- ben. Ik zegge, tot trooll der ongeoeffende, met Deskdrtes y dat, gelijk menin'treyzen, als men de rug keert na de plaets, daer men zijn wil, zoo veel temeer daer af verwijdert, hoe men langer tijdt neemt en gez winde- lijker voortgaet, jaezoo, dat men, fchoon men naemacls op den rechten wegh geraekt, niet zoohaeit ter voorgenome plaets kan koomen , alsof men tevooreniet gegaenhadt; dat men, zeg ik, als men quaede gron- den of beginfelen heeft, hoe men hen meer bearbeyt, en naerftichlijker zich daer toe begeeft , hoemen verder van de waerekonftafraekt. Daer uit ik dan befluitedat een geheel groen en ongeleert Difcipel , die noit hand aen't werk floeg , alderbequaemfi; is , om door goet onderwijs in korten tijdt gevordert te worden. Ja ik heb zelfs bevonden dat jongers , die alleen by haer zelfs hadden aengevangen te teykenen, van de quaede manier, die zy reets hadden aengenomen , fchier nimmermeer waren af te brengen. Een aerde pot , of ander vat , Zuigt graeg den geur van 't eerjie nat : U)Verkla- Ents diefierkj ofriektz^ebangy

yjf^ae D. Zoofiinki de pot ^n leven lang.

Eraffni,op Wy zien aen de Schilders ^ zeyt Erafmus {a) dstt zyom minder loon iemant Manus leeren, die ganfch ongeleert is, dan die van eenander Meefterqualijk is f^i'***, onderwezen; vermits dat men in den ongeleerden niet dan eenderley ar- moite net ^'^'^ '^^^^ * maer in den qualijk geleerden dubbtle moeite heeft , want men qualiik ge- hem eerft het geen hy geleert heeft, moet ontleeren , en den arbeit van ont- Icedcwe- leeren, valt moeilijker, als van eerften af te beginnen. Hierom vrae^de d rom te den beroemden Fluitfpeeldcr T/wior^fHi, alsmenhemdifcipelenaenbrachti Schilders als of zy 0(jk eenige beginfelen van fpelcn hadden s* want hy begeerde twee- Dichtets mael zooveel van degenen , die reets by iemant anders hadden aengevan- moeten uic ^en , als van degene, die niet met allen en konden. Derhalven zeg ik fte- cude nocheens, die by een brodder begint, lijd gevaer vaneenbrodderte wor- '' ' ' den

Het eerjie Bock. 21

den, en wat is'erfmadiger voor een £dcl gemoed, als inhetgeenemen by de hand neemt, zoo wijd achter te leggen , en voornamcntlijk in de Schil- derkonlt ? voorwaer niet min walglijk als llecht in de Poëzie te zijn , 't welk JioraüUi dus bettraf; :

Een taemltjk^ Rechtsgeleerde of Yoorfpraek.i

Hord nochgelcen : Macr om wat oorz.aekji Zoudge een niatr taemlijl^ Dichters grol ver draegen. Die Godt noch Mcnfch noch 't Schouirburg kan hehaegen ?

Zy walgt als vals Muz.ijk^, en 't [meeren

Van Kompojiinefigers , jrel t'omheeren. Het is een groot afzien , dat Princen en Vorlten door flechte Schilders zoo Cecn brcJ. wanltaltich verheelt worden. Alexander wilde daerom niet lijden, dat zijn ders tot itrs beeltenis van eenich brodder gemaekt wiert. Maer hy veroorlofde al- ^crhcvens te leen aen Apelles hem te mogen fchilderen ; aen Lifippus en Polikjetus hem ^^ te fnijden, of in koper te gieten ; enaenP^r^ofc/w zijn afbeeldmg tegra- veeren,

DeThebanen en wilden ook geen flechte Schilders in haere Stadt dulden, en haere Wetten veroordeelden de konftenacrs in een gcltboete , wanneerze haere werken niet zoogoed, als hun mogelijk was , hadden uitgevoert.

Mach u nu, ó Schilderjeugt ,een goet Meeller gebeuren,die u den rechten wech wijll:, zoo is 'er hoope van fpoedige vordering. Deze zal miflchien het futfelboek zoeken , niet alleen om de leerpenningen uit te rekken , maer ook om de konft zwaer te doen fchijnen. Spoed u derhalven zelfs om de on- derwijzingen vlijtich in 't werkte Üellen , want u Meelter zal zooBarba- rifch niet zijn kunnen, dathy, ziende uwen y ver, u niet en zoude willen verder geleyden.

Gy Meefters zult ook in uwe onderwijzingen de natuuren uwer Difcipelen te gemoet komen. Theopompus wiert van zijn Meelter Sokjates met den AendcMcc- toom, maer E^j/jor«i met fporen bedwongen. P/^^ro van gelijken hadde twee leeT]OT\£^ers Arijiotelesen Xenoktatesy waer van den eenenzeerlangfaemen zwak van verltandt, maer den anderen zeer leerzaem was: waer over hy placht te zeggen : dat hy deneenen, als een willich paert met den toom, maer den anderen als een traegen Ezel met den prikkel bellitrcn mo(}. Zoo zult gy ook den dezen met kracht opVekken , vermits hy wel hart van begrijp is , maer echter zeer bequaera om het bcgrcpe te bewaeren. En den geenen, die den geeft: te vlug is, zult gy inbinden, opdathy't geene hy geleert heeft , mach behouden. De korzelhoofdichcit paft: ook den Meefter niet, maer hy fr hikke zich Sarpcdon tevolgen, waervan i,j(;ato-'an Tlutarchus zeyt: dat hy de redenen vaerdigerhadde, om zijne Difcipelen te Lrj,f4, onderwijzen, als de vuill gelicht, om hen te flacn. (Jok en zouden ^y

C 5 juilt

12 E U T E R P E.

juift niet al 't gedult van Dfogenes hebben > en zeggen , Sla vrjf toe Meefter , en leert 7nyftecht{y maerontijdichdcn moede opgeven ; want hoe zouw den leerling het gedult keren van een Meelter, die zelfs onverduldichis? Ii««i een Zone van M^rJ^y/tti, en, zoomenzeyt, geteeltbyonzet/r<i«/4, leerde aenHcrcwi^op de Citherfpeelen: maer alzoo hy plomp en hart van begrijp was , zoo bekeef hem den Meelter , en beftont hem eindlijk te flaen, waer over Herculeshcm met ongedult daer tegen verzette , zoo dat hy Linus doodfloeg. Eenjammerlijkeynde van zoo heerlijken man , die verlcheydc Du ieUer- boeken van den oorfprong des werelts, van Zon en Maene , en van de Jingen mo.-- yoortteelingen der dingen gefchreven hadde.

2a?n(fücn°'' Gy Leerlingen hierentegen> zult niet alleen uwe Meefters gehoorzae- gcloovcn. men, maer hen ook in't onderwijzen gelooven. Die uit den mont van zijn Gr.oft.cap. Meefter wat Iceren wil (zeyt H.Noütus) moet dat zelve naekomen, zonder ^ ^ ' eenige onderzoekinge , zoo lange tot dat hy het geenige datter geleert is ,

wel en te recht verftaet. Veele, vervolgt hy, hebben de maniere, dat zoo haeft zy wat vanhaer Meefter gehoort hebben, dat zelve ftraxhaer oordeel onderwerpen , en van de waerheit , eer zy't recht begrijpen , wil- len vonniffen j fchoon hun begrip en oordeel noch ongeoetfent is. Zeeker de Schilderkonft beftaet in wel te doen,en niet in wel te zeggen. Daerom zou- de ik den leerlingen liever, als Pjnhagorai zijn Difcipelendede, eenvijf- jaerich ftilzwijgen opleggen, en een ftriktehjke gehoorzaemheid aenbe- velen , niet om dat zy onkundich in de konft zouden blijven , maer op dat zy eerft te degen het gene hen aenbevolen is , zouden leeren in't werk ftellen. De leerlingen, zeyt Verulamius, zijnhaere Meefters een tijd lang geloove Niette fchuldich, en moeten haer oordeel opfchorten , tot dat zy de geheele kon- vroeg Mcc- ftenwech hebben, en die tijt gekomen zijnde, zoo zijn zy ganich vry. fterzijn , of Dat niemand zich ook te vroeg waene meefter te zijn. Prinuticcioilond na gewin ce 2,es]3.er onder JulioRotttam , en Taddeus Gaddi vierentwintig jaeren onder Giotto: maer den vermaerden P<«w^/ttiftelde tien jaren, die zijn Difcipelen moften uitdienen. Noch dat niemand ook te vroeg na gewin trachte, ge- lijk het veelen gebeurt , die dan als in haren loop door de aenzoetende pro- fijten gefteuit worden; en methet aengrijpen vanhethenneney , hetgan- zeney verliezen. Maer op dat onze voorbereydingen niet re lang worden , 200 zullen wy ons tot het ondervi^ijs der Teykenkonft fpoeden ; voor zoo veel als ons de tijd en luft zal toelaten, tn op dat de loflijke gedachtenis van onzen Vermander , wiens voorgang ons tot dit werk heeft aengeport, geëertblijve, zoo moet dit vers inonze HoUant,fche tael nagevolgt voor afgaen jwaerinde bovengeroerde waerheeden niet onaerdich bevefticht worden.

Ver-

Het eerjle Boek. 2^

Vermaning aen d'aenkomende Schilderjeugd.

OHebes Kr 00 ft ^ en Genius Scholieren , Die vaek^i tn ftee van fchrijven^ uip papieren Met Mannekens en Scheepen en (Jediert Vervulde y 'tfihijnt of u Nature fttert Tot fchilderen , waer toe dan voort uit> ouden > Geen kofi' ontz.iend\ u voeren op' er fchouders.

Men oordeelt Itcht daerfteekt een Schilder in , Dit woord ti haeft gefprooken , maer den z,/» li dutfter i want d'een Schilder is van d' ander Als door een berggefcheiden van mzlkander > Zoofteil dat veele utt wanhoop onder weeg Bez^weeken > eer van tien een iets verkreeg.

Men moet niet licht de jeugd de Konft aemaden > Zj' lokt z.elfs aen , en is tot veeier fchaden Een toorts gelijk^y waer tn de niugge vliegt En z.ich verbram. Den glans der kunft bedriegt Ook^dtku'tls : kuntgj uwen luft weérhouwen , Laet af by tijds, voorkom het fpa berouwen.

De Konft ts een verlenende bireen Vooi veelen : maer Natuer kan ongemeen Vernuft , en Geeft , en Gunft aen iemant geeven > Om anderen metfpoet voorby teftreeven : Dat blijkt al vroeg : het hout dat tot een haek^ Zalwajfen, moei vroeg krommen , die den Draek^ Van Lemen , en veel monfters Zail veripinnen , Moet van de Wieg al aen een Slang beginnen. Is u Natuer z,oogunftuh ? uw beft aen Is lofiijk y en nut reen niet af te raên , Cj z.ult miffchien duor vl^i den prijs genieten > Daer honderden en meer vergeejs nafchteten.

Sla vooji dan , na den Top mU Eedel fpooor j Geef aen Kupid' of ^dc\\v\s gten gehoor. En wilt deflaep en vuige traeghett mijden : De Kunfgodinn en kan geen Minnaer lijden , Die niet geheel z^ijn zwinnen aen er bind. Z^i naetftichfpAtd' en vroeg > tpant tk bevind

Het

Uit Arioftc»

Il E U T E R P E.

Jlet Spreekïpoon vals , datfcbilderen maekt wilder » Hoe grooter geeft intfchilderen , hoeftilder, l^amfchoon m'er weetydiem werken roemrijkjL^n , Die tot den korf, verz^oopen in den w^n , Geraeki zwijnt dit s bekent, dat z.^ eer ft leerden Metfoberheit , en toenz^e zjch onteerden Vervielenz.e ook^y z.et vadz.enAeneenz.j, Be Deugd verftert de konjl : een Eedle ry Van Schilders heeft in deugden uitgeblonken 5 Die door defaem metglory z^ijn befchonken. Daer is een oude Grjixjtertfnel te been , Die duiz.enden van namen gaert by een Derjiervenden , opfedeltiesgefchreeven > In 'tpp van zwijnen rok., dangaet hyjlreeven Na Letbis vliet , enJlroitz.e voort te x.aem In 't water , z.00 dat naul^x eene naem In weezeen bl^ft , hoewel daer kraey en gieren ^ En Ravens en verfcheide vogels zjvier en , Die etntge uit de baeren van 't getal Op grijpen , daer metfchreewen engefchal Meedeurgaen ; maer z.' ont flippen haer, en z.inkenf Een klein getal ontkomt nochtans 't verdrinken Door hulpe van twee zjpaenen , want defaem Ontfangt van hen voor eeuwichyder naem Dergener , die zJch lovenswaerdich quieten , Wiens beuggenis men nimmer z.al vergeeten.

VIERDE HOOFTDEEL.

Van het oogmerk der Schilderkonft s watze is , en te izieeg brengt.

De schilder- konft is de Natuur te verbeelden.

E Schilderkonft is eenwetenfchap) om alleideen, ofte denk- beelden , die de gaiifche zichtbaere natuer kan geven, te verbeel- den: en met omtrek en verwe het oog te bedriegen. Zyisvol- maekt, wanneerzeheteynde, daer P4rr4/i«i vanroemde,bereikt.

die aldus opgaf:

N«i z.eg tkji ts het eynd van onz^e kpnji gevonden, Maer 't onverwtnlijkjynd my baud als va^ gebonden.

Dat

Het e erft e Boek. aj

DAt ikjiiet verder mach ; dus beeft een y der tnenfcb 't Geen hj/ te klagen heeft , off geen metgaet na spenfch. Maer dit eind heeft hy hem gewis ingebeelt gevonden te hebben, toenhy r r < den moedigen Zeuxis bedroog. Want een volmaekte Schildery is als een dcrnatucr, fpiegelvandeNatuer, die de dingen, die niet en zijn, doet fchijnente zijn , en op een geooilofde vermakelijke en prijflijke wijze bedriegt. Den Konftver/inader Agrippa bekent , dat de Schilderkonlt een zeer zuivere navülgfter der natuerh jke dingen is , die eertijts d'eerfte plaets der vrye kon- den in hadde. Ln zeker zywas outstijts, en isnochdeblocnie vanalle Konften : Hierom rekenen onze Poëten haer af komftich van Narcijfust die ^^°^J^ ^" in een bloem verandert wiert. Want wat mach beter rijmen op de fchoone " *""' geftaltenis dezes. jongelingSjzich in de kriftallijnklare fonteine fpiegelende , dan een konftich en wel ge(childert beelt de natuer gelijkvormich. Hierom noemen andere haer ook de fchoone dochter van de fchaduwe. Want gelijk fchajii" de fchaduwe den uitwendigen omtrek der dingen onfeylbaer afpaelt , waer uit gezeyt wort, dat de Teykenkonft haer eerfte begin nam, zoo beelt de Schilderkonft de geheele natuer na. Zy is een gedenkfchrift der voorledene zaken ; een wonderlijke vertooning van't geene ver af is : een Prophetifche verbeelding van 't geen noch te gebeuren ftaet ; en de machtichfte onder alle konften. Waeromze ook met recht het boek der Leekengenoemt wort- Boek der werkende met een doordringende kracht op het gezicht van allerley men- ^"^^"' fchen.

Haer voornaemfte en cerfie grondtregels beflaen in de Teykenkonft, welke zelf zonder verwe fchildert, en de voornaemfte dingen der natuur uitbeelt. Een Teykening, fchoon zonder verwen,alleen in omtrekken,lich- d "reykoi- ten en fchaduwen beftaende , zegt Phtloflratus , verdient nochtans den naem konft. van een Schilderye , vermits wy daer in niet alleen de gelijkenifTen van d'afgebeelde perfoonen befchouwen , maer ook zelfs hare bewegingen, vrees en fchaemte, ftouticheitenyver: en fchoon zy alleen in eenvoudige linienfomtijtsbeflaet, diedejeugt, hair nochbaert, niet en kunnen uit- drukken, nochtans gevenze de geftalte van een zwarten ofwitten menfche genoeg te kennen. Zoo dat een Moor, zelf met witgeteykent, zwart (chijnt , wegens zijn platten neus , kort hair , bolle kaken, en zekere dom- micheit ontrent zijn oogen , welk alles zeer lichtelijk aeneen verflandich aenfchouwerj dat het een zwart is > uitdrukt.

VYF-

26 E U T E R P E.

VYFDE HOOFTDEEL.

Fan de Teykenkonfi.

El te recht begint Vermander van de Teykenkonfi op dezen zin : 'De Vader van veelfchoone konfien is Df Teykenkonit , dievaerdtch en gewis, Betgetn den z.tn berat heeft , uit kan beelen ^ 'Doerfcbnjt bekent m al des H'erelts deelen. Wy hebben boven gezeyt , hoe de 7 eykenkonit niet alleen noodich is aen Tcykfn- Beeltfnijders , Bootfeerders, Gout-en Zilvervverkers , maer ook aen konit, Boumeefters , Timmerlieden, ja aen Veltheeren , Prinfen> of, om met een woord te zeggen, aen alle vernuft oeffenende menfchen ; vermits het gezicht en het oordeel door de Teykenkonlluitermaten verlicht wort. '^'?^"°°" Maer boven al dient zy tot deSchilderkonft, waer van zy zooonaffchey- SchildaJ. delijk is , dat de Schilderkonft, zonder haer, niet alleen gebrekkclijk, maer geheelijk doot en ganfch niet is. Daer de Teykenkonft , zonder 't behulp der verwen , alleenlijk met aenwijzing van lichten en fchaduwen het grootite werk, in iets te verbeelden, machtichis. Waer uit lichtelijk te begrijpenis, dat die tot de Schilderkonft wil geraken, door de Teyken- konft moet opklimmen, en dies te omzichtiger, vermits het oud en alge- meen oevoelen is , datter meer Schilders zijn , die 't aen 't wel teykenen > als.aen't wel koloreeren gebreekr.

Men fteltde jeucht gemeenhjk aen't nateykenen van oogen , neuzen, monden, ooren, en verfchcyderley tronien, en verder, na prenten van 't Principael aldcrley flach. Nu wel aen, hang het geene gy nateikent , 't zy prent of Tey- op te han- kenin^,lootrecht als een Schildery op: op dat gy u gewennen mooght op een g'"- kunftvoeglijke wijze recht uit te zien. Zit fteyl overeyndt , en beurupa-

^^oetczit- pigj.Qffeykenboekmetde liiikerhandtookfteylachtich, op datgyuwoog en hooft in het opzien niet te veel hebt optertaen. Komt u een goede 't Nut uit prent voor, 'ten zal niet altijts noodich zijn, dat gy dezelve in al haer prenten te deelen nateykent , maerleeral vroegh de deuchden der konftonderfchey- halen , Jen_ Qy ^ult in zommige, wezentlijkc en aerdige troonyen , wel geftelde

fchoone naekten of natuerlijke bewegingen, en (tanden der beelden, aer- dige kleedyen en vremdegereetfchappen vinden: in andere, heerlijke ge- bouwen, deurzichten, en lantfchappen , of fchoone paerden, honden of eenichongeaicen dier. Voich dedingen, niet alleen, zoo als gy die voor u ziet » maer onderzoekt zelf , waer in derzelver deucht beftaet.

Leer

Het e erft e Boek. ly

Leer zoo van tijt tot tijt uwen geeft met fchoone ftofFcn verri jken,om op uw beurte ook uwe vindingen te baren. Maer boven al zoo onderzoek de deucht van een goede ordinantie» 't Is een groot geluk zeer goede teykeningen,om een goede handeling te leeren, al vroech na te teykencn j want zoovint EnTevke: men in korten tijt 't gunt andere lang zochten. Anders vervalt men licht in nin^en , een quaedc manier, die men namaels bezwaerlijk kan verlaten. Wanneer gy uwe handeling nu machtichzijt, enuwoog wat verklaertis, zoozal'tEn Schildc- u ook niet verfcheclen veel verwige Schilderyen in eenverwigeteykeningen ^y^"* na te klaren. Ontwerpt het geheel van'tgeene gy voor hebt, eerilinzijn eroote zwier, op uw papier: en Tchifc dezelve wederom in grootachti;:e ^ootf^nof geaeeltens , t zy gy een beeld m hoott , armen , lichaem , en bcenen ^^^ verdeelt, of verfchey de beelden in groepen onderfcheyt , neemnaerftich acht, hoe veel 't eene gros van't ander in grooie verfchilt , en wat fprong en zwier alles te famcn maekt.

Want gyzult'erdeelen in vinden, die rondachtich, vierkantich , drie- j. , hoekich, langwerpich, offchuins van form|2ijn. Merk decze gedaen- 7,^,,, tens dan met een half fchemerend oog aen , zonder op eenige kleinicheden te letten. Overzie in een tronie vry de byzondere leden , ten waer gy alleen met lofle ftreeken de holachtige fchaduwkens , van oogen , neus , of mond , p^^^ j^ die zich voornamentlijkvcrtooncn, aenweeft; doch dat dit niet te vroeg, Schctfcni en buiten haer behoorlijke placts gefchicde. Deeze manier van in't gros te fchetflen, is by de meefte op een onbedwonge wijze in't gebruik, maer fommige hebben zich aengewent , met rechte ftreekjes , de voornaeme gedeeltensin vierkantachtigc, langwerpige, en in boekachtige formen, doch niet geheel toegehaelt, te begrijpen. Ik laet dit aen de keur des ., ,. leerlings : maer wat verder het ruw fchetflen belangt , het is de eerfte gront- vell van'twelteykenen, en van zoo groot een belang, dat, wanneer het gros ofte geheel, wel en verftandich is aengeweezcn , men daer door dikwils meerverrecht, als'er namaels met grooten arbeit kan werden uitgevoert. , Enevengelijkmenzijnvriend van verre befpeurende, of by fchemcrlicht ^"°^"^'" ontmoetende, itrax als met het verfiant zijn gedaente ziet, en bevat, 200 ' *" geeft een ruwe fchets dikwils aen den kenders zoo grooten indruk , dat zy'er meer, dan diezegemaekt heeft, in zien kunnen.

Alles nu als zweemende geplaetft hebbende, 200 begint de by zonder- heden al nader en nader aen te wijzen , de ruime lichten en groote fchadu- '" ^" " ^°' wente plaetfen, tronien, armen en handen reonderfcheiden, maer voor al de w aere beweegingen , en ftanden na haren aert te (chetflen ; tot dat uw geheel werk een algemeene gedaente hcbbe. Nu hand af, en den geeft wederom mer niei we f poorfljgen genoopt. Stel uw volgwcrk eens nevens 't meefterwerk ter proeve j overzie, overwik, en onderzoek, ofgyook

D z nergens

28 E U T E R P E-

nergens gemift hebt. 't Is noch tijt van verbeteren. Verhelp uwe misflagen ftrax, en zonder uitftel, op dat gy in geen gebrek van oit gebreeken te wil- len dulden, vervalt. Gy zult zelden miifeii , alsgy gewoon zijt niet te wil- len miflfen : en een dingen wel gedaen hebbende ) zal u meerder voordeels in uwen voortgang toebrengen , dan of gy hondert dingen fa la had ver- vaer dicht.

Die d^eerfle lei vdn dez.e Konft begeert 9 Zie dat hy wel en aeidigh fchetpn leert, d'EerftcLci. Dat'sy hoe de z^wier der dingen valty betrachten y

En netticheyt en (i^vichejt verachten : Want miftmen in den tveljïant van* t geheel. Men fpüt vergeefs z,yn arhtyd in een deel. Men kan in*t fchetsfen dikwils den aert der dingen zoo gelukkich treffen ^ dat d'alderuitgewrochtfie dingen daer by niet halen mogen. Myquameen Verwonde- verbaesde bangicheyt aen, ztp. Arhiter, als ik my zelven de ruwe affchet- ringover fels van ?rotogenes voor oogenftelde, vermits dezelve, met de waerheyt ruwe Schct- yan denatuere , ineenen ftrijt fcheenen te treeden. Zoo wonderlijk ver- "■ mogende zijn de Schetfen van groote Meefters, en dies te nootzakelijker

is'tjhet wel fchetfen te betrachten. Laet u hier geen opmerking ontbreeken , om voor al de plaetfen der dingen recht te gifTen ; want dit zal uwen voort- gang verzeekeren, en indiengein dit begin njift, 200 zal alles verminkt , uitvallen, en ev zult niet alleen verdoolt loopen, macr ookgenootzaekt

ca voorfich- ^tjn om te keeren, en van nieuws tebegmnen. Maermdiengy , oleer- tich. gierige jeugt, voorfpoedich in de konlt poogttezijn, zoo zijt voorzich-

tichenlangfaem want weldoenis den wech tot ras doen, Maerwiltgy alles haedich, en by geluk aentaften, gy zult tot uw ongeluk mistaften, uwen arbeyt en tijt verquifien , niets leeren, en den luft verliezen. Dies, Opmakino-. zoo zijt voorfichtich enniettehaefiich. Want omdeTeykenkonft te leeren, moetmen met kleyne fchreden beginnen , en van geen dingen affcheyden , voor men't wel begrepen heeft. Alsgy nu uwc Teykeningenopmaekt, die door de netter fchetfingenalreets een gedaente hebben, zoo zie toe, dat gy niet wederom buytenfpoorgeraekt, geeft de buitekanten haer eygene zwiertjes, niet met een omtrek, die als een zwarten draet daer om loopt, maer wijs met een luchte hand ftuk voor ftuk aen. De deelen, die voor ko- men , vertoonen haer geheel , andere fchuilen deelsgewijs achter de Omtrek. voorite. Maer neem waer, dat gy niet teveel kleynicheyts en inhammen aenwijft; op dat de groote deelen haer fchoonheyt behouden* 't En is ook niet altijts van noodende buytekant door een omtrek aen te wijzen j want fomtijts kunnen ook eenigeduwkens , wijt van elkander , dezelve veel grootfer uitbeelden. Parrafius was , na 't getuigenis der geheele oudtheyt ,

al der-

Het eer/Ie Boek. 29

alderbeft in zijn omtrekken, enzy hielden dit voor d'oppcrfcc volmaekt- heyt, daereen Konftenaer toe gerackeii kan. En hoewel het geen Ivleyne zaek en is , de lichacmen haere binnewerken behoorhjk acn te wijzen , 200 meenden zy, dat'erveelehierinne tot den hoooften trap waerengeklom- 1. « i j men : maer d uiterfte bepaelmgen der duigen in een gewifle tey kening te goede om- befluiten, hielden zy voor wat ongemeens, en achten 't alleen een werk trekken, van een zeer gelukkige handt. \\ antden uiterften omtrek moet zichzelven 200 keurichlijk omvangen , enzoogeeüich in een aerdichomrondfcleyn- digen , dat zy niet alleen fchijnt te beklappen wat daer achter fchuilt , n^aer metcenen ook tevertoonen wat daer binnen verborgen leyt. Schoon nu Farrafius in zijnbinnewerkberifpt wiert, 200 heeft hy eenonfterflijkeeer door zijne goede omtrekken verkregen. Zoo getuigt ook Petronius Arbiter , dathy, ziende de Schilderye van Apellesy die Monoclmienos ^enoemtwicn , 200 ontroert wiert , dat hyze boven al 't geene menfchelijk was moft eeren> om dat de buitenÜe omtrekken der figueren zoo zuiverlijk nadewaerege- daentens der lichacmen eyndigden , dat men naulijxmachtichwas, an- ders te gelcoven , of men zach de levende Schilderye der geeflen en zielen zelve. Zoo groot is't belang van bevallijke en welgeplaetfte omtrekken t'allen tijde geacht geweeft.

Maer men moet daerom niet verzuimen, al vanbegin afaen,defchadu- ^*^^'^f^'*- wen waer te nemen , en de 2elve al fchetfende haeren 2wier te geven : want daer door krijgt uw werk ftrax een verheevener gedaente j en het gros wort'er te beeter door onderfcheyden»

De tweede Les is , dat men moet gewennen

De [chaduwen en dagen t^ onderkennen.

In fchaduip k^n een bruine [treek f^iet fchaén ,

Die nimmermeer in'tdaghlicht mach befiaen. Eenige beginnen hare Tey keningen met omtrekken , andere op gegront pa- pier, bootfende dezelve, eerze eenige omtrekken aenwijzen , met de groot- fle lichten , andere met alles te gelijk in't geheel te dagen en te fchaduwen. Vink re leg. Maer 't zy gy met de fchaduwen be^^int of eindicbt > gy zultze by u zelfs in S^" mindere en meerdere gnen verdeelen , en elke , na haer behoorlijke bruinte , op een vlakke manier aenwijzen : want door het te veel verdrijven, en in een fmelten zou al uw wtrk koper worden engy zoud zelfs het oordeel daer af verliezen. Laet u ^een kleyne kantigheden van een zachte fchaduwe ver- veelen , noch dat een bruindere in't midden derzeive van naby ietwes (toot ; want de kracht zal te grooter zijn , als gy 't wat uit de hand ftelt , en gy zult gewoon worden deel regens deel te vergelijken ; en eindelijk meer nuts uit deeze wijz-e van doen rapen, als gy u oit zoud hebben durven inbeelden: daer gy anders > door het zoet verdwijnende gefutfcl , gevaer loopt van

D 3 geheel

De Schaiu- ven

Van gfiijkcn <Jcdigrn,

D- 'de Les, ydt; ding na 7i'n pert te hjndc)"n»

30 E U T E R P E.

geheel te verdoolen: gelijk aenmenich edel geeft, dooreen genegentheit van hun werk deurgaens met diepen en ophoogen te verzoeten en bekrach- tigen,gebleeken is. Dit zelve moetmen ook op gegronde papieren , in het aenwijzen df r dagen of lichten , gedachtich zijn, Zijt ook fpaerzaem met altefterke glanflen, eniaet den grond van 't papier zoo veel dienft doen , als't lijden kan: want het uiterfte licht fpaert men gemeenlijk, als een plichtanker, voor den uiterften noot , als in dingen die bhnken. Wammen moet zijn handeling nae den aert der dingen fomtijts veranderen.

De derde Les is, nae den aert van't leven ^

len^der dmg z.^n ejgenfcbap te geven,

hit handelen : vien fven z.uh geen manier.

Als die z.icb firekt tot alUr dingen z.wier. Maer deze opmerkinge zal door geftadigeoefteiiinge rijp worden.

ZESDE HOOFTDEEL.

Va?i 'verfcheyde wtj'zen van teykenen 5 en Jioffen daer toe noodich.

Waer op rfc oude pi 'gen tc teykenen»

Xjct hriet hierv/}}iPli- n'uslil. 15. c.jp.ii. 1;.

ET Teykenen gefchiet op veelerley manieren, nadenluften het behagen des Teykenaers. Deftoffen, daermenopteykent, zijn ook veeierlejr, en de ouden hebben al andere , als wy nu hebben,gebruikt. P^wpWiDifcipelen teykenden, alsgezeytis, op tafelkens van Palm-of Busboom hout , men bereydeze ook van Beuken- en Linden paneelen , welke met Was overgoten wierden , waer op men dan meteen Yzeren, Elpenbeenen , of Bosboomen griffie teykende. En deze ^ewaftc Tcykentafcls konde men menichmael gebruiken ; want als de Teykening de tafti onwaerdich was , zoo maekre men het Was maer warm , zoo wiert de brcddery vernieticht , en de Tafel weer zoo bequaem alstevonren. En door dit middel zach men zoo veel onnutte teykeningen niet, als'er nu op papieren omzwerven ; noewei men ook tafereelkens van Loot gebezicht htcfr. Naderhant nam men bnlten van boomen, als van Beuken , Ahorn , ElTchen, en Olmen : te weten het dunne vlies , tuf- fchen het hout enden ball, dat by de Latij. en //i'frgenoemt wiert. Maer d'Egyptenaers vonden een foorte van Biezen, die men in dunne bladeren van malkander kon fpouwen, en dirwiirr papier genaemt, waer van het onze, van oud Ly waet (en dat van de Chinefen van zijde} gemaekt,noch den

nacm

oot m

Hef eer/Ie Boek. ^I

naem behoudt. Andere gebruikten palmbladeren , ^üijk Eneashv Virgilius

tegens de Kuaiaenfche Sjbtlle gedenkt :

ik^bidde alleen y betrouu? uw yaers geen PallemhUdt,

Op dat de Jmlle wint het met vcrjtroje en vutt'. Ewf.«

Maer dat il'Egyptenaers in overoude tijden Schaepc-en Geytevcllen, in

fice van Biblenot papier, gebruikten, getuigt iifro^oor, en dat te zijnen pr j

tijde noch vecle Barbaren haer daer inne navolgden. Wy ook gebruiken Terp/ïcWr

witte pergamcnten , voorts witte en blaeuvve papieren , of gegronde , 't zy

danblaeuwachcich, afchgraeuw, geel, ros, groen, en ook vleesverwich :

niet een fpons , gedoopt in water met wat inkt , roet , of zoodanige verwe p^p pinftel

gemengt, als men begeert. De ftorfen , daer men nieede teykent , zijn en inkt,

ookveelerley , als de Schrijfpen uit ZwanefchachtjofGanze-pennen , of

wel uit een droog riet gefneeden , zeer bccjuaem om met inkt , die een

weinich met geüooten of gelchrapt root krijt , of fchoorfteenroet gebroo- Schetjwizc

ken is, uw eerfte gedachten op't papier te fchetfen, en de fchaduwen tcgtbruikcn

met een pinfeel, en 't zelve vocht met water, aen tezabbeien j om zoo

een gros van 't geheel , datgy voorneemt , in'truwtezien. tn zeker deeze

wijze van met pen en pinfeel te teykenen , is ook allcrbequaemft om een Ookbc-

meellerhjk werk in zijn volle kracht te voleinden. Dewijl mcn'er ook, quamjtot

als't pas geeft , met rood krijt en kryons in kan fpeelcn , als of men byna met ^^" gt^'ict'c

verwen fchilderde. Maer men moet zich wachten van alteltiiveeereeelde °'^'^'"^"'"-'

,, ,. r Liii •'&D. Uit Ct voeren

trekken, die men arleenngen noemt: want behal ven dat zy nergens toe dien-

ftig zijn, zoo doen zy door haere langwijlicheit den aendachr fluimeren.Laet uwe penftreeken los en onbedwongen alleen der dingen zwier en de fchadu- p, . wen uitbeelden. Deeze wijze is ook allerbequaemit om Lantfchappen na't fcharpen.' leven te teykenen, dewijl de Pen te t loof en bladeren, en gebrooke gron- den, en Iteenwerk allcrbequaemft is ; en de Pinfeel tot het aenvecen van een eenparige fchaduwe. Maer tot het teykenen van tronien, handen, of geheelenaektenna'tleeven , moogt gy gefmijdich root krijt op wit pa- ^ , .. pier gebruiken. Gy moet u aen een redelijk dikke of niet te dunne Pen ge- or^^en^èc wennen , die gy genoegfacm voor uit lleekende in't fchaduwen flijpen zult , dmgtn na't om, daer'tvannoodenis, cenfcharper toets tegeeven. Het zwart krijt '=v<^" ^c tcy- heeft het zelve gebruik, maer noch meer opblacuweof gegronde papieren, Z^^," l maer hier nevens heeft men V\ it krijt of gedroogde Pijpaerde van noodcn , \vu kiijt.' ' om de dagen, die lichter als den grond uwes papiers zijn , optehoogen. Gy zijtvoorzichtich,indienge den grond tuffchcn deeze beyde kryons wel, laetdeurfpeelen, daer men zich ook met allen yver toe moet gewennen ; maer gy zijt dwaes, indien 't tot nadeel van uw werk gcfchiet ; want ik wil dat gy zelf uwc fchaduwen, indienze te hart zijn, des noots met wit krijt ver- zacht, en de fterke lichten met een befnicurde vinger te niet cloer. Gy

moet

31 E U T E R P E.

Kryónj. moet de waerheit in UW vverk brengen , al zoud gy alles met vinger en duim overhoop haelen, en hier toe zijn de Kryons van veel foorten van koleuren zeer dienflich- deeze worden van Pijpaerüe, een weynichGomwater, Hoc te ma- ^" '"<^^ zoodanige enkelde of vermengde verwen, als gy begeert , ge- kcn. kneet, platgedrukt, en noch week, in vierkante lange pennen gefnee-

den, engedroogt. Ofmen neemt zoodanige verwen alsmen wil, en ver- mengtze met verdurven Lijm, of Gom. Ik laet de liefhebbers de vryheit van haerenlnfl te volgen, die tot zuivere en nette kleynicheden geneegen *^'°°^* ziin, laethaervry op 't fpierwit Perkament, of met Potloot, of andere fijne pennekens aerdicheden uitvoeren. Maer gy,ó Schilderjeugt ! die moed in't hart draegt , plak vry grijswitte vellen papier aen een, ot gemeen pa- pier , en ftrijk'er een grond over , leg dan welbeprocfde lange pennen Bus- HcoIyJc kool een uur of twee in Lijnoly, en ftrax afgedroogt , zooteykenuwe Kdol.hacr naekten of flokbeelden leevensgroot na't leeven ; zoo zal hetoordeelin gebruik. uw oog, endeitouticheitinuwehand aengroeyen , endee?eteykeningen zullen ook n'et licht afiluiven. Maer vreeft gy datuweteykeningen,met ^™ "^,ai zwart en wit, of ander Kryongemaekt, mochten afflij ten, zoobereyeen aSi^tcntc'^ vierkanten bak met water, doet daer in half Arabyfche Gom, en Gom tcrhocdcn. Dragant, zoo veel tot'er vette ftarretjes op't water drijven, hier zult gy uwe teykeningen deurhalen, doch zoo, dat het Kryon door 't infteeken

niet affpoele.

Zoo dra uw ham en oog begint te wennen . TotKoolenKr^ty P tnfeelen ofte Pennen ^

tc^tcykcDcn. Zoo tree ftout toe y de levende natuer

t' Ontwerpen : wantfcboon uw dien arheyd xjier lajiich valt , 't en moet u niet verdrieten , Gj z.ult na't Luer de z^oeticbeit genieten, üatuer is't wit , waer na menfchiet en mikt , De Leytjïar , daer men recht z.tjn koers na fcbikt. In't leven zijn des Schilders rechte boeken , Waer in den Text derwaerheit is tex^oeken. Natuer volgunjl en aerdtchedtn [peelt t '/ Zyge op papier eenpoez.el wichjen teelt , of Man of Vrouw , gediert, ofBofch of Bergen t of wat den geeft des Schtlders is te vergen , Verkorting, en verbuiging, vlakte en gr ondty Dicmemam Mnder arbeidt ojt ver (lont.

ZEVENDE

Het eerfte Boek, 3^

ZEVENDE HOOFTDEEL.

Hoe de zichtbaere Natuer zich bepaelt vertoont.

Aer op dat wy niet te vergeefs aen^frforitt^paerdenftacrt, als gezeytis, trekken, 200 moeten wy dit ons overal tegenwoor- dige meefterwerck de natuer ontleden , en zullen by trappen gaende, zonder ons veelaen de redenkavelige regels te bin- den, alleen de byzonderheden onderfcheydelijck verhandelen. In deze na- fpeuring van de natuer, hebben wy alleen haer zichtbaer deel aen te mer- ken , want alles wat'er in de natuer;zichtbaer is , moet de Schilder- en Tey- kenkonft ten onderwerp verftrekken.

Zoo komen ons dan ftrax de gedaentens der dingen , met haere verwen in'toog, waervanwy de eerfte zullen noemen vormen, ofgeftalten, of met ons gewoon konftwoordt , de Ttylusnmge. Van de verwe zullen wy in Terpficbore onder ons konftwoort kokreeren fpreken , in Melpomene van licht ' Zichtbaer en ichaduwe, en in Calliope vande houdinge: doch 200, dewijl tweeene „"^J" ^^^f^ niet van d'andere afgefcheyden kan worden, en de vorm, zonder verwe Teykcning, niet te zien is , noch geen verwe zonder vorm in de natuer zich openbaert > dat deze famen een zelve zaek begrijpen , daer van wv de byzonderc eygenfchappen onderzoeken , om die door de Schilderkonft te leeren nabootfen.

De by zondere eygenfchappen alJer dingen vertoonen zich dan eerft aen ons in haere vormen en gedaentens: niet zoo alsze van de natuerkundigen befchreven worden , maer zoo alsze alleen, gelijk de fchael om het ey> de uitwendige geltaltens bepalen, en de lichaemen, die zy begrijpen, als door een buytenfte, van andere dingen affcheyden: gelijk als de wijn, in een flefle befloten , dcgedaentedes bokaels aenneenit, zoowort de vorm vandefleflehet voorwerp van't geene een Schilder befpiegelt, enzooda- nich begrijpt hy alle natuerlijke dingen, enyderin'tbyzonder. De bepa- lingen der dingen bellaen in lengte, enbreete, hoochte en diepte, holte en bult, recht en kromte, fchuinte en fcheefte , enopzooveelerley ma- nieren , als uit linien en punten kunnen getrokken worden ; en eenigerhan- de vorm uitmaken. Door linien dan moetmen de natuerlijke dingen leeren op't papier brengen , zoo alsze ons toefchijnen. Hier komt nu de Zichtkunft in haer kracht : want het ooge en bevat de dingen niet geheel noch teffcns , Dat is uiter- maer alleen die zijden, diet'onswaert gekeert zijn, en zich eyndigenin ^^ bepaling. bepalingen van omtrekken , gemaeckt door de zichteynden van de ftraeien,

E die

34 E U T E R P E.

die uit ons' oogen afgaen. Alsby voorbeelr, een ronde kloot of kogel vet- Van de toont een ronde kring , en een eenigen <-)rizontof zichteind, hot wel wy zichtbare met hand en verllandteen oneyndich getal begrijpen: welke ronden om- zijdc. jj.g}j j^Q^j^ fchaers de hcUt nacr ons oogen toe bevangt ; voornainentlijk,

als zy wat groot, of/eer naby is. ten yegelijk weet zeer wel, datwyin zee zijnde, weiden Urizont, maer niet de helft des werelts zien , gelijk Hiertoecen vvy aen Zon of Maeii kunnen, en ook zouden wy denzelven Orizontci kei zich zien uitfpreiden, indien wy ons in de lucht konden om hooch bege- ven. Daeromme bthoortmen een bequame af ; ant te beraemen, om na eifch Bequimeaf der voorvallen te gebruyken. terllelijk hebben wyaen te merken, datwy ftanttebcra- ^^gj q^^c oogen rondom ons zien , en desweegen geen rechte linie kan ge- to^enworden, die op alle plaetfen onze oogen eeven na is ; macrweieen kromme j als den onrrek van een kring, waer van het miadelpuntinons oog is : gelijk gy zien kunt voor een gebouw of Kerk (laende , dat niec alleen beyde de einden dermueren, maer ook de Torens van ons afloopen, " Hoeveree verkortenen verfchietcn. Hoe dvvaeflijkvvaer*t,dit aldus aftebeel jen, ten nemen. waer u werk, ook van zeer naby gezien wordende, 't zelve nootzakelijk vereifchte. Maer indien gy'tzy Kerk of Toren wilt teykenen, zoo zult gy niet eer flil houden van te rug te treeden, voordat gy het ganfche ge- bouw met een opflach der oogen kunt begrijpen : en gy mooo t niet eer be- ginnen, voor dat gy eerlt het geenegy nareykcnen wilt, met uw paneel of papier, 't zelve in de hand houdende, kunt bedekken. En dit moet gy altijtsvoor een regel houden, fchoon gy een levende figuer, ftokbeelt, ofwat het ook zijn mach, voorneemt; anders zuk gy licht in wangefhlt vervallen, zonderte weeren waer uit die fpruir. Gyzultookuwteykening tenminiteneenellebooglengte wijt van uw oog hou Jen, om de zelve van gelijken geheel in't oog te kunnen bevatten. Maerindiengymaereenich deel, 'tzyeentronyof handnateykent, zoo zal d'afllant zoo naeuw niet luifteren , echter kanze na befcheidenheit genomen , niet lichtelijk te verre zijn. Dezen regel, fchoon meer verkiezing als wet, is alleen ten aenzien van byzondere dingen, als tot Teykenincen en Schilderyen, die opalleplaetfen mogen verzet, verhangen en verdragen word. n, en om de ^ebreeken te vermij Jen : want hier in wort dikwils gemill , dat de beel- den het hooft na boven , en de voeten na onder verkorten : de geplaveide vloeren brceder als lang, de pilaren zoo rond als een ey, en de vierkanten fcheefhoekich worden j ja dat de Piramiden en andere fteenenfchijnente hellen. Maer dit dient alleen tot waerfchiiwing , want de rechte afïlant wort na allerley aertvanwerkinde Deurzichtkundegeleert ; 't zal hier ge- noeg zijn, dacinen den afitant niet lichtelijk iiiinderneem , als de hoogte of breette van 't vveik.

ACHT.

Het eerfte Boek, g ^

CHTSTE HOOFTDEEL.

Nutticheit van veel met opmerken te tey kenen. Ich aldus gezet hebbende, zoo moetmen nae een gewoonte trachten van altijdtmer opletting te teykencn , en ditzoobey- Gewoonte veren, datmcn't als voor eendootzonde keure, daerin oytte van oplet- V erri leuwen : want eens verflaeuwt hebbende , zoo kan 't meer- ^iog. xnaels gebeuren : maer die deze verflaeuwing als een verfcheurend wilt beeft ontwijkt, zalindewakkerheid van zijne oplettingegeftadich toeneemen. r/«f4r<fc«i ze yt ergens, opdevraege, n'^erotnde Paerdcny welke ■, ten tijde als zjji noch veulens waren, dcor de tVolf vetvolgi z.ifn gewteji , veelfnelder z.ün Ms andere} datzulx /i|nkan , doordien de (chrik hun in de jonkheyt de ge- wrichten verfterkt , de zenuwen gerekt . en al die declen,dic tot het !oopen dienen, bcquaein heeft gemjckt, wier t'oorze dan al hacr leven ar-.derein fnelheyt overtreffen. Wy zeggen hier ook,dat de verfl jeuwing in hei oplet- ten een woedende wolf is , en dat die geene , dieze inzijn jonkheyt^ioor ivakktrhc) t ontloopt , alle andere zal voorby ftrecven. De gewoonte van opletten maekt het oordeel zeeker, en leent aen het oog een gewifl'e maet- ftok. hn zeeker hetooge vereyfchtwel een naeukeuri:;e gewisheyt, eer men 'er het oordeel , daer P. Hoof tin zijn vonnis van Paris van zingt > aen vertrouwen mach:

Waerplat of rond voegt , bruin ofbleekofblos moet leggen^ Staetaen de kennisvan 't gezwicht y het oog moet z.eggen Wat lang of kort is i eng of wijt , wathartofz.acbt. Doch waer het oog feilt , ftaet den maetftok in uw macht. Zoo zal het oog met 'er tijdt een pafler verftrekken. Want ik bevinde dat de regels en gronden der konft , een vernuftich liefhebber voorgefchreven , hem wel verllandich maken, om van dezelve tefpreeken; maer dat hy door ongewoonte van doen, groote misflagen begaet, en door een on- geleerder, die door grooteoeffening den pafler in 't oog verkregen heeft, overtroffen word. De gewoonte van opmerken zal hetooc en de hand .^f"^^"^' eens )ongenleerlings zeer grootendienlr doen. Die zich vJijtich aenwent kn>en. inet goede opletting veel na 't leven te takenen , zal n.enichnuel een groot meefter befchamen . en de natuerlijke eygenfchappen der dingen na- der komen, dan zijn vetüand , noch in langen tijd daer nae , zal kunnen be- grijpen. Zoozal'tdan zeernut, en tenhoogften noodichzijn, al vroeg veel na 't leven te teykenen. En alift dat'er juift altijrs geenfchoolen van naektzittiig voorhanden zijn, zoozal 'taen geenrtof ontbreeken. Want bynaieder deel der Natuer is bcquaem genoeg om deezeoplcttingtevoe-

£ i den,

^6 E U T E R P E.

den, en de fcherptedes oogs te wetten. Zygaenwacrlijck wel dapper op krukken, diegeltadichdcn Maetltok en PaiTer van nooden hebben , daer het ooge, door oeftening gelterkt , zelfeenPafler verftrekt. Maer vuige traegheitfchriktveelenafvan dit wilt te bejagen, dat niet te verkrijgen is, , dan door een geduenge oeffening , gefterkt door een vierige hoop , om l!ikm"V" eens de vrucht van dien loflijken arbeit te genieten, en eere te behaelen , mocielijk. die zelfs groote Meeiters eenichzins hebbenmoetenontbeeren. Want als den roemruchtigen Tiüaen tot Romen 'in't Belvideer gekomen was, ver- toonde hy aen Michcl Agnolo een naekte Danaëvdin zijn konft , welke Agtwlo Oordcel van tegens Vafarj , dieze met hem gezien hadde , ten aenzien van 't koloreeren Agnolo over gn fchilJeren zeer prees 3 maer hy zeyde , dat het fchade was , dat de Tuutn, Venectfche Schilders, in hun begin, niet wel en leerden teykenen ; want, vervolgde hy, zoo dezen man zoo wel door de Teykenkonll geholpen wa- re, als hy in 't navolgen der Natuer met de verwen is, zijn werk zoude onverbeterlijk zijn. \Vy willen ons tot geen rechter over 't gefchil tuflchen deze twee lichten opwerpen-, want hiere weegen en inzichten zijn zeer verfcheyden gcwceft. Deeze oordeelden dat de Teykenkonft zich alleen ontrent het fchoone, maer d' andere, datze zich ontrent alles, wat de natuer voortbrengt, bcezich hielt. En dezen wechzalde jeugt vooreerfl: alderdienüichft zijn , datnien üchgewenne de dingen , ceven alsz.e Tiijn , nae te bootfen, om met der tijdt, tot de kennis der dingen geraekt zijnde, de fchoonfte met oordeel te verkiezen. Maer laet u, ó fchilderjeugt, niet vroeg te veel voorÜaen, noch en becit uniet in, datgy de Teykenkonft vall hebt , wanneerge een aerdich tronitje of bootsje kont op 't papier brengen, X/iozalons, wat'eroneindelijke velden in de Teykenkonft te doorwande- len zijn, melden, Ir<«ro baeren trant volgen , en rfe<ri/e van'tordineeren fpreeken. De Teykenkonft is de waere tuchtmeeftres onzer konft , en wie van haere leeringen niet deurvveckt is , raekt lichtelijk in 'r wilde, Bj Liet de tucht der konfl , vervalt , en moet verwilderen , De Tevken- ^'^ ^'^'^^0, ^^ Tejkenkonfi verUet , en valt aen 'tfchilderen.

konft is onze Die 'tTeykenen verlaet,verlieft ook wel licht zijn deel van deTeykenkonft. Tuchtmcc- Meeft alle voorname meefters hebben al haer leeven lang onophoudelijk ge- ftrcs. teykent. Maer dat van fommige gedreven wort , datmen, feftien, achtien,

ja twintich jaeren behoorde te teykenen , zonder tot het pinfeel en de ver- wen te komen, iseenuitfporige dwaesheyt. Want het fchilderen zal aen het teykenen geen hinder doen, maer veel eerden geeft des Teykenaers verquikken. U y zijn bynae een toon te hoog geraekt , daerom laet ons tot befticring der opletting eerf lelijk zien , waer op wy te letten hebben ; maer dit paft rolj'mniA , en loopt een graed te verr' voor Euterpej die de naer- ftiijC jonkhey t au met gedenkprijzen nae de tweede fchooleftuert.

P O-

Het e erft t: Boek. ^y

P O L Y M N I A

De Rederijkfter.

Het tweede Boek.

Inhoudt.

yJTmerkm aengegroeit , *t onthoudt derjeugt ontxoaekt > Begint Polymnia , gefpitft op Redeneeren , ^e Menfchkunde eerji 't ontleen , van top tot teen te leeren

T)e hooft zweem , en haer werk, in tronyen en na e kt , En haer beduidenis : defperen aen te wijzen ,

En haer beroerlijkheen > zoo veel de konfl betreft.

Zy toont de rnaetfchik , die zr tot den Hemel hef f , En zelf gebreken , die men hoorde te misprijzen.

Het menfchbeelt is V voornaemft , daer onze konfl op bouwt ^

^at dan defchtlderjeugt haer leffen wel ont houwt.

Op de Print.

Hier heeft de Konflgodin meer aen dacht in haer mijnen^ S at umus ernft beftiert haer tong in Y over re en :

Haer leerelingen zijn vafl bezich in 't ontleen , In 't meet en , paffen , en de deelen af te lijnen :

Omgrondich te verftaen , wat tot een menfch behoort. Zypoogen zelf den geeft der innerlijke driften ^oor *t uit er lijk gezicht te kennen : en tefchiften ,

Hetgeen te laken is , van *tgeen het oog bekoort. Zyfronjfen *t voorhooft , ofze een dallas wilden teelen : ^aerom heeft de es Go dm een Hooft pronk vanjuweelen.

In=

38 P O L y M N I A.

INLEIDING.

U zal ons Toljmnia demenfchkunde Iceren, en vandeKrooft- kunde beginnende met haren m.ietflok voort i^anfche lichamen afmeeten ) en ontdekken wat fpicren de leden beroeren. Zy zal ons de welfchapenheit en goede geftalrenis aenprijzen ; en ver- tellen hoe veel arbeyts men placht te beftecden , om tot kennis van de ware volmaekthcyt te geraken. Deze Godin, die over 't geheugen geilelt is, endiemenaltijtsalsleerendeuitbeelt, zal de j ui^t belt onderrecht doen van de dingen, die men zeeker behoort teweeten, en nimmer te vergee- ten. Maerachofzy, die meeftreffe van de welfprekentheytis, mijn Itijl begunftichde , en dit boek haren naem waerdich mackte.

De wezens der men- ie hen zijn

EERSTE HOOFTDEEL.

Fan degelijkheyt en ongelijkheyt der zweeming.

Es menfchen aengezicht wort met recht gehouden voor het Edeï-

fte en Schoonde van den menfch , die het alderkonftichfte werk-

rtuk is, van al wat hier beneden gezien wort. Nu zoo is 't een

wondere geheimenis in de natuer, dat zoo veel duizenden van

menfchen al verfcheyden van wezen zijn : en dat'er zoo zelden twee gezien

worden, die den anderen in alles gelijk zijn. Daerze nochtans, van een-

derley aert en gedaente zijnde , een gemeene gelijkvormicheit met malkan-

deren hebben. Nochtans is'tdor r ervarentheyt grooter wonder geacht >

elkander on- j^fj^jgj^^ in ZOO veel verfcheydenheyts , twee gevonden heeft, die elkan-

S^*'J^* der in alles geleeken. Het lufl my nochtr^ns eenige op te tellen, diebyver-

fcheyde fchrij vers zijn aengeteykent. Daer w.is, toen de Koninginne van

Voorbeelden ...

van

die (.. ,. w - - - .

"clekcn. Konin^s bedde leggende , en zich krank vcynzende , al de Vorften des Rijx , die hem quaiiien bezoeken, bedroog: want hy maekte zijn Tertament, als of hy Konin» vi^as , en (telde zoodanigen naevolger in 't Rijk , als hy met de Koninginne was verfproken 't w elk ook achtervolgt wiert , zonder dat men 't bedroch merkte.

Men vertelt ook van d' Affirifche Koninginne Semiramis, dat zy haer zoon Niw«5 in wezen en manieren uitnemende gelijk was ; en datzy, nae haer mans doot , een mannelijk kleet aenneraende, den perfoon haers

zoons

^'oorbeelden gyi-jgn Antioihus haren man vermoort hadde , eenen Artemte , die den dooden J^° elka'fdcr Koning zoodanich geleek, dat hy, op't verzoek van de Koningin, in des

Het tweede Bouk. 3^

zoonszoodanichfpeelde, dat zy het Kijk bcliiclt, en onder den naem van Vinus groote daden deed, en vcertich jacrcn regeerde, ik^vvycevande tweeliiij^en Seniltj , daer Cicero van vei hack , en van de vUuttjujche Mencch- my , die moeder noch voetHer onderfcheyden kon. Ln van de zieke twce- hni^enby Qunitiiaeu: Maerdat acnmerklijkcris, ten tijde van Fompnusy 2cytn)en , v\aieijdcr binnen Rome twee mannen, ^iblie en Vubluie die hem allebcy zoo wel ^cleeken , dat , als zy gchjk gekleet hadJen gcwctit , men getwijfelt zouw hebben, w\c rompeius was. Dcreelijkeen overeen- komlt was er OOK tullchen zijn vader SfMi/o ; en een kolTiot Ronun «nhc- ten JVlfwo^'fWfijgtwtelt ; z/odjthet volk den kok citrubo , en Siiubo hU' nugenei noemde. Ook verkocht men tot Romen twee ilaven , d'eene een L>uKs, end'ander een Aziaen , doch van cenen ouder , niaer zoo «elijk , dat al de weiclt veiwon xrt was haer te zien , te meer om hatren 200 wijt verlcheydcnlandaert. Het gebeurde ook, ten tijde van Aunujius, dat'ertot Romeneen jongeling woonde , den Keyzer zoozeer eelijk, dat riemant eenichonderlchiy: konbefpeuren. Maer hierurt volgde een cee- IHgentrek: want 0^4V/rf««i dit vernomen hebbende, dcede hem ontbie- den, en befpeuicnde dat eenieder degelijkheyt enzweemende overcen- komlt temecrbevont waerachtich te zijn, zoozeyde hy uit boerterye tot denjongn.an; Zeg my, broeder, quam uw moeder, jong zijnde, niet fomtijts binnen RoiTenr* Neen, antwoorde den jongeling, merkende waer den Keyzer heen wilde, maer mijn Vader is 'er menichwerven ee- weelt. Zeker 't was goet, dat hy den bcdaerden Augujius voorhad, die hem deze fcheut als een quinkflach wel afnam.

Ik heb ook tot Londen gezien zeker Edelman tepaertdeur deStadtrij-

ijjtujjjKs win w atrr zien icucij^cn , uin udc yaer zeyae, dar ny tvoninc •^ ^

Karel den tweeden op en ron geleek. Maer wy zouden op dit pronoolt te Ian>' r^^"^ r t... ., ,, '■ iiiiii- * i t h nas, in r.tn

bJijven, ikzal tmet eenlaetlte Itaelcje, uix K. Vetnuinder , entcnioean rerfcheide

deie, die ik niet voorbykan, bcfluiten. Fr atn en Gilles ^ zoonen vanden ///^w. En

ouden Alo^^tr; van Huilt , tweelingen, waren malkander zoo zeei gelijk, GouUrtin

dar hunne ouders zelf hen niet en konden onrierkeimcii. Hy voeqt'er tot een 5'-'" "'°"'^''''"

merkteyken of nader getuigenis, noch deze klucht by: dat G;//fi op een 'lr^^"-'r°'

tijdt zijn Va Iers werk ging bezien, alzoohy een Schiluer,en zoo 't fchijrt, i,ts, Endt

vandehand was, en, 't zy dioryver of anders, ging zitten op den lloel , I^-^rj'wr

daer zijn Vaders palet met verwen op lagh , en maekte 't zoo , 'dat den Va- WiYwilw^

der, wedergekeert zijnde en zijn verwen zoo door een ge irukr ziende , zijn '" K''"^-'''*-

zoon Fr4Wi boven riep, die was onbelmet , enhjd 'et niet gedaen, toen ^'^'^

JiethyoW/ci roepen, diebeanxt zijnde, nochtans goeden racd vond ,- zy TweJingcn.

droe-

40 P O L Y M N I A.

gen elk een byzonder mutsken, waer doorzy in 't gemeen onderfdielden wierden I Gi^iigafdanaenFMm zijn mutsken, die daer meede , als in den parfoon van GiUist voor den vader verfchijnende, ook zuiver gefchout wiert, en zy beydevan ftraffe vry. De Raetsheer Heemskerk^wethnek in zijnBatavifcheArkadie, van twee zoo gelijke zufters. En Goulartt in zijn wonderlijke Hiftorien onzes tijdts , van diergelijke overeenkomt van wee- zen in broeders , in zufters , en ook in vreemde. Maer deeze dingen vallen zeer zelden voor , en als 't ai gebeurt , zoo zalmen onderfcheyts genoech befpeuren, wanneermen die zoo zeer gelijke perfoonen nevens malkander ziet.

Men heeft in ouden tijden de beeltenifTen van Amjinomus en Anapus t twee Twee Zoo- jongelingen gebroeders , die hare ouders uit de uitbortelende vlammen van ncn,dic hare Etnaophare fchouderen gebergt hadden, d'eene den Vader, end'ander ouders, en el- <Je Moeder op den rugh dragende , van Koper gezien, waer in niet alleen Icekcn^^^" ^^^^ broederlijke bloetverwantfchap was aen te merken , maer ook het Krooft van hare ouders ; want hy , die den Vader droeg , fcheen gehee- lijk na hem te zweemen, en den anderen was de Moeder wonderlijk gelijk. Het aengezicht des menfchen heeft niet meer , gelijk Pl'tnius zegt , als tien, of daer ontrent, byzondere deelen, daerde gclijkheitofongelijkheitinbe- flaet: als het voorhooft, de oogen, die hoewel twee meeft gelijk zijn ^ Deelen van Jioewelik'er verfcheyde gezien hebbe, die een blaeuw , en een bruin oog acngezichr!" hadden , de oogleén , de winkbraeuwen , de neus , de mond , opper-en onderlip, de kin, en de wangen.

TWEEDE HOOFTDEEL.

Zyondcr- fchcid de landaert,

Geflacbc.

P^an de Kroojlkunde,

iE Krooftkunde nu is een kennis van uit de byzonderheden, diein

; de aengezichten of tronien der menfchen befpeurt worden , haer

landaert, gedacht, geeft en neyging des gemoets te verklaren;

ja dat noch verder gaet , en van veelen gelooft word , het geluk

of ongeluk, dat iemant over 't hooft hangt, te kunnen voorfpellen. Zeer lichteli)k kentmen gemeenlijk een Italiaen uit een Duitfch , een Engels- man uit een Hollander , en een Franfois uit een Spanjaert, ja met naeuwer opletting kentmen by na de burg ers van nabygeleege fteeden uit malkander. Wegens 't izeflacht zoo zietmen dat alle kinderen iets van haer ouders Krooft voeren : daer dan in deeze het vaderlijke , en in geene het moederlijke

tneeft

Het txceede Boek. 41

meeft uitzwccmt. De Jooden kent men gemeenlijk uit een by zondere 2 wec- ming j en den Oeurluchtichften ftain van Ooftenrijk aen d'uitfteekende on- derlip. De oude Schilder Plnlochareii twee perfoonen ineenftukgcfchil. dert hebbende, deed een ydcr oordeelcn, dat het Vader en Zoon was ; want fchoond'eene oud, en d' andere jong fcheen, zoohadhyhetkrooft en de zweeming, in deeze zoo zeer verfchillende aengezichten , zoowel waergenomen , dat het y der een merkte.

Watdehoogheytdesgeeihaengaet, hierin vind ik een eindeloos veld ^^^^' van innerlijke befchouwingen, en duiftere ramingen ; want wie zouwze zoeken in een gebulten£z,op«i, of gekromden j^fK^o .«' Nochtans noemt- menhetaengezichteenlpiegelde»geefts, en zijne grootheit moetmen in de weezentlijkheit kennen, hn aldus moet een vernuftich Schilder, wan- neer hy eenige Hiilorie voorheeft, met een Poëtifche uitvinding, de geelt des pcrloons , dien hy wil verbeelden , in het wezen brengen , en hem iets geeven, daerhy aen te kennen zy: Als ontzachlijkheit aen Aga- memnon i hÜicheit aen JJüffest onvertzaegthcit aen Ajax^ koenheit aen Diomtdes , en toornicheit aen Achiües. Den manken (pitskop Therftes , moet- men ookdomheyten blooheitin'taengezicht fchilderen. Maerom deeze gebaeren des geraoets aen te wijzen , en hare eygenfchappen te onderfchey- den, zoowijsikde konRoeffenaerstotdegeene, die vandeKrooftkunde ge fchre ven hebben j doch voornamentlijk tot haereeygene bedenkingen. Want wie zal, wanneer hyecn menfch ziet, wiens aengezicht breet en lang is, als op een berd geplakt , en neus en wangen eeven hoog zijn , den ïelven geen üskop noemen ? ofzoozijnoogenvaekerichftaen, hem geen Eezelskop heeten ? ten waer darmen 'er eenige norsheit in fpeurdej want dan zouw men hem eer voor een bufFelskop keuren. In een kalfachtige trony zie ik een botterik: ineen Aepachtige een poetfemaker , en in een khaepachtige , een Schaepshooft. De natuer heeft aen yder Dier een zwee- ming naden aertvan zijne neiging gegeven. Zoo voert den hond vriend- fchapentrouwinzijnoogleen, indien hy door geen wolvenaert verbaftert is. Hetpaertfchijntdenhoogmoetten oogenuit, wanneer het wel deur- havcrt d' aerde kratlh Hetzwijnis onbeleeft van oogen fnuit. En uit het gezicht des leeuws kentmen zijn onverbidlijke gramfchap. Ontveynsdc quaetwillicheitTpeeltin den beer: en naezoo veel dierifche byzonderhe- den zijnd' Edele trekken des menfchlijken aengezichtsofmeerofmin hel- lende. Zoo dat P4r<JCf//w wel zouw fchijnen gelijk te hebben, alshy zeyt, datmen Hondemenfchen, Katte- menfchen, Wolve-menfchen, Leeu- we-menfchenjenvan allerley aert van diere-menfchen vindt. Macr deze vcrfchillentheit wort men allermeeft gewaer in de beweegingen des ge- mocts: want dan worden de tronien zoo veelmeer die dieren gelijk, daer

En voorïcyt toekomende gduküf 01",- gcluk.

Ecnige vooibeclden in dcKrooft- kunde. Telkenen van 't voor- hooft, Hoüfiflae- pcn,

Oogcn ,

Neuzen,

Lippen ,

Tongc,

^i P O L Y M N I A.

zy naer aerden, hoe de bewegende oorzaekdit of geen dier meer betreft, Maerhier van in de tweede vvaeineeming , noopendede Hiftorieby onze

Kiw.

Datmenuit het weezen eensiuenfchen iets van zijn toekomende geluk ofongeluk zoude kunnen voorzeggen, is eenoud gevoelen ; en wort van den letterkonltigen -4pio« getuigt, du Apellts trovyLn, diehy na'tleeven deede, zoo wel geleeken , dat zeeker Krooltkundigerdacr uit k jnde ra- men der gekonterfeyte luiden voorleeden en toeko nende gefchiedenif- fen, haerleeven en üerven, en dit zoude waer bevonden geweelt zijn. Immers men heeft my willen wijsmaken, dat als Koning IC^rdd'eerRe, van Engeland, zijn konterfcytfel, deur van D^i^gedaen, aen den Ridder Bernijnzondf omhetzelveinmarbertemiken, de Krooilkundii^e in Jta- lien des Konings geweldige dood wel ftip zouden voorzey t hebben , en dat alleen uit de welgelijkende Schildery.

Wy zullen, eer wy verder gaen, eenigewaernemingen der ouden, wee- gens deKrooftkunde, hier by voegen. Niet om datwy verftaendatze al- tijts zeker gaen, maer alleen om den Schildcrgeeft op te wekken, om door 't volgen vandeeze of dergelijke uitvindingen, zijn voorzichticheic te betoonen.De trekken en rmipelingen des voorhoofcs beteykenen ylhoof- dicheit in een zieke, zeytH/ppofr4fff . Vleyzigeen uitpuilende fpieren aen den flaep des hoofts, zijn , na Scaligers meeninge , wifle teykenen yan on- verftand , onwetenhey t en atkeericheyt van konften ; maer Arijloteles zeyt ^ datze ontemlijke gramfchap beduiden. Hy zeyt ook dat pinkoogers bloode cnbevreeft zijn. 't Verblaeuwen der oogenis denkranken een wis teyken van fterven. Maer dit, als ook boven wegens d'ylhoofdicheit, behoort tot de lydingen. 'tGeftadich beweegender oogen, fchrijft Ariftoeles den wreeden, grammen, en roofachtigen toe. Degeene, die platte dikke en vleesachtige neusgaten, gelijk d'oflen, hebben, zijn geefteloos, traeg, bloo, leuy, en logenachtich. Die een ronde dikke neus, met kleine neusgaten , of als een verken heeft, is plomp. Diegroote welge- fchikte neuzen hebben , rond en boteyndich , met middelmatich opgef per- de neusgaten, zijngrootmoedich. Ook zijn dunne lippen, zacht en flap, dat de hovende d'onderRc overdekke, na *t gevoelen van Arijloteles, tey- kenen van grootmoedicheit. Maer dunne harde lippen, ter zijden aen de hondstandenwatopgeheft, cf ingetrokken, beteykenen onedelheyt, en van fnoode of verachte werken niet afkeerich te zijn. Maer dikke lippen, waer van de bovenlte over d'onderfle hangt en gaept , tuigt gekheit en grof heit des verÜants. Een lange en fcherpc tong mei t wreetheyc en quaet- aerdicheyt.

£en dikken vleyzigenhals, zeyt Scaliger» beduit geen groot verftant.

Een

Het tweede Boek. 45

Een aderachtigen hals dartelheyt ^ een breeden ; betrouwen , een rond ge- draeiden, oprechticheir ; een langen, wantrouwen ^ een onbeweeglij- ken , hartnekkicheyt , lift en verraet: een flimmen, op bedroch pein- zende j een vooroverduikenden , giericheit, flofficheit, cfdwaesheit. Bccnen.

Diens beenen ©vermaten dik en vleezich zijn, buitens beens, meteeni- ge uitpuilingen , is, na ^r//?ofr/^i zeggen, door zijn onbefchaemtheit by yder gehaet en gefchroomt.

Het luft mynoch, eer ikdeeze ftofFe verlaet, de geheele afbeelding ,

vanKeyzer jftt/J4««i, deKriÜverzaker, hier in te lafTen , zoo als hem Gr^- Ijarm,, gorïus l!iaüanz.enus befchrijft. Ik en kon in dien geheelen menfch , zey t hy , Hijï:Ecc\ef. niet goets zien: Want den hals was hem ganfcn onbeweeglijk. Defchou- Tn/J4r(/M. deren vertoonden alle opgeblaezentheyr. Zijn oogen Honden wilt, tn"''-!' vloogen gins en herwaerts , met een wreet opzicht. Zijn voeten waren nimmer ftil. Zijnen neus flondt, alsom tefmaeden. Zijn mondt was vol fchimp enfpot. Hy was zeerongemaniert in 't lachen, en fchaterde luit uit. Immers hy deed zich zoodanigvoor , zelftoenhy noch jong was, dat Naz.'tan7ienus , hem wel deurzien hebbende , uitbarfte : O quale malum Ro- mamrum Ref^ub. nutrit ! O fpat een adder kpeftert de Roomfche Republ^ke in haeren fihoot 1

Maer in 't affcheiden van deeze diepzinnichedcn (dewijl dan d'een menfch We.ck de met een haviks-of kamuisneus , d' ander met een hondtsmuil of met haze- ^^i^ ^^°^ ' lippen, deeze met kattenoogcn , en zeKjuno de Godinne met blanke ar mcnfcheo is. men en oflen oogen van Homeer befchreeven word) 200 mocht nu iemand vragen, welk dan de ware geftalte vaneen menfch is/* Ikantwoorde eer- flelijk, dat dezelve alle menfchen, die niet kenbaermismaekt zijn, ge- meen is. Waerinne defamenftelling derleeden onze verwondering gelijk (a) Vofim wel zeyt , verre te boven gaet. Maer de recht volmaekte is de vol- (a) G V- in kome fchoonheit : in welke men noch in het geheel , noch in eenich deel , dekennijfe eenigeafdwalingekanaenwijzen: diemen lichter metverwonderinge we- Vi^^^^H^' eens de volmaektheden kan prijzen en beminnen, als den rechten regel, waer indat zy beftaet, uitvinden. Zoodanich, geloof ik, dat onze eerlte ouders Adam en Ev4 geweefl zijn : die na den beelde Godts onverdorven gefchapen, en zonder ander Krooft, zweeming, ofaert, alsnadewijs- heit des alderhoogften konftenaers, gevormt wierden. Van de verfcheydene geftalte zal in de perfoneele kennis ook iets volgen. En dewijl wy nu dus veele van de zweeming- en krooftkunde gerept hebben, zoo zal hier niet qualijk voegen , iets van 't konterfeyten of fchüderen van gelijkeniflen te fpreeken.

F z DER-

44 P O L Y M N I A.

DERDE HOOFTDEEL.

Fan't Kont erf ey ten -, of eens menfchen gelijkenis te verheelden,

Eele hebben zich 't na *t leeven fchilderen van menfchentronien onderwonden, enzijnookveelnjts daer op zoo verlekkert ge- worden, datzy de relt van de konft geheel verflofc hebben: ja ^oo fchandich vervallen zijn , dat zy niet alleen niet een arm of Eengoet been, maerzelf niet een gezonde fchouder aen den hals van haere Konter- tcrbchoort feytfels hebben kunnen valtinaken. 'tlswelwaer, dat het aengezicht het ten minften voornaemfte deel eens menfchen is ; maer dies te min is't te verfchoonen , een figucr onbequaem tot de reft te zijn ; en zy verdienen dat men hen dit vaers yan Ho- Itltt ^^"«^ voorleeft: nen. Eenbeeldebredder hj't Emilisperk^i m'iffchien

Zouw Itcht wel 'r z,achte hair of nagels doen na *t leven In Keper -y maer de reft, dtewaertuteheüen. Kan by met geen gelukje rechte welftant geven. Een goede trony te kunnen maken is wel prijflelijk , maer een welftandigc figuer met een maer taemelijke trony te maken,is meer. Om nu na behooren de konft van konterfeyten te oefFenen, zoo zoude ik garen hebben, dat wy de wijze der Grieken daer in volgden , gelijk Plutanhus die in't leven van C/woMbefchrijft. Wy laeten fchilaeren , en na't leven aftrekken, zeythy, cenige fchoone oengezichten , die goede gratie hebben , en indien daer eenige onvolmaektheyt , of iets leelijks in bevonden wort, zoo en wil- lenweniet, dat men dezelve geheelijk achterweege late, nochdat'erook devolmackt te veel naerfticheyt gebruikt worde, om dezelve misftant, zoo als zyis , dan de ge" "^^ ^^ drukken i overmits dit de Schildery zoude ontfieren , en het andere, brt-cken , in't die ongelijk maekcn.

Konterfcy- j^gt weli^elijken van een goet Konterfeytfel wort by al de werelt geacht, ten wacr te ^^^^^ ^^^ vergoelijken , nae't gevoelen van den Ridder P. C. Hooft , voornae- iji.5nV/, mentlijk by de Franfen. U.E. maelt my af, fchrijft hy aen C.BarUus, even of deSchillery naVrankrijk moeft gaenj alwaer men altijtsafflaet vandefchoonheyt eender gemaelde trony, die van buitenkomt, nae ge- lang van de toegift, die daer te lande, aen de fraeye vrouwen , door 't vleyen vandeKonltenaers, doorgaens te baete komt. Waer over Meefter MicbielMtcieveltt vervolgt hy, nimmer een aenfchijn, om derwaerts ge- zonden

Het tvoeede Boek. a^

zonden te worden aflchildert , dan met de ovennaet van goelijkheyt, waer toe men daer gewent is. Maer andere volken zien deze toegift ai mede gaerne over't huoft , alsze met befcheydenheyt wort in't werk gefteJt.

Up dit propooü komt zeer wel te pas het vacrsje, datzeekere Mevrouw mytoezont, nae 't zien van zekere Schildery , van een niet te ichoone Juf- fer > by my een weynich toegegeven :

Uehigy een Juffer , in baer beeltenis te maelen >

Bevallijks^ «j/iz<e is, tefchoon op 't bertgejielt ,

En weygertz.e daerom de Schildery te haelen ,

Zoo brengtz,e f mijnent , en ontfang 't bedonge geldt. Te kennen gevende , dat een weynich toegevens niet lichtelijk iemant mis- noegt ; voürnamentlijk aen geen juffers.

Enzeeker eenfchoone tronie, op'tfchoonftna te kunnen volgen, is wel een meetterftuk. Hierom zey t Vlimus zeer wel , dat het zelden gebeurt, dat de Schilders een volmaekte fchoonheit niet en verflimmen. Afeües, zeytmen , had Alexander te bruin gekoloreert. Maer Ltfippus had de zoetig- heyr, diein zijn tronie was, en 't dragen van zijn hals een weynich op de flin- ker zy de , wel waergenomen. Demetriui fchoonheit was Apeües noch niemant Men kan machtich wel na te volgen: daerom zijnzebijlter op den doolwech, die niccalcijts zich inbeelden , datmen zelf d' al Jerfchoonde tronien kan toegeven (of flat- A'ittccrcQ. teeren) want een fchoonvel gaetde verwen al verte boven j gelijk wy by Terpfichore vernemen zullen. En wat de teykeninge belangt , die in dezelve wel geoeffcnt is , zal in een fchoone tronie zoodanige bevallijke eygenfchap- pen vinden, dat hy de les van den jongen P//w/«;vvel waerdich zal achten: dat is, dat hy zelfs om beters wille , befchreumt zal zijn van de voor^ellelde gelijkeniffc af te wijken. Zoo fpreekt ook Eunapitu van hen, die in't nakonter- feyten van jeugdige Ichoonheden, dezelve dooreen konftc reep zoeken te vermooyen, datze de gelijkenilTe verderven, en zelf defchooonheit des voorgeftelden patroons overflaen. Daerom , ó Schilderjeugt ! laet het u ^^"™°"' riet genoeg zijn, in'tgrosuw voorbeelt, ofden perfoon , dien gy kon- opi^e,j{ terfeytcn zult, aen te zien maer onderzoek, met een keurich en vlijtich oog, welke fchoonhedenof byzondere bevallijkheden, of wat weezent- lijke mijnen gy daer in bevint te zijn , en volg dezelve met al uw krachten nae, zoo zal uw tronie leeven , en eenaerdigen geell krijgen. Denk aen het geene wy in de Krooflkunde hebben aengeroerr , en op *t geene gy voor- hebt, gvzuitmooglijkaerdicheden vinden , die andere over 't hooft zien. Dunkt u niet, dat Apeües we) aendachtich op de eygentlijke wezens dergee- nen, diehy konterfeyte, moet gelet hebben, dat de tronybekijkers, die Metopocopi o{ Phyfiognomi genaemt wierden , zoo wel uit zijn Schildery, als uit het leven zelver, voorzeggen konden > wanneer den afgemaelden

F 5 per-

tot

CQ

P O L Y M N I A.

perfoon zou komen t* overlijden? gevvifielijk jae. Ten is niet genoeg dac

men den YïlcCooi' Sokrates aen zijn kalen kop , platten ingevallen neuze en

Der by7on- "*^P"JJcf^'^^oogenkent. Plutarcbm zcy tin' t^ros, dat de Schilders, die na

derc cygcn- 'tleven kontcrfeyten , yverich acht geeven op de gelijkenifle des aenge-

fchappcn. zichts , opflach der oogen , of trekken des voorhoofts , waer uit men der

menfchen zeedenaert verneemt. Let dan op die deelen, als ofgy haren

zeedenaert nafpeurde, maer met een fchilderachtich oog, vaerdiger tot

uitbeelden, als tot uitfpreeken j op dat, zoo wel hand als veritant , flux

en vaerdich worde.

Die zich tot konterfeyten begeeft , moet alle vlijt aenwenden, om de kracht van zijn verbeelding te wakkeren. Gelijk Döw/wi^ Girlandajo, die, noch een jongen zijnde, niet alleen 't geen hyvoor hemhadde navolgde, maer ook de voorbygangers en bekenden door een vafte inbeelding by •onthout poogde te kontcrfeyten, dat menze kennen kon. Tranciskp Mttx.z.ol% van P<«r»if«ikonterfeyteKf^/èr lC<Jre/ levensgroot by onthout, tot yder eens verwondering ; en den Prinfe der oude Schilders A^eUes trok met een koole van 't vier P/4«tti den hoveling, die hem uitfpottery by Koning Ptolomeus hadtegaftgebeeden , op de wand, by onthout, dat hy ftrax bekent wiert. Bartbolomeus Spranger fchilderde ook jufferen in haer afzijn uit ; tot behagen haerer min naeren. Kont^rfey- Maer niet alleenis den konterfeytersdeeze kracht van inbeelding noo- tcr moet een dich, dewijl de ganfche Schilder konft uit de innerlijke verbeelding des Kon- machtige (tenaers gebaert wort, als een andere Pallas uit de herfenen van Jupiter. Daer- h^'wj om en heeft men zich niet te verwonderen in 't doen van Frfw/wf/, die, in't

aenfchouwen van den Franffen Koning, biereen hand, daereen voet, el- Vóorbecldcn d^rs een trony , zonder teykenen fchilderde , en eindelijk dit alles tot een hier van. vvelftandich beelt vereenigde : dewijl een verftandig meefler niet alleen de fchets, maer zelfs een volmaekt begrijp van *t geen hy voorheeft in zijn verftant voor af maelt.

Maer om van't kontcrfeyten te befliiyten , zoo refl eert'cr noch , datmen fomtijts perfoonen moet fchilderen, die men noit gezien heeft. En hoe- wel dit ons werk in alle Hiftoryen is , dat men , als door een perfoneele ken- nis , daer ons K/io belooft heeft eenich bericht van te doen , de voornaemfte tKonter- betijen ^gn ^eekere kenbaere gedaente geefc j waer doorze , nevens afweezende 't werk datzcdocn, voor deze engeene bekent worden, zoo en zijn wy ofgcftorre hier inne zoo lichtelijk geen bcrifpinge onderworpen, omdatniemantde perfoonen. waere gelijkenis van de geene, die etlijke eeuwen doodt zijn, in zijn ge- dachten heeft: maer hier wort eennaeuwerenKrooftkundigeberichtinge vereyfcht, die weynich luiden ons vandenafweezigenof doodcn kunnen geven , echter heb ik 't fomtijts zien gelukken dat korts geftorve perfoonen

re.

Het tweede Boek. jy

redelijk gelijk gcfchildert wierden door delcvcnde ondcrrechtir.ge van de genen, die dier gemcynzamelijk mee hadden verkeert ; en hier helpr ce- vveldich veel toe, vvanneer'er maer 't minfte afbcehfel , 'tzy van vroeecr jarcn,of zelfs quaelijk gelijkende, voorhanden is, dat inen dan lichtelijk door een naeuwkcurich berecht kan verbeeteren: anders zalmen licht wel zoo verlegen llaen, als den Griekfchen Schilder in 't uitbeelden vanden hcy- jigen N/ii;o«, hocwel't hem beter gelukte, als hy zelis verwacht hadt. ik zalu, om den geelt te vern.aeken , hier in voegen wat men djer van ver- Baronius telt. MuUfenus Raetsheer van Lacedemonien was zeer gehouden aen den -^w- Chrijli HeyligenN//^o«, enalsdeeze van hcmfcheyde, en na Konltantinopolen 998- trok, zoo beloofde hy aen Malafenusy dathy zijn aengezicht noch weder- om zoude zien. Maer als Malafenus een wijl daer nae verflond , dat den Heyligen man geftorven was , zoo bedroefde hy hem van ganicher herten : Maer door zijn geloove , op het zeggen des mans , een valt betrouwen heb- bende, zoo ging hyby een Schilder, en befchreef aen hem het aengezicht en de gedaente , zoo goet als hy kon , ten eynde dat hy hem die in Schildery zoude vertoonen. Maer wat den Schilder deede, fchoon hy een groot kon- ftenaerwas, hy kende 't rechte weezen niet treffen: en alzoo M^j/^/ewa^te deezcroorzaeke in grooten angftwas, is't gebeurt dat Nikju hem aldaer heeft vertoont, t'eenemael in de gedaente, gelijk hy geleefthadde^ ver- maenende den Schilder dathy hem zoude aenzien: enzoodeezen, zulks gedaen hebbende, zich wederom keerde tot zijn tafereel, om hem nae te Müakuicuzc fchilderen, zoo bevond hy dat hy daer, nu al t'eenemael volmaekten wel Schildery. gelijkende, opflont : de Schilder dit groot mirakel ziende, was verwon- dert en verbaelt, en zoo hy zich wederom nae den Heylich keerde, om hem eerbiedicheyt te bewijzen, zoo vernam hy dat hy verdweenen was en dus heeft MaUfenus Nikon in deeze Schildery wederom gezien , gelijk hy voorzey t hadt. M aer dit zy voor ons daer van genoeg ^ in Melpometie zult ey coch van een Schilderye leezen , die zich voor deeze niet en ichaemt.

VIERDE HOOFTDEEL.

Vandewelfchaepenheyty Analogie ^ ofte proportie , tnt gemeen.

Y hebben reets gezeyt , dat dit de waere geflaltc eens menfchen IS, in welke men geen kenbaer teyken van wandal kan aenv^ij- 7en. Nu mocht iemant met Momus heulen, en zeggen dat wy alle misfchaepen zijn: Want deezen boocsmaeker^ enfchalk-

aar

48 P O L Y M N I A.

nar onder de Poëtifche Gooden , betifpte den Schepper der menrchen 9 niet alleen, dat hyborftvenftertjesinhen vergeeten hadde , om hunne verbor- ge jaedflaegen daer door te kunnen zien , en dat zy d'oogen zoo wel binnen als buitenwaerts hadden behooren te kunnen keeren, om de gebreeken, die zy van binnen gevoelden, te kunnen naezien: maer hy wiftookwatop den itant der kuiten te zeggen , en datze op de plaetfe der fcheenen hadden behooren te ftaen , omdebeenen teegen het ftooten en quetfen te befchut- ten. Wy zullen zoodanige berifpers geen ander antwoort geven , dan dat wyhen deeze verbetering in hunne lichaemennietcn zouden misgunnen , fchoon zy'er noch klaeuwen en hoornen hadden by bedacht, tn zeggen met De wcifcha» Albert Durer : Untflaet u van deeze valfche waen , iets beters te willen mae- ptiihcyt kenalsGodt, want uwe poogingen zouden te vergeefs zijn. Maer deeze by ons gepreezene , en by alle dankbacre z'elen goetgekeurde menfchelijke welfchapenheit is tweederley, als eerft, een algemeene , dewelke men lichtelijk overal in het afmeeten van levende beelden kan bekoomen , en is, tegen 't gevoelen van MomuSy zoo volmaekt, en in alzijndeelenzoobe- quaemelijk gefchikt, datmenze nergens in berifpen , enhaer , als de Ridder Hooft zingt , niet z onder verwondering aenzien kan, , Oogt op u: pyx.ult licht bevroeden, hoe utp teeden

inBaeto. ^^"^ jiAtnen z.tjn gevoegt , enofAlz^ulkejleeden,

Datdtedemachibadi enveranderdevanplaets Eett Itdt Alleen , hem z.ouwd' berouwen z,ijnesraets : In blijken hoe al 't bejl , dat z.ijn verwaent bediüen Wijt uit te 1 echten y tpaigemakj, ofmaekfeljpiüen, Maerhierfchietmyin'tzin, hoe niet alleen byzondere perfooncn, maer zelfs geheele volken, door een verkeert oordeel, deeze natuerlijke wel- Woit bv fchacpenheyt , door konlt of door gewelt zoeken te verbeeteren. Want men aommigc vertelt van die van Cumana, datzede hoofden der eerftgeboore kinderen f olkeo Tcr- tuflchen boomwolle kuflens prangen , op dat de aengezichten final , en duS| **'*'• nae hacr gevoelen , fchoon zouden zijn. De Tovoupinambaultiers daer-

cntegen begeeren platte tronien , daerom drukken zy de vrugt , zoo drae- 2e gebooren is , met den duim de neus in. De Peruanen in 't Weften, en die van Cochin, en zommige andere volken in 't ooflen, hebben zulk een lud in lange ooren, datzedacr, van jongs af aen, eenige zwaertevan me- taclaenhangen, totze eyndelijk tot aen hunne fchouderen reyken. d'In- Woonders by de Riviere Gabon hebben d'onderlte lip deurboort, zoo datz'er de tong kunnen deurfleeken. In 't oofterfche China , en in 't wefter- fche Florida , willen de mannen met geen baerden gequelt zijn , maer trek- ken die haii voor hair uit: Europe volgt tans veel deeze moode nae, maer tot meerder voordeel voor de baertfchecrders. Die van Monemugi maeken

groot

Het tweede Boek. aq

groot tverk van een kijk-Icehk , daerom kccrenzc hacrc ooglccJen opwaerts om. JJe Azancgen hebben de vette vrouwen lief, en by zonder die groot van boezem zijn; en om dec/efchoonheyt te venneerdcren , zoo worden de mammen van de meysjes , alsze zeventien jaer out zijn , met touwen ge- bonden en luftig uitgerekt; om tegen datze gcbacrt hebben , becjuaem te zijn om over de Ichouders te werpen ; want zy draegen de zuigende kinde- ren op den rug. De Chinezen hebben het lang hair en ongekorte nageicq aen dellmker hand in grooterwaerdc: zy prijzen ook dekleyne voeten maer alleenlijk m de vrouwen, diezy, van jongs afaen, zoo zwachtelen en in engef choenen parlkn , datze hen tot het gaen veeltijts t'onbruik wor- den. Andeie volken,als die van nieu (jallicien,en andere , mogen zelfs geen gladdehuitzien, maerzydeurkerven dezelve, en verwende iitteekenen op datze met zouden verdwijnen. Dejavaenen befmeeren haer iichaem daegelijx met geele ver we : De Kaffersof Hottentots met een zwarte, wan- neerze die krijgen kunnen , al waer'tmet het zwart vande ketels, alsze op de HoUjntfche fcheepen komen; want dan houden zy dit voor een groote weldaetvandek')k. Maer om noch fchoonder uit te komen, zoo verwen de wilden in nieuw Vrankrijk haer aengezichtenroot en zwart : en die van nieuw Nederland neemendaer toe allerley bonte verwen. Andere fchilde- ren de helft van haer voorhooft, 'teeneoog, een wang, dehalvekin, en voort d'eene helft van het Iichaem zwart, en geven d'andere helft een an- dere kleur, zoo dat het twee halve menfchen aen een gelalt fchijnen. Ein- delijk zeytmen vand'inboorlingen vanCumana, daer wydeeze verbete- ring van de natuerlijkewelfchapentheyt mede begonnen hebben , datze op hunne feefldacgen zig zei ven met een gomme beftrijken. £n datze dan plui- men en vederen vanallerley kleuren daer op kleeven ; en aldu 'neen nieuw flag van uilen veranderen. Zekerde menfch verfchilt weynig van een beeft , alsderedelijkheytin hemoffluimcrt , of doodt is. Enfchoon^eheele vol- keren met gemelde zotheden bchebtzijn, zoo zaldegcene, die zijn na- tuerlijk verltant gebruikt , van al decze verbeteringen walgen. Men inig degebreeken, die 't geval in de narucr geeft , wel herftellen : maer nicc anders, dan nae 't model van een gezonde wel fchaepentheyt, beRacnde in een bequaeme n-iecdevocglijkhcyt van deelcn , nae den eyfch van 't rrcheel. Want de menfchhjkc welfch'epenheyt kan ook verfcheyden zijn.alsl'ort en langachtig, tenger en ge^er. Auguftus was kort van lichaem,maer deeze kor- Zy ticheytwiert door de gefchikthcyt en gelijkvormigheid der leden, zo beqi-a- kot meiijk bedekt, datmenzemacrallccndoor de vcrgclijkinnemct eenlanrer man,die naeby hem ftonf,verneemcn kon^Tiberiuswas lang^brcet van fchou- I angach deren en borü , en de reft van zijn leeden nae dezelve maere ucfchikt. \!acr "^^ * wat hoegrootheyt 't zy dwerg-of Reusachtig, de overeenkoinftot ^;m/ö-

G ^,c

kan qi-a- kortichtij^,

^o P o L Y M M I A.

Ennaaller- ^i^der deelenmaekt de vvelfchapentheyf. Zoo dathetfchijnt datze veeler-

leynuetcn ley kan" zijn, en de zelve in de nacuer verborgen, ontftelci^emeenelijk onze

^''°* oordeelen, gelijk Dwr^)- zeyt; want men bevind fointijcs twee nienfciien

zeer fchoon en fi aey , van de welke d'eenc ni. t d'andere niets gemeen heeft,

noch van niaet noch van geftalte, en nochtans is 't niet cpenbacr, wie van

beydcn volmackft is. Zoo duider is ons verlUnt , vervolgt hy , wie zal dan

de waerefchoonheyt befchrijven? maer hoewel 't ons nieren blijkt, zoo

is 't nochtans gelooflijk, dat d' een van deeze beyded'anderin vohnaekt-

AlhmDit' heyt te boven gaet. Elders zeythy, dat dedeelen vaneen beelt van den

rervnnde hoofde tot de voetzooien moeten overeenltemmen, het zy dan rouw of

menfchelijki glat, vleezig of miger, op dat het op d'eene plaets niet deurvoed, en

proportie ^^^ ^p d'andere uitgehongert fchijne ; dat d'armen niet dun , en de

Boeck. ' beenen dik zijn , de borft vol , en de billen uitgeteert, *t hooft jong,

en 'tlichaem oudt , en wat des meer is. Yder ouderdom moet daer

toe bequaeme deelen hebben , een jong menfrhe moet gladt , fap-

pig, en effen zijn, een oudt daerentegen rouw oneffen en mager. Die

lof begeert, zeythy verder, vermijde de leelijkheyt in zijne beelden, dat

is , hy zuivere haer van alle opfpraeklijke teykenen , en trachte nae *t geenc

gezontenbehaeglijk is. En hier toe wil hy , dat men zich veel levendige

menfchen lichamen voor oogen ftelle, en de fchoonlle maeten vergadere.

Want de kond is in de natuer ingedoopt , als gy die daer uit zult getrokken

hebben , zult gy veele dwaelingen in uw werk vermijden. Dit is 't meeft al »

dat den grooten Albert Durer tot onderwijs in zijn Proportieboek voorftelr ,

ikgeloove, dat hem de doodt, terwi)l hy dit werk optielde, verraft heeft..

Wy befluiten dan dat de welfchaepentheyt des lichaems bethet , in een zee-

kere Simmetriej die des zelfs deelen onderling , en met het geheel hebben»

Want een lichaem, dat dus overal zijn gedeeltens fchoon is, overtreft ver

de fchoonheyt van eenigh uitmuntend deel. Alle dj gedeeltens van een ftok-

beeltbehooren fchoon te zijn, zeyt Socrates, want wy betrachten niet zoo

zeer deaerdige nettigheden der byzondere deelen inde kolofltn, als wy

wel letten op de weHchaepenheyt van'tgeheele maekfel. Dies is het be-

fpottelijk dat eenmeefter defraeyichedeninde deelen zou w waerneemen,

enden vvellhnd van het geheel verzuimen. Parrafiusachtcdk Hooftftukder

kond boven alle andere , en Polijkletus be vlijtigde niets zoo zeer.

E n konfii- ^^ tweede of konllige kunde der gelijkmatighey t , of proportie der men-

ge wdfcliae fchelijke leeden , die men de volmaekte fchoonheyt noemt , heeft de groo-

j'cnhcyt, te meeRers in d'oude eeuwen vermoeit en doen zweeten. Den grootea

Apeües achtte Eif/fpWor«nn deeze kennis booven zich zelfs. Deze.verkiefl

het fchoonfteuit veelderlev fchoon: en't valteenmenfchete zwaerom in

zijn leeven uit te vinden, Maerzyisby d'ouden, door veel naezoekens en

lank-

Het tweede Boek. fr

lankhe^r van tljdt , zoodanig uitgevonden en acngegroeit, dat zy met valle regels (waer van ons de verftooring vnn 'r Roomfche rijk berooft heeft) haere beelden een allerfchoonRegelijkmaticheit der deelen gaven. Ja zoo zeeker» datter gezeyt wort , dat,indienmen aen twee byzondere beeldhou- wers (de Schilders zijn niet min ervaren geweeft) alleen twee gelijke vinge- ren, oi groote teenen , of eenige deelen eenes lichaems beflelde > zy zonder van eikanderen te weeten , twee gelijkmatige beelden zouden ge- ^y^^ '^\iitw maekthebbcn, weetende, uit een deel, de maeten van alle d' andere te °l'\,'^'^' vmdcn. vV yen willen ons niet ophouden met (4) I«c;<i«tti verhael te onder- iAln Her- zoeken, diezeyt, dat PljtdiaSi lirax, op het eerfte gezicht vaneen leeu- wof/wo. wenklaeuwe , wift hoegrootenform hy dien leeuwe moft toepalTen. Noch ook met den landmeeter Pw/cfcfr , die, toen de Pontifche volkenden Key- zer T/tfr/Wicenen geweldigen tand toezonden, die meer als een voet lang was, den Keyzer gepleit heeft, met hem naukeurich uitte beelden , wat lijflengte den afgeltor ven held, eygenaer van dien tant, plachte hebben. Maer veel uenmerkelijker is het verhael van Diodorus Siculus , zeggende dat de twee vermaerde beeldevormers Telekjesen Theodorus, zoonen van Rbe-^'^^"^^^ kusy eenbeeh vzn ApoüoPitbiusy voor d inwoonders van 't tyland Samos, j,^ ''^* '^^ op een ongemeene wijze volvvrochten : wantalhoewel Telekles d' eene helft dezes beelds in 't Eyland Samos , en zijn broeder Theodorus d' ander helft tot Ephezen mackte , zoo paften deeze twee halve beelden zoo wonder wel op malkanderen , als ofze van een zelve meelter t'eender tijdt waren uitgevoert, end' Egyptifche priefters hielden ftaende, dat deze valticheit inde konft dcnEgypcenareneygen was, eerzevan de Grieken oitwas in 't werk ge- ftelt, ja dat d' Egyptifche konftenaers, na het zeggen dezer Priefters, de beelden niet by der gis, of by 't oog, afmaeten, gelijk de Grieken, maer als twee konftenaersde marberen, tothaer werk dienende, gedeelt had- den, zooberaemdenzy tuffchen hun beiden eenbequaeme maetfchiklijk- heit, vanhetmeeftetothetminfte, in hun werk, en regelden hun beftek dooreen-en-twintich deelen overeenkomende met demaete vaneen wel- fchapen menfch , waer in zy zoo vnlt ^Mren , dacze door geen tuflchen wijtte verhindert wierden, maer brachten de byzondere (lukken des gemeynen werks, nae verloop van crlijke macnden en dagen , by een j tot groote verwondering van al die 't quamen te zien , en t' aenmerken.

Maer Kalliope zal hier af noch iets, als zy van defchoonheitfpreekt, ?en- roeren. Laet dir alleen genoeg zijn om u, ó Schilderjeugt, op te wekken, om deeze heerlijke konfl nae te trachten. Wy vinden te Romen en elders blijken genoeg, dat 'er een konftige kennis dermaetfchiklijkheit geweeft is. En of wy fchoon tot haereonfeylbaere kennis niet en geraeVen , zoo zal nochtans ons oog keurlijk worden , in 't verinijdeitder wanftalticheden , die

G z §e.

52 P o L Y M N I A.

cemeenlijk deur 't naevolgen van de gemeene natuer worden voortgebrachr, zoo wy op de waere maetfchiklijkheyt beginnen te verlekkeren.

Wat ern SchiUcr

VIJFDE HOOFTDEEL.

Van de ontleedïng j en eerft van 'tgeraemt,

\er eerwy tot de byzondere meetingen eens menfchlijken li- chaems toetreen, zoo laet ons eerlt dit heerlijk beelt Gods eensontleeden. De maetfchiklijkheit zal veel lichter zijn om te begrijpen, alsmendebyzonderheden, waer toe menze gebrui- ken wil,eeift kent. Ik en v\il u , ó mijn Schilderjeugt , hier in geen doolhof brengen, of ure ver buiten oti leyden, gelijk tot noch toe gedaen is. De Ontleedingkunde laet ik de heehneelters en geneesheeren , maer mijn lefTen Ilrekken alleen tot de Schilderkonft. ik wil u alleen leeren'tgeenu. noodich om weeten is, dat licht geleert wort , en groot voordeel toebrengt. Ik zal u in 't kort eerft een menfchelijk geraemtbefchrijven, op datgy de fchets van allerley buigingen der deelen te beter moogt leeren begrijpen. bn wat ons verder onderwijs aengaet, ik zalu niet anders ais een onbloedige inaer'^'in de ontleeding voorftellen , enalleen diefpieren enmusculen aenwijzen, die konftdtr in'tbeweegen der leeden, of rekken of zwellen ; en blijven by de waer- ontlceJing, achtige fchilderachtige fpierkundc, zonder fnijden of villen. Mijn God- behoeft en vruchre vader T/;to<iöO)' plachte zeggen: Dat de Schilders in de kermifle der leweccn. nootzakelijke Hukken , die een Schilder verftandich maken, ingeenonwe- tentheit bleevendoor gebrek van boeken, of onderwijzers, maer alleen om dat zy afgefchrikt wierden door de wijtweydentheyt en lankheyt der zel- ve. Want wie heeft tijd ofluft om, aengaende de menfchlijke ontleeding, al Voorn.ime defchriften van Vez^aüus, Laurenttus.of Kabroltus^te deurkrulpen^Zóf van der Gr'4c/;rleyt meer weegs voorheclmeefters, als voor Schilders af. Daerora wil ik mijn Schilderjeugt van allen onnoodigen arbeytontflaen, haer een korten wech wij.en, en mijn Bijtjes hier een bloem volgereeden honich voordellen, die genoeg zal zijn om haer gratige honichraten op te vullen. Ik zal haer leeren welgevoede naekten met kennis doen roeren. Maer die, dooreen byzondere neyging tct dit deel derkonftte doorgronden, noch niet verzaet is , kan de bovengcroerde fchrijvers , en meer andere na- zoeken.

Want ik wil nietdatmen, door al te naukeurichin deezewetenfchap te zijn, ineen wargaren vervalle , gelijk veelen gebeurt is, dieharebeeU den gemaekt hebben , als ofze harde en uitgedroogde llokviflen , pn gevil- de

Anatoau ftcn

Het tweede Boek. 53

de Satyrs waren, ofwel 200 veel knobbels hadden , als ofze met ajuin waren Anatomie opgevalt jiiiaerdatmcn in een werkend beelt voornamcnrlijk dcbcweegin- "^'sbn-ikr, eender Spieren terecht waerneeme, en de vleezigc opzwellini^en en in- krimpingen op zijn behoorlijke places Helle. Het en is niet genoeg, dat .n "*■*"" eenigcn op haer oog vertrouwende , de natuer , 200 ?y waenen , vleezich en zacht navolgen, en dikwils misgeboorten en zoutzakken op't paneel brengen : de doorluchce geelten hebben meerder voorzichticheit gehad, en hare kennis der Muskulen blinkt, hoe bedekt, in hare werken ^3„ ^^j uit. Den woclenden IrfocooH, hoe gefpiert en gezenuwt , lieeft nochtans wacrt^eno. eenzoetvloeientheit, als waert't het zachte vel: en depoezele I/ttr, hoe '".^'^"sto- zeer met vet begroeit , vertoont ten miniten de plaetfen der Muskulen. m'c te Ro-

C/wp» van Cleonia, eenStadtin Achajen, begon ondet de oude Griek- tikacn. fche Schilders aldereerft deleeden, fpieren , en aderen desmenfchelijken Jichaems, in zijne werken, tevertoonen.

Maer Antonis Pollaivoli was den eerften , onder de nieuwe Italianen , die de muskulen met kennis onderfcheyde , hebbende zelfs veel doode hchaemen , om die te leeren kennen, gevilt. Roj[o ontgroef de doo ien, en maekre een zeer fchoone Anatomie, fchrijvende ook een boek daer af , maerhebbe 't zelve noit, datik weer, gezien. Buonarotti ook t met een hangenden Krijïus vzn hout bezich zijnde , begon veel doeden te villen , 't welk hem namaels zijn Teykening dapper verzekerde. En de eere van't land van Kleef, of den h:ita\i[chen Titiaen Jan van Kalker^ heeft den anatomifl Vez.aitus met zijn Tey keningen in't anatomifeeren dapper geholpen,

Wy zullen dan voor eerft het menlchelijkgeraemtbefchrijven, gelijk vvy het in de Plaet A . in d'eerfle fi - uer hebben afgeteykent.

Het Geraemte eens menfchen begrijpt vooreerft zes voornaeme deelen , als het Hoeft , het Li)fj twee Armen , en twee Beenen.

Bet Hooft beeft 2. ftukl^Hi ab

A. 't Bekkeneel, Cimmm, en

B. Kinnebek, Uentunty

Het Lijfoflichaem bit ft ^.deelen} als

C. den Ruggraet , Spitia.

D. de Ribben , Cojlx , en

vijf korte, twaelf tezamen, waerby gevoegt wort

K. de Kreeft of 't Bo:[[h€en, Sternum, L.deSleutelbecnen, ClavictiU, M. en de Schouderblaen , ScaptiU. De Heupen hebben 3 dei Ien, als eygentlijk.

E. deHeup, litum. DcHeup J/;«w, het Ysbeen l/c/;«/w,

Den'Ruggracdbegr^ptinzMh l enden manbaeren Stoel ?uhes-, doch

F. de Nek, CervtXy

G, den Rug, Dorfum,

H. de Lendenen, Lumbi^ en

I. 'tStaertbeen, osSacrum.

De Ribben zijn zeven hechte , en

deeze twee lactlf e zijn onzichtbaer.

7 der Arm beeft 3 . deelen, te weten N. de bovenfte LI , Humerusy O. de onderltc El, Cubitus , en de Hand. Deondtrlle Llhceft 2.bee- G 3 ncïh

M N I A.

R. uitbuit, Trochaiiter Major , eyn

(Ifgendeaen

S. deKniefchijf; Rotula.

T. Het Scheenbeen Tihia , met

V. de Braeyfpeek zijn twee.

W. de voet Tarfum heeft 12 beentjes,

en de teenen veertien.

54 P O L Y

nerij zUd'ElCnbituS) en P. deHandfpeeck , Radius. De Hand heeft twaelf beentjes, de Vingers vijftien.

ïder Been beift 3 . deelen , als het Q^Dgiebeen , Femur , 't welk onder de Heup

Wieonderu, 6 leergierige Schilderjeugt, zal zich ontzien deezewey- nige naemen en deelen eens op te zeggen ? Wiens hooft is zoo kranck, dat hy geen driemael zeeve naemen overleezende, zoude onthouden. Zeeker gyzultzeftrax van buiten weeten , en al de beenderen kennen, zoogyde printmaer eens naeteykent, en de naemen van de b^üaen de letteren nae- zier. Een kleyn uur kan u hier inet een kennis vocrzien, dieualuwleeven lang zal byblijven, en grootelijks dienen. Iseenuur niet genoeg , hang'er een ganfchen dag aen. Maer ik zie alreets dat gy , v.in't Cranium af tot Tar- fumtoe, uwleskent, envanyderbeenbynae zijn Rooml(.heen Duitfche naemweet. Wel aen» laet nuuwoog ook eensgaenopde verdeeling. Ik heb dit geraemt nae 't leeven afgemeeten , het was vijt Rijnlandfche voeten lang, maer vademde wel een half voet meer , 't welk ik geloof, datby't ontdroogen der Zenuwen in den Ruggraet bykomt , en dat het daer door wel 6 duimen gekrompen was. Ik heb het in vijftien deelen , of groote palmen verdeelt, en vindeenmaetfchik , die niet te verweroen is. Alseerftelijk, van boven den Scheydel tot I. Onder d'oogen. 5. 't EyndederRibben.

6. In de Heup.

7. OpdenTrochanter,

8. Quartier Dgie.

9. Halver Dgie.

10. Boven de Knie.

voorts 2. 'teyndedesNeks,of

op'tSchoudervleys. _;. Onder't Hartefchilt. 4. Boven 't Maegen-

fchildetje.

Dewijl gy dit nu vaft hebt, zoo laet ons ook de Spieren enMuskulen, die 't gebeente bekleeden, leeren kennen. Gyzult haeft zoo geleert fchij- nen , als menig Chirurgijn.

Ji. Onder deKnie-

fchijf. 12. Quartier Scheen, 15. Middel been.

14. Boven d'Enkels.

15. Onder de Zooien,

ZESDE HOOFT DEEL.

Fan de Muskulen en Spieren , en haere werkingen , vertoont in de Figueren 2.3.4 ^^^^ ^rint A fw B. T\ zullende Spieren, die het Aengezichtbeweegen, voorbygaen,en

w

beginnen van Jen Hals.

4. UA'

Het tweede Boek. 5-^

A. Majioïdei, c!e F^)}ikkiys,ohepc\wijze Spieren, ? tickkcii't hooit op K voorover, b. Splevtj.d'oftre^k^crsi of Spalkfpieren , S verfchciclc manicicn l achterover.

€. D.7/o//f^, den Drv/;o</;, of Schocrfpier, ^ opvvaerts.

d. Pff?ur^/M, dcöorj///>/frofvi)fhoek, voorwaerts.

e. hifraff'inatus, de Schoerbbt Mus kei , of ondcrgnctCpier, i>trektdeM<i ^'-"^crvvaerts.

f. fJ,JLs , de Kpejer oi de Ronde , farm \ '"^f ^chterwaerts.

g. Lan'Tirms , den Hcmtrock, of de breclap , J ['jedcrwaerts > als mc- *' -v' r Je t Schouderblat.

T omhoog, h. Trape^itis , de Monnikskap, of tafcifpier tiekt het Schouderblat. > omlaeg.

te rug. i. B^3us ■, de Matras t of RechteBuikmuskelj ") deezepciflcn de Rib-

hccft drie of \i(.'r banden matras gewijs. > ben, en drijven den

'). Sacrolumbtis , den ^>-«/;jl;_frof Heyligc Lcndcfpier , -^ aeiïèm uit.

k. Serratm Major -, de ;^4fg of zaegwij ze Spier ,^ deeze zetten de

?• Ribben uit, om den

1. Obliquus i de Scheefdraet , of gordel fteun , ^ adem in te halen, m. Biceps-, de Muis , of tweehootdige , 7 deeze buigen

n. Brachiaus, de MakKcr , of d'ArmIpier, f den Elleboog.

p' Bn-^^d" "L- "''^ f of d' arm-tweelingen, deeze rechten, of ftrekken den Elleboog.

q. B^tundus pronatoy, de Wender, of Koper } decze draegen d'El- ? met deknc^kels om hoog-

r. Longior SupinatorAc Keerder verkoper 3 lespcek en de hand 3 '""^t het binnenü om hoog.

f. Rechter van de drie middelüe vingeren, -s

s. Extenfores, de I{echters ot uuflrckkers > van de werf of 't gewricht van de hand.

t. F/fxo>'fj,de ÖM/^c'nofnihaelers. J

u. Major, 't ZJttekufpti ot de Bii, ? deeze ftrekken de Dgie recht uit.

V Mediusy d'opperbil ot heupmuskel , 5" '^^ buigers zi;n inwendig verborgen.

\v. Triceps den drickpp trekt de Dgie binnevvaerts.

X. Io«g»/,de«4fvrrof de lange l trekt het Scheenbeen i^'-i^ewaerts.

y. Mcmbranofus, de fli-:{igc ot de Naevlter 5 ^ buitenwaerts.

2. i{eBus, 't Juiferktiffen ~) deeze rechten het Scheenbeen , omvangen de Knie- X. VajiusExternus ' Mchiif, en binden met een breede en faemgegroeyde

6. Vaf.us hiternus. ^ Koorde het Scheenbeen aen het Dgiebeen.

1. Scm'mcmbranofus , de biiJncnljger , o{ hlliWiczige} )

2. Semineriofts;, de hal^et.uifde knieier , / Het ampt van deeze is deTybia te bui- ^ . Gracilis , de knieier ot fmallefpier > T gen, of te doen nijgen.

4. Externus , de buitenijger, J

5. Tikiaus de Schtenfpier l deeze buigen o. Perone'is de braeifpier 5* ^^'^ voet.

7. Gf/wi7// de tweelingen V deeze recliten, of ftrekken

8. J'o/fM/ den Enkeling 5* den voet uit.

Wijders K.'tzwaertachtigborftbeen. L. deSleutelbcenders^. R. dengrooten buk» üfdraejer, of Trochanter Major. En T. Tibia, 't Scheenbeen , tot acn den bin- ncnllen enkel zijn bloote plaetfcn van'tbeen, door geen Muskulen bedekt.

Wat

5<5 P O L Y M N I A.

Wat dunkt u, mijn Schildeijeugt, zalu deezeles wel te zwaer zijnr* zeker neen. Maeromgewis tegaen, zoo raed ik u deze Tafel der muskulen uit te fchrijven > en ftel'er , 't zy gy de oude Latijnfche, of nieuwe Diiitfche 1^ _ naemen neemt, hare werkingen by, Fluxaen't van buiten leeren, en ftrax de nuttichcit dacr op UW beelt van dry zijden , 't zy groot of klein , na eteykent , de mus- van d'Ana- kulen met letters gemerkt. Gy zult in korten tijd hare naemenenwcr- romykundc. j^jngen zoo vaft hebben , en haere gedaentens zoo zeeker weeten , als ofze onder uwe fpeelmakkers en fchoolgenooten verkeert hadden Zie daer.' ikziedeminfteonder u allen volleert inonze Anatomye. Verbeyt, dezen geringen arbeit zal u in 't toekomende doen zien, daer andere blint zitten. Waniieerge de heerlijke ftatuen der oude Grieken /^ult komen na te teykenen , of levende naekten in d' Academiën voor u ziet , zoo zult gy Itrax begrijpen, waerom dezemuskels gezwollen zijn , en andere vlak leggen. En of 't u gebeurde, dat gy van oiize deurluchrigrte zuflei K/;o beroepen wiert, om wordelende naekten, en allerlcy flich van bewecgende lich Je- men uit te beelden , gy zult het levenin'tnjlchilderen met kennis aenzien. Gy zult bevinden , dat het niet genoeg en is, een levend menfch , zoo als hy voor u rtaet , flechtelijk na te volgen ; want zoo haclt hy vermoeit begint te worden, en met moeite de zelve ftant moet houden, zoo doen de mus- kulen verkeerde werkingen , tot groote misltand , daer andere , die de ken- nis der muskulen en hare werkingen niet enverftaen, zich niet voor kun- nen hoeden. Maer gy, die de vereyfchte roeringen verltaet , zult de bewce- ging der muskulen op haer behoorlijke beurt waerneemen , en de verkeerde werkingen met oordeel fchuwen. Enmooglijk zultgy, door onze aenley- ding op deze kennis verlekkert, de bovengemelde fchrijvers nacuwer on- derzoeken, om yder muskels begin en eynde keurlijk te weeten. Want wy leeren alleen wat ten hoogften noodich is : die meer begeert, zal wel te recht raken. Maer voornamentlijk kan u Andreas Lauremius hier toe dienlf ig zijn.

Het paft de groote Küo de lijdincen der zielen,en de doeningen der lichac- men te leeren , en ons die van de muskulen en fpieren op te zeggen. Wan-

,, , , neerce beelden maekt, die «zewelt met het hooft doen, laetde Maftoidei vande b> . , ö , .. . S i i i t i -i i

rocrinc^en m t voorover , en de 5p/^«^ in t achterover buigen , beno rl jkopkrimpen.

der Musku- Laet in vechtende naekten Deltóides den arm oprukken, Ve^oralis voorwaerts,

^'"- Infraspinatus-, Rotünduscn I<ïfij?/w«; den elleboog te rug haelen; en de Tia-

flf2L9 werkelijk opzwellen. Srort uwe beelden door de werkingen van Reétus

en Sacrolumbusy o(Serratus Major en Ot//^M«/,een levenden adem in. Beeld

gy een drinkenden Centaurus, die een zwaere kop aen dennnt zet, uit,

laet Biceps en Brachi£Us opCpannen : en Longus en Brev'n in een drei enden

arm zwellen. In een wringende hand motitn Rotundm PronatoTy Longior

SU'

Het tweede Boek. y-

Supinator , en bey de Extenforcs , en Flcxores li?,er werk doen , daer py naektc Reuzen berg op berg doet fbpelen, om den hemel te beklimmen. In 't be- wegen der betnen rechten Major en Medius de dye -, macr Triceps voertze binnewacrts. Reóius en bey de F4/?/ zwellen, als defcheen rechtuit (teekt maer devier Po/?»t;, Externus , Grac'tlis , S emmer vofus cr\ Semnnemhrano^ fuSi als mendenvoetin denaershaelt: enLongusen Mef7ibranofusy na dat- men *t f cheenbeen na binnen, of na buiten trekt. In een beeld, dat op zijn tee- ncnltaet, moetende GfJWfÜJen 5o/fttikrachtelijkhaerwerkdoen: en Ttbuus en Peroneus in't optrekken van de teenen.Ziet dat gy deze dingen, ó Schilder- jeugt.' in de levende natuer vvaerneemt,en op een aerdige en als ongedwonge manier leert op't papier brengen, zoo zult gy het waere nut van deze kennis genieten . N u is 't tijt , dat vvy ook zoo veel van de maet eens menfchen ver- handelen.

ZEVENDE HOOFTDEEL.

Fan de meetinge eens menfchelijken lichaems.

Emaetfchiklijkheitineenmenfchelijk lichaem, is een wonder- lijke overeenkoming derdeelen, zoo onderling als met het ge- heel. Zümmige willen, dat de Arke, die 'i^ouh uit het bevel Godtsmackte, eenigegemeenfchap zoude gehadt hebben met de maete eens menfchen, die uirgeftrekt op zijnen rug leyt, Wantzoo luid denText, driehonderteüenz.j' de lengte, vijftich ellen de irijtte, en dtrtkh ellen de hoogte: 't welk, nae de Helling van onze beelden in de letter C, zoude Noachs Ar- uitmaken een figuer of gedaente van vijftien palmen lengte , van twee palm ke nacde en twee duim breete , 't zy van vooren of van achteren , en van een palm en ™"^^ ^^°* twee duim diepte, te weten van ter zijden. Dat nu onze beelden hier niet "^"^'^^^"' mede overeenkomen, om datze op d' een plaets breeder en op d' andere fmalderzijn, iswaer: maer de Arke beftont in rechte linien, en als men in een menfc henbeelt zijn breetft e en fmalfle te zamen reekende , zoo zcude d' overeenkomft mooglijk gevonden zijn. Maer laet ons hier o een tijdt me- de verletten: want ik wilde wel dat ik de Schildcrjeugteen zoo korten be- richt kon geven , dat zy 'er deur waren, eer zy 't wiften. Ik zal dan een proef doen met dit vaersje , daer een beek van acht hoofden lang in wort afgetee- kent, en in gelijke deelen verdeelt

Men meet, nae d' oude gang, Een beeldt acht hoofdm lang , £erft van de kruin ter ktn , Voort tu^ihen tepels m. Ten daJenin den navel.

Ten vierden tot de fnavel, Kui<yb '

Ten vijfden halver dgie, wcrpd^r

Ten z.ejien onder kzue , matten van

Ten z.tvenjl' op defcheenen , ^' ['^"^ ^" ^

Tenachtjien'te^ndderbeenen. c'" ^^'''"

H Hier

^8 P O L Y M N I A.

Hier diende wel een vygebladt , maer wy ontleden de naekte waerheyt. Wyders zoo keuren wy den zin van de volgende vaersjes voor goede , al lui- denzewart vreeiDt : Een menf hen heelt hcquaem , J In ƒ den en op *tgemachti

Zijn Middellengi men acht, \ Dan is U den navel jutjl.

De vrouwen is het bovenlijf wat langer, nae proportie, als dat van de mannen. Maer dit zal nu vaersjes genoeg zijn, zooge deze volgende niet overflaet:

- Aen hand of trenj deelt Men 't tiende van het heelt,

Endezelaetrte;

J.en z.ejie deel men moet

Verfchaffen aen den voet,

Zegnuvry, dit kunnen de kleyne kinderen wel by de vyerleerei;, zoo zal

ik'erby voegen, dat groote meefters zich fomtijts zoo draegen, alsofzy

zelfs dus veel niet en wiften.

Befchrijving van de Beelden in deplaet C,

MAer wy zullen de moeite neemen van een beelt van drie zijden eens wat keurhjkeraftemeeten. EnvooreerR vaneenman , die wy zevenen een half hooh lang zullen maeken. Ik zal zijn geheele lengte in vijhien half- hooftmaeten of groote halmen verdeylen, endebreette der gemelde pal- men ook ter zijden uitzetten. Ik bevind het getal van vijftienen zeer be- quaein, fchoon ik wel geleezen hebbe, dat de oude dat van eenentwinti- gen pleegen te gebruiken. Wat reeden zy daer toe gehadt hebben , laet ik anderen onderzoeken. Wy vinden, dat aenmerkelijk is, datons lichaem voor eerft in vijftien voornaeme deelen bellaet : als het hooft , de Borlt en den buik. Yderbeen in Hgie, fcheen en voet: en yderarm in boven- en onder Elleboog en Hand j 't welk vijttien famen is. De gewrichten der vin- geren in y der hand maeken ook vijftien uyt. Zoo heeft yder voet ook bynae dergelijk getal. Wy dan, alsgezeyt is, noemen yder vijftiende deel een Valm , die wy wederom in vier gelijke deelen deyien , die wy duimen zullen noemen; zijnde yder zoo veel als eenfelHchfte deel van desbeelts geheele lengte. Yder duim deelen wy wederom in tienen , en noemen die deeltjes greynen, zoo dat het geheele beelt dan zes hondertgreynen in lengte be- flaet. Maer dit komt aldermeeft in het meeren der diktenstepas, want be- Jan^jende de lengte , wy zullen daer niet anders ab geheele palmen toe ge- bruiken. Alsyandentopfcheydelaf

Tot

c,

pcdox -f.

areyt\cn

M

J2

IJ f

\jSkf

t kuï-

I2,«

kui-

bedt 5

il.dui gr* 17

'26

'2

13 4

al.dui.sr.

2 I 1

aervan

:ht-

c,

1

1

^M

f

j

1

p'^

^^.

pd

^pn-

pcdm

iJUUl

1

1

k

w

^

1

Hi

d!„m^

'^v

^

■^

'^ ^ M

^

F">

^

r

11

BK

i

^nynm

/^H É")

m

"n^lgw, r

llt>*. A ~~^

<%

t 1.1

u

^^

i

i ^i '''

r

/^

ioD

'i

'fc'l i

il

^-.J

\JI\1

Iff— 'j

1

}/j

P^P

ï

^'^1

^■j

i

1 , j

w^

^R^

1

<'r

i

W

N

/

r

m

A

S

1

%

fjiïè

'W

/

n ^

4

w

E **

il

1

»L

ro!

1 f ^

<M

\

■1

ii-\

P

i

! ' 1 /

1— to ^ ''S

(

Al Ml 1

J2

1\

\ j

0

H

' M

-

i\

ff

n

f 1

v

f

1

II

1,1

lilt

J4-

\

1

1

il

II

' f

yi

jii

_

Jr^

k

_J

L

Lm

h. .

u

A^

\^

s^^llü 1

Het tweede Boek

Tot in d'oogen een palm. Totindeftrotpijp de 2. Tot onder de ichouder- leen de 3 .

Tot op de tepels de 4. Tot de korte ribben des. Tot den navel en heupe 6.

Tot 't begin der billen 7, Tot onder de billen en

fclucmte Totmiddcldgie Tot boven de knie Tot onder de knie

8.

9-

10.

II.

i9

Tot op 't dikfte der kut- ten iz*

Op't dikft onder de kui- ten 15.

Boven d'enkelen 14.

Onder de Zooien 1 5 .

Palm.Duim.Greio.

Den Voet is lang

Den arm uit het Schouderge-

wricht tot d'EIIeboog Uit d'EIIeboog tot in't ge- wricht der hand Voort 't eynde der vingeren Belangende de breette , wy zeggen dat dit van achteren en van vooren (lacnde bedt 3 en 4. in de plaet C . breet is

paldui.gr. pal.r^ui.gr,

Boven't Voorhooft i 2i

Overd'Oogbraen 122

Onder Neus en Ooren 112 ï^en Hals onder de Kin 2 5- Over de Tepels , of tuf- ) j fchen d'achterfte Oxelé 2 3 !8 InhetWeeke I2 1

Over de Navel 225

B> 't eynde des Buiks \i 3 1^ By 't eynde der Billen

is elk been brect De Dgie in't midden Boven de Knie In de Knie Onder de Knie Midden de Kuiten Op'tdikft onderde

Kuiten. Boven d'Enkelen Onder d'Enkelen

1

13

1

$

38

35

^io

^.S

3

17

2,1

Den voet is breet Den arm in't dikft

van den bovenften

Elleboog. Achter d'EIIeboog Voor den Elleboog Bet na de Hand By't gewricht De open hand is breet

pal.dui gr» 37

26

\

2 34

i

Refteert noch het beek van ter zijden 5. dat wy zeggen brect te zijn

pal.dui.g

131

3j9

126

2 4

12S 1I32

't Been is dik Onder de billen De Dgie in't midden De Dgie onder De knie dik Onder de knie Midden de kuiten Onder de kuiten Boven d'enkelen

pal.dui.gr.

116

■35 I 2

31

-4

Van't begin deshairs

tot achter de kruin Over de oogbraen Over de Neus denhals onder de kin De linie boven de

borft Over de Tepels De linie daer onder Over den Navel By't eynde des buiks

Dit beek de hand opheffende tot de hoogte des hoofts , beflact een kring , waer van de Navel het middelpunt is.

Den arm in de Schou- der is dik

By d' achterfte oxe- len

In den Elleboog

Bet nae de hand

In't gewricht

De hand is dik

pal.dui.gr.

2 I 1

H

ACHT-

6o

POLYMNIA.

CHTSTE HOOFTDEE

^efihrijvmg van de Beelden in de Trint T>.

L.

Ermen tot hetmeetenvan een vrouvvenbeelt komt, zoo is eerft de vraeg , wat maetfchiklijkheit men tufTchen de lengte van een man en een wijt houden zal r Den laeukcurigen Albirt Durer fpreekt'er dus van : wanneer een man en wijf van eender foorten famen geordinecrt worden 3 zoo zal de linie des wijfs , daer uvt zy gemeten wort j een achtiende deel korter genomen worden > als des mans linie.

Anders zoude het wijf langer fchijncn, als den man, om dat haer lichaem molliger en poezel-

icr,alsdes mangis. Dit is te verftaen , alsnienzebyeen ftelt j anders yder alleen zijnde, zoo

aiaektmenze zoo groot, alsmen wil.

W/ verdeden dit wijfsbeelt in 7 en een halve groote fpan , of, als den voorigen man , in

15: palmen, duimen en greynen als voren. Zy zal 8 van hare hoofden lang zijn, of tien (^ tronien. pal.dui.gr. pal.dui.gr. paLdUtgr.

Van dm fopfcheiiel meet ik

mderivnerts de lengte Toe het VOO' hooft van daer tot de brawen voor: onder de neus voort onderde kin voort to: hetfchouder

vlees voort in den halskuil voert onder de fchouder-

leen op de darde maet

linie voort op ds Tepels tot de korte Ribben in den navel achter aen't ftaertbeen tot onder de fchaemte tot 't einde der billen tot boven de knie m;dden in de knie op't dikft van de kuiten

't Bcelt van ter xjliin is ' ! brcet.

1 ^Overdeoogbraea

2 oden hals

2 o over de fchouderleen 2 o over de repelen

I over de korte ribben

0 I 5 in het weeke 02 o over den navel

by't einde der heupen by 't einde der fchaemte

o' I o 't been onder de de billen

i'oo is dik

1 ooop de knie I poindeknie I pp midden in de kuiten I [o o onder in't dunft o lOden arm van ter zijden is

de voorfteoxelen d'achterfte oxelen

1 12 '4 d'eene tepel van d* ander

054 onder de borften

1 1|8 in het weeke

i'^jS over den navel

1 3,0 by't einde des buiks 1 22 en hier onder ftaen de] i'j'z' beenledenvanmalkan-

2 2p der 2 0|2 op de fchaemte

j 't been onde de billen 130 een maet lager op de dye 1 ojS leen maet lager op de knie I op in de knie 1 0 4jmidden in de kuiten o 2J onder de kuiten

i I :onderin'tdnnft

2,09.

308

21

?09

IJ

lop 100

1 1 9; dik in de fchouder

0 3 I in de muis

1 ooin den elleboog

op't dikft onder de kuiten I 00 voor den elleboog tot 't du.ift van'tbef'n lip o m't gewricht en voort onder de zolen jip o de hand is dik den voet is lang fO,9i*^

den arrti uit het fchoudcr- littot in den elleboog.

uit den elleboog tot in'c pe\vri;h: van de hand

uit t gewricht tot'teyn- de der vingeren

't Bedt van vooren en ach 2 Of tennis brcet

j i'Overd'oogbraen

0 3;den hals onder de kin lover de fchouderleen

1 8 de fchouderleen ftaenvan I malkander I

(*) Di tronji een timieietl van degehede Itngttjïemt mtt Vitruvih,

1 104 den voet is voor breet p 3 8 den arm in de muis p 2!6|achter den ellrboog p 2!7jVOor den elleboog 01 5" bet na de hand 018 in't gewricht 1 de hand is breet de hiel van achteren is breet

17

pi'6

1027

'023

©'29

o

o

030

li

0i9

Die

D

^rrynn»

Dgtgeriifl ier> eent- leen grof

:hvuldi!2C

1 poëet de

de groey

machtige eaby Te-

111

J3\

. inSpal- n, in lo geefTchen

Van

Het tweede Boek.

6i

Ditzal hier mede genoeg zijn tot eenproef, die nu zijnen geeft verder poogt geruR: te ftcllen , dien raede ik, dat hy zelf , op deze voorgemelde en zeer lichte manier, eeni- ge beelden na't leven afmeet. Want dan zal hy 't onderfchey t , dat'er tuffchen een grof en tengerlichaem is, gewaer worden.

Een maegdeken paü de Rankicheyt , om re beter bequaem te zijn de menichvuldige fieraden, daerze toe genegen zijn, aentedoen, zeyt eender, macr onzen poëet de heerüoefr, brengt 'er, 'mi\]nVel^^n , alseen yoorbeelt van Amlterdam, degroey in:

'Een Eedle tnaecht , die 't» haerjeugdes btoejen treet , 't Gez,icbt ontjomkl '• (n 't rijpen van 't vernuft cntkleet Het vlijtige gelaet , vanjlecbthejfd vlak_ tot f chroom en'. De ftéildeslichaems, bah en heup begint te vroement En }7iack^fel kjijgt hetgeen datz,' tn haer boez^em Jlu^t > Een braefhejt voeglijck^blinkt tenfcboonen aenfchijn uyt ; Danpaerlen, goudtenjleep. Zjf wort geviert van veelen, Verborge nijdt ontfaen haer mindere gefpeelen. Het welbchacgen der minnaers is, wegens de tengerige rankicheyt , oFvroomachtigc welgezetheyt eenesmaegdelijken licbaems, zeer ver fchillich , gelijck Cfcfr^rfby Te- rentiusze^t'.

Defchouderslaegy deborjlgegorty en tlijf?eprangt. Zoo dtmgeltjkjen btesy dat rekentmen voorfchoon : En een deurvoede Pros , die noemtm' een Amaz^oon i of een Soldaetentros. Maer wat de mijn belangt , Z* ti nae de nieuwe fnofy tepoez^el ofbefneeden, Z ' heeft een oprecirte kleur , en vafigevoede Ie eden.

NEGENDE HOOFTDEEL.

Befchryving van de Kindertjes in de 'Print letter E,

Erflelijk verdeefik dit bovenfte kint, van vier hoofden lang, inSpal- yder palm van vier duimen, en yder duim, als voorheen, in lo

men

greyntjes. Ik zal , wat de lengte aengaet, om niet teveel vergeefTchen arbeit te veroorzaken , maer kortelijk daer over loopcD.

H 3

Van

62

r.in den topfcbeUe!

neAerfüaens Tot het oor en

d'ooebraen tot den nalskuil tot de tepels tot den navel tot by defchacm-

te tot boven de knie rot middelfcheen

en kuiten tot de zooien den arm van het

fchouderlit tot

den elleboog

van d' elleboog

tot aen de hand

de hand

den voet is Ling

P O L Y M N I A.

palm duim grein

I

0

o

1

o

o

I

0

o

I

o

o

I

o

0

I

o

o

I

o

o

I

0

o

I

2

o

I

O

3

o

3

4

I

o

8

't Kjnt van ter \\j- dc, is breet ofte di\: Over d'ooebraen den hals is dik halver borft over den tepel over de korte rib- ben over den navel bovédefchaemte 't been onder de

billen de knie

't dikft der kuiten 't dunft onder by

de voet den arm van ter zijden is dik in deSchouder de muis in d'elleboog onder d'ellebooa by de hand de hand

pjlmduimgrsin

't Kjnt van vooren

enachtcrëji breet: y Over doogbraen 7 den hals 2 hal ver borft en 7 fchouder

achter d'oxelen ^ de tepels ftaen 7 van malkander ^ in'tweeke breet

over d'.n navel ^ bovédefchaemte 7 't been onder de o fchacmte

in de knie o de kuiten

by de voet

de voet van voren O den arm is breet 6 in de muis o in den elleboog 2 onder d'elleboog 4 aen de hand ^ de hand

de hiel van achte- ren

palm duim grcia

I

2

o

2

o

3

5

2

I

5

1

3

4

I

o

5

I

2

?

I

3

6

2

o

5

1

o

o

O

2

6

O

2

7

O

I

5

o

2

2

o

2

I

o

2

O

ö

2

3

o

I

5

o

2

1

o

I

5

Dit jonge Kim van vier hoofden lang, moogt gy dan voort tot <^.6. j en meer hoofden lengte doen opwalfen, gelijk wy'er hier twee van vijf hoofden ]an<T, een van vooren, en een van achteren j by geltelt hebben, 't Is genoeg, dat gyhiermet Palm, DuimenGrcynentemeetengeleerthebt. Die zijn voornaemfte oetfeninginditdeel tier kond ftelt , zal door deezen bril ver genoeg zien , en 't zal hem wel de moeite ivaert zijn , levende of doode kinderen zelfs eens in haere voornaemlte deelen af te mee- tenj en te zien, hoedanich zyin't opgroeien verranken. De kinderen van drie jaren hebben, nae't zeggen van P//«i«i, haer halve lengte, maer den vollen wasdom komt ongelijk.

VVy hebben bynadiergelijk een manier van meeten, als wy hier gebruikt hebben, in het tweede Coek van Albert Durers Proportie , behalven dat hyzijn palmmaet, of meetltaf, daerwydiein vieren verdcelen , in tienen neemt. Zijn Tal en deeltjes komen anders niet qualijk met de onze over een. Hy verdeelt oock het Deeltje noch in drien, en noemt het een Trimulurn , 't welk ik bekenne dat in 't naeukeurich mee- ten zeer nootzakelijk is. Deze manier van meeten overtreft ook zeer verre die van zijn eerftc Boek, daer hy zijn Scheider of deiier, beftaende in de geheele lengte des beelts , in half , drie- vier- vijf- zes quart , en zoo voorts ,, tot meeni-

gerley

Het tweede Boek. c^

gerley toe klieft ^ hoewel wy de geene , die Je^^en regel behaegt , niet wil- len afraeden die te volj^en. Die luft heeft kan ook de beelden van Durer in'c groot Itellen, en zijn veikecider , kiezer, en vervalfchers gebruiken: ook zijne buigint^en, in't vierde Boek nazien. Zeeker hy heefr betoont , ^a\

ner

dat hen) het onderzoek der maetfchiklijkheit ernlt was. En hy antwoc^rtde propmu, geene, die zeggen, ot mtn dan zoo veel moeiten zal doen, en zoo veel tijdt aenwenden , om alle beelden dus af te meeten , daer men'er dikwils in kleynen tijdt veele moet nuekenr' Wy gebieden dit nier, maerditleere ik, zeythy, dat men door vlijt en naerlticheyteenigegiwisheyt, die op vafte reeden {f eunt, behoort te zoeken : want van zulk eenen, die die ge- wisheyt nevens een verzekerde hand verkregen heeft , zal niemant der lichaemen afmeetingen afvorderen. Want deoogen, doordekonlt bereyt zijnde, vangen aen een Regel te zijn, en de hand volgt de konft met een verzekert betrouwen , en fluit de dwalingen uit. Hier op volgt dan vaer- digheyt. Engy, van kenniiTe doordrenkt zijnde, zult niet twijffelen wat gy doen zult , nochlichtelijk een punt , of getrokken linie verzetten. Zoo- danige konüwerken verdienen lof, die geenftns angftich, maer lieflijk en vryzijn, en worden by yder een voor goet gekeurt. Deeze kunnen van geenonervaereneinde regels der konft voortkomen, alfchoonzedevry- hey t van de hand bekomen hebben. ) a zulk een vryhcyt is een geboeithey t te achten, dewijlzetot dwalinge uitfpat. Wat onsrengaet, wy en willen de Schilderjeugtookingeente wijden zijJweg leyden. Wy beveelen hen al- leen eenige weynige beelden, *tzy nae't leven, of na de befte Statuëa der ouden, op onze maniere verdeelt, in Palmen, duimen en greynen, op't papier te brengen: 'ten waere de noodt iet naeukeuriners , dat zel- den voorvalt, vereyfchte. Zoo zullen haere oogen door deeze weynige opening een regel vinden, die haer, by gebrek van die van Po/zi^frwi, ge- noeg zal onderfteunen , en becjuaem maken om de natuer met verlichte oogen aen te zien. Want die te veel wil meeten, mocht zich zelf verge- ten, tnEufranoTi die zelfs van de proportiekunde gefchreven heeft, wiert nochtans befchuldicht , dat hy zijne lichamen te rank , en zijn vin- gers en kneukels te groot maekte , waer inne hem onze cudtstijdtfche Hoogduitfchen , z\s lfraélvanMents, hupfe Marten, enandere, mooclijk noch overtroffen hebben ; want hnere naekten fchijnen , als ofze uirgehon- gert waren. Dus dan alles wel rijpelijk overweegende, zoobli;[iknoch in mijn cerfte gevoelen , darmen den pafTcr , door gewoonte van op- merïcen , in het oog mi^et zien te krijgen : en datmen in fchoone pro- portien te maken, veel hooger zal geraeken door doen, dandoorzeggen en dat men het gezicht veel beeter tot een goed oordeel zal brengen , door de misflagen af te zien , dan altijt af te meeten. Want de maeten der deelen

te

Acadcmy- teykcncn.

64 P O L Y M N I A.

te kunnen noemen > is noodiger om onkundigen te overtuigen > dan om zich zelven te helpen.

Welaennu, mijn Schilderjeugt, tree nu vry hooger in de fchool , om outstijdfche pronkbeelden , enleevendenaektennate teykcnen. Streef nu elkander voorby, om den roozekrans, en hoop in't toekomende op den gewenfchten laurier.

Wanneer de herfft korte dagen en lange avonden maekt , en het u beuren mach naekten na't leeven te tey kenen, fla dan wel gade, wat zwier de geheele figuer heeft, fchets'er uit , wijlze onvermocit is, en vergelijk dedeelen wel tegen elkander. Neem op 't verkorten acht, leg de fchaduwenop'er rechte placts , en handel alles na den aert van het zachte vleifch. Hier mee- nen veele wonder in de kunft te vorderen, maergy zult'er tijdten arbeyt verquiflen , ten zy gy u verbindt de natiier in haer eygenichappen vlijtich na te volgen. Wantfchoon L'y jaerenlang teykende , indien uw opletting innaeukeuricheit niet aengroeyt ; en datgy zonder oordeel alleen maer de fleur volgt, gy zult wel veel tcykeningen toonen kunnen, maergeentey- kenaers geworden zijn.

TIENDE HOOFTDEEL.

Van de gebreeken en de leelijkheyt.

Dcgebrce- kon te Ken-

nen,

N is dan niet genoeg , ó Schilderjeugd ! veel mans-en vroubeelden na't leeven te teykenen, penszakken te berd brengen, en dentijd te vcrquillen. Is'tdatgy u bequaem kent een beeld na't leven te teykenen, want anders is't be- ter dat gy u noch ontrent plailteren of fteenen oeffent , 200 zocK een leven, dat nateykenens wacrdichis, op datgy in geen quade ge- woonte komt. Zietoe, of de Knien door den Koufeband niet bedorven zijn, ofde Dgie-muskulen , alsby d'oudenis waergenomen, haereygene gedaente hebben , of de Scheenen en Kuiten niet met kneepen , door 't binden , vervaKt zijn. 't Vrouwvolk is dit veel onderhavich zie toe of buik en lendenen door 't parfTen der kleederen niet miswaflln zijn, en of de borften op haer rechte plaets ftacn. En zoo zalmen , in't vermijden der gebreeken, de fchoonheit vinden. De gebreeken zijn ge- meen, maerdefchoonheit israer , en laet zich van niemant kennen, als vandiezenavorfcht. De Heer de /4 5^rrf, door H. D«//4frr verduilt , ge- valt my wel, daerhy in zijn Onderhout der goede geelten aldus redevoert:

Laet

Het tweede Boek, ^^

Laet ons alleen van de wercken der natuer (preecken , zy heeft noyt maect, buiten de geene, die Godt als eerfte wieg, wacr in hy rullen vviidc, be- cecn vrouw-" genadigde, voortt^ebracht , daer niets op te zeggen viel. Daer uyt fproot b-dt dier dit, datdiegrootefchilder, die van voornemen was om defchoone Heieene ""^^°?^^ na zijn verbeelding uit te beelden, de fchoonfte dochteren uit de iUd ver- ^'"Sg^" ^*'^* koor: opdatzijnpenfeel, uit zoo groot een getal van f choone aengezich- ten, van elks ietontleenende, maer een eenige volmaektheyd zoude te famen brengen. Het welk ons d' onmacht van de natuer openbaert, ineen fchoonheyd zonder gebreck te vormen» Ik heb noch noit vrouwe zoo fchoon gezien , datzeaen al de werelt zouw behaegt hebben. Daer is altoos noch een kleynefmette, die het heldere glas van harefpiegels bewalmt, d' Een zal een rechtmaetigegeflalte hebben, en blank zijn, en echter van m .nd ten ooren toe gefpleeten. d* Aader zal een breet verheven voorhooft, een kleyne mond , en vriendelijke oogen hebben, maerdaerby een platte kootneus , gekloott als een waterhvjnd. Geene zal , recht uit gezeg t , aer- ^^orfjecl- dich van ommegang zijn : maer met geleende lokken , en gekochte tanden, "" Deze heeft alle trekken des aengezichts behaeglijk, maer is gebult op den krommen rug, en heeft een boezem als een volle naeszak. 'tValtmy ver- drietich U Serre, hoe acrdich hy oock is, geheel uitte volgen. Ook zoo en was ons voorneemen niet de lelijkheit te befchrij ven , maer op dat de ge- dachten der fchoonheden, boven geroert , te beter affteeken, zoo willen wy'er iets van reppen. Het gemeen zeggen is, dat de Schilders de gebre- DatdeSchil- ken, die zy zelfs in haren perfoon hebben , ookveeltijtsin haerwerk ver- "^^"^^ ^^^'"i^s toonen, 'tZydatzebijffermager, vet. Jam, of gebult zijn, of wel fcheel '^'^^ 72^". zien. De reden zouw zijn, dat onze innerhjke zinnen met onze uiterlijke hacr^werk '" gedaenten lichtelijk overeendragen. Maer wat zalmen dan zeggen? Dat laetenblij. alle fchoone menfchen in de fchoonheyd , alle lelijke daer en tegen , in de ^^°' lelijkheyd behagen fcheppen? Zeker neen. V\ant men bevind menichmael het tegendeel, Keyzer Augujluswas delangfle niet, nochtans had hy een afkeer van dwergen, eneenfchrik van verminkten. Wanthy hieltze, se- lijk 5«fro«i«i getuigt, als fpotfpeeltuigen der natuer, en vanquade bedui- dinge, verlulligende zich liever met te zienfpeelen, zoet klappende en welgefchapekindertjesvanSirien, en aerdige moortjes van Marokko. He- liogabalus daer en tegen , de fchoonffe jongeling zijnde , die van de zon ge- zien kon worden , en die d* oogen betoverde van al die hem aenzngen, liet noch wel in de badftoven tefamen roepen al de geene, die met kakhielen gequelt waren. Hy beval ook tot hem over maeltijdt te brengen, acht kaelkoppen, acht fcheelaerts , acht doove, acht die aen de jicht zaten , acht zwartachtige, -ichr dieuitffekend lang waren , acht onvermogende vette , en acht, die wel dappere groote neuzen hadden , na 't Grieks fpreek-

I woort

66 P O L Y M N I A.

woort van elx acht ; Apant otlo, Hy behfte ook aen zommige dienaei's hem op te zoeken, voor een geftclde prijs, dui/.ent pont fpinnekoppen, en nienzeit, datmenhem'erticnduizent pont leverde, waerin hy zich ver- hovaerdichde , dat hyover zoo een Aadt, daerzoo veel fpinnekoppen in waren, heerfchte. Maer omby delelijkheyd tebhjven, zoo geetik den lezer deze volgende Ikeirjes. Homerus in /:ijn tweede boek derlliadcn be- fchrijft een van de Griekfche raden aldus : Eerfteftadt- iherftji de klapper ■, endenwijT^eniAetsverachter,

jr. Zuchfcbeet, en wasgebult van voorenen van achter:

Hy had een fp^Jfen kop » en naulijx bah daer op. Jeroon Benz.o[n zijn befchrijving van Well- Indien vertelt dat hy, tot Tw ede Kumana zijnde, een voorn lemlle heeren vrouwe tan dat land zach, die ^•^^■J- aen den Spjcnfchen Gouverneur een gefchenk van fruiten bracht , welkers

gelijken hy in veertien j-aren , die hy in de nieuwe wereld verfleet , noit ont» niuet heefc. Toen zy, zeyt hy , haer gefchenk al Itilzwygende gedaen hadde, zette zy zich op een bank neder, zoo tiir wy ons over haerfchoone leelijkheyd met gemak konden verwonderen. Zy was ganich naekt , uitge- nomen de rchaiiiellieit , want de gehuwde vrouwen dekken die met een kleet genaemt Pampanila , maer de dochters alleen met een band j zy was overal met zware befchildert , en met hangend hair tot den gordel , haere oorea waren zoo lan^ gerekt , datze tot op de fchouderen hingen , door 't gewicht der oorringen, daerze vol van ftaken , gemaekt van een zeer licht hout Kakomagenoemt, De nagelen hadzeuitermaten lang, de tanden zwart, een groote mond , en deneuslellen deurlteeken met een ring, dieze Kari- Dcrdeflael. koriheeten; zoo dat het beter een gedrocht , dan een menfchlijk fchepfel fcheen. Is u dit te barbarifch , zoo bezie dit aerdige Inlantfche , dat de E ; Raetsheer Heemskerk^, in zijn Bataeffche Arkalie , zijn Haipders en. Har- derinnen doet zien , alsfe rufl'chen den h ^offchen Haeg en het wijslievende Leiden hare paerden een weynich ververfchten. En terftont cjuam daervoor dendachfzeythy) een onhebbelijk wijf j haerhair, inpJaecsvan poeijer, was doorzneit met ontelbare menichte vanfchilferer». Haer oogen , die, alsofzehaer volle fl iep niet gehad hadde, meteen loffèloomicheyd heen en weer draeiden, flonkerden van roodicheir: En die roodicheit, bezet met een rand van reflremr was, maekte dar alle oogen, niet anders, dan van het hooft van Meduz^a , haer d.ier van afkeerden. Hacr ganfche bakhuis wasbeicyrmeteen puirtige purperverw : en haer onbefchofce neus fcheen haeruitfieckende km te dreigen van daer in re willen pikken. Waer boven delanggehairde winkbrauwen, dooronachtfaemheitineengewafTen, een dijk fcheenen te (trekken, te<^ens de golven van 't dicht berimpelde voor- fio )ft. Tuffchen de kloven van hire grove omgefligen lippen , lagen noch hier en daer de druppelen van't drabbich dikke bier> daerze, op'teerrte

ont-

Het tweede Boek. dj

ontwaken, haernatgierig keelgat gulzichlijk inede gewent Wa» te heven: endathaerganfchelijf, en vooral haren vadzigen boezem, dooreen on- vermogen vetticheit , zoo hadde doen zwellen , dat het eene een dikgebuik- te bierton , en het ander een overladen koe-iiyer geleek. Deze aerdif^e Hof- meefterinne, met eenToebakpijp aende mondt, eneen kanindehand, trad al flingervoetende na den wagen , en begon met een fchorre ftem , en eenpinkendoog het zoete gefelfchap, op den wagen zittende , te nooden tot een pijpje fmooks , en een zoopje zoenwater , woorden die de eerbaer- heit der Harderinnen, en de befcheydentheitder Harderen zoo tergden, dat zy de voerman bevalen daedlijk een eynd van zijn drinken te maken , en zonder uititelvan dat hol deronnutticheden afte fcheyden. Zie daer een aerdigeleelijkheit, daerBrowir^r werks genoeg mede gehad zouw hebben, omhareongavebegacfthedent' overtreffen. Maerhoemooyzeookis, my walgt 'er van, en echter bevind ik datdegrootfte geeften fomtijts vermaek genoomen hebben in dergelijke leelijkheden. Gelijk de Ridder ?hili^ Sïdney in'tbefchrijven van Mopft: en Servantes 5<«rfdr4in'taffchilderenvan een VicrJc ftad. zekere Parleryna, die hy bynae met de volgende fieraden .if beelt :

Ons Par Ier pt je lijkt een parelt jen op z^, DonQukhoP

Want xJ heeft het flinker oeg ver boren deur de pokken, \ f n\

Haerpokkjputjes doch z.ijn valletjes i daer b^ ooj j uu.

Graffleeden om 'tgebroet der minnaers in te lokksn»

Haer aengename neusjïaet puer uit pumichejt Gekrult , om 't montje niet befnot ofvutl te maeken.

Haer montjen , alsz.egaept , z.icb tot aen d'oorenfpreyt Volmaekt , tloo haer de helft der tanden niet ontbraeken.

Haer lippen z.ijn vrj groot , viel daer een hutfpot ofy Al woegz^e vry wat z.watr , het konden lippen blijven :

De kleur is blaeuiv en groen , l^kj^spes in het hof. Maer kon ikjt haerjial en lengte recht befchrijven,

Gjf z.oud verwondert fiacn : doch da's inijn macJu te hoog : Z'tswatgekromt, gebult, de knien de mont genaeken ,

Maer waer bet mooghjk^dat men haer recht ujt verboog , Zoo Z.OUW haer hooft miffchïen wel aen de z.older racken.

En dez.e fehocne paeri had lang haer rechter poot Aen mijnen Bak/tlaur gegeven om tepaerên ,

Maer laes z,' is lam en dor , haer nagelen ter noot , Die breet z.ijn , tuigen noch hoe aerdich datz.e waren. Maer my dunkt zeker, dat ik mijn werk met het afbeelden van deezc goelijcke Itaeltjes meer ontfierejdan opfchik. 't Is beft dat ik mijn eyj»e zin- lijkheit volgende voortllae , en waerdiger Schilderyen ten toon (lel. hn hier in zal ons niemant beter,dan de groote C/io, de hand bieden,

I 2 CLIO

68 C L I O.

C L I O

De Hiftory fchrijffter.

Het derde Boek. Inhoudt.

XJEtrotfe QXioport iet heer lij x aen tejtaen.

Zy leert een rijke jloff^ waer in de geeft kanfpeelen ,

Wat was of oit gebeurde , op *t zinrijkft te verbeelen } En in wat de el en dat een konftftuk moet beft aen.

Hoe dat > wanneer m een daedt op *t naeuwft heeft overwogen^ (JMen yder landaert elk Terfoon na zijn beflach Heeft uit te drukken : en , zoo veel de kunft vermagh )

E lx lijding , yders doen moet toonen als voor oogen. Zyftelt de beelden als op een Toneel ten toon., Enfteekt uit Glory zucht d* i^eloutheit nae de Kroon.

Op de Print.

TT/^r is d* Hiftoryhmde op 'swerelts top geklommen , **- -^ Zy voert het Heldenboek , en Famaes veldbazuin y

IVaer door verflaen wordt , Hoe 't Gevalfomtijts in puin Begroef^ en doofde die voorheen als fakkels glommen,

Gins ment ^rins Faëton den wagen van de Zon : T)aer is Jupijn te raedby d' oppermogent heden : Hier ivort te lande , gins te water fel geftreden :

't Wort alles ^ 'tzy mcnftreed , of leed., of overwon ^ 'Door ziele lijdingen en doeningen bedreven. CHet recht wort de es Heldm God <LMavors toegefchreven.

IN'

Het derde Boek. 6^

INLEIDING.

'Y zult ons nu, 6 Moedtr van Jalemtu en Uj/men, vinders van reurgezangen en bruilofts liederen , den vvech tot eer en prijs )aenen, engereetflaen, omdegeene, die een hoogen trap kr konft beklimmen , met uwen Lauwerhoedt te befchenken. Leer ons nu, welk de heerlijkflc dingen in dekonlt zijn, en welke men, om van umet roem en glory uitgetrompet te worden, zal aerflaen. Sla ons het heldenboek van uwen (i) fchrijvcr , en de Godlijke^y ^*"'''^' vaerzenvanuwen(2,) Poëet open, en wijs ons aen, wat de voornacmfte /j^> ^j'^^^j. deelenineenHiftoriezijn. Engy, die dezielevandedwaelftar M<ïMzijt, ;.«ƒ, lees ons de lichaemlijke beweegingen , en de teekenen van de lydingen der ziele voor; en deel ons, om yder ding zijn behoorlijke grootsheit, door byvoegfelen en zinnebeelden , te geeven , de drift van uwen geeft meede!

EERSTE HOOFTDEEL.

Fan de Algemeenheydin de Schilder konfl.

Vterpe heeft ons hequaeme^ee[\en tot de Schilderkonfl uitge- zocht, en haer aireede ter teykenfchoole ingevoert. En Voljmma heeft aen haer de menfchkunde geleert. Maer wy zullen de wakkere geeften aenraoedigen om algemeen te worden; dat is, zoo veel gedaentens der dingen nae te beel- den, aJs 'er zouden mogen voorkomen: dewijlze alle te zamen, en elk in'tbyzonder, door een zelve beleyt naegevolgt, enin het verfianteens Konftenaers begrepen worden, 't Is fchadelijk tedcnken, zeyt eender, datmen alles niet zoude kunnen bevatten ; Want wat is'er dat ons verftant verzadigen kan f zegt Philips Morna^ , brengt 'er zooveel we- tenfchap in , en vervult het met zoo veel kcnnifTender dingen, als gy ^" ^' ^'J'^^ kunt, het zal in begeerlijkheyt verwakkeren , en hoe 't meer houdt, '^'^ TTL, hoe 't meer zoekt, krijgende daer door noch hooftzeer noch cjuaedemaege. ' Onze kleerkaflen , zegt KaJ^todorHS^ kunnen eens vervult zijnde , niet meer bergen: dit trefoor wort noit overladen. Macr als het alrecdczeer veele heeft ingenomen, zoo gaept het gefladich nac meer, temeer, gelijk Ctcer»' zegt, dewijl dat alle vryekonflen eenen gemecncn band hebben, en als door maegfchap aen malkanderen verbonden zijn. En men moet niet twij-

I ^. fekn-

70 C L I O.

Alle vrye felen,zegt G. röj?i«i,ofdeeene\vet:enfcli3p is tot onderlinge hulp voor d'an-

konftcnhcb- ^gj.^ j^g zyzijn mank, ten zy ze met malkander een Rey vankunften uit-

derlin^c °°' lï^aken. Hoe en zoude dan niet aen maWcandcren hangen deze onze algemee-

niaeguhap, ne wetenfchap, van de naebootzing aller zienHjke dingen ? Dewijlze alle

op eenderley wijzein'tverdandt begrepen worden, end'eene zoowel als

hoc veel te d' andere in vormen verwcbefbet« Hier en geit de fpreuke der Italianen

meer een cc- j^jg^ ^ ^j^t die te veelbeftact weynich bevat-, want de Schilderkonlt blijft

''•^kn"^'^" enkel en ecnweezich, fchoonze de ganfchenatuerbefpiegelt. Laet u, 6

Schilderjeugt, daeromgeenarbeitverveelen : want die een ding machtich

is wel te doen, zal't niet zwaer vallen , eenander, daer dezelve deelen,

alswelteykenenenkoloreeren, in zijn i waer te nemen, ookteneyndete

brengen. Macr dit geit u alleen, die van Edelen geelt zijt, en zoodanige

en moe I- ^j^^j^j E Ut er pe uitkoos, die met lull en vermaek na leerin" hacken, enden

iinivcrfccl te vergetelvliet poogen tontzwemmen. Wat dunkt u<' Poljdamtude kamii^

•wocdea. vechter verfloeg in 7ijn jeugt een verwoede leeuw zonder wapenen ; zoud

gy hem tegen geen Beer durven wagen.*' Hy kon eenfiier in het midden

der kudde by een been zoovaft aengrijpen, dat de zelve hem nieten kon

ontwortelen, zonder zijn klaeuw in de vuilt te laten, zoud gy hem Serto-

rm paerdeflaert niet toevertrouwen uit te pluizen .^ Hy hield een loopenden

tt'agen met eene ha nd vaft , zoo dat de paerden , hoe ofmenz' ook aendreef,

gedwongen waren te blijven ftaen : dunkt uniet, dat hy een rocyfchuit

machtich was op te houden ? Diehondert pont droeg, kan ook tachtich

pont tillen, en ook negentich^ want 't vermogen van iets op te heften,

llrekt zich tot onderfcheyde dingen uit. Zijtgy bequaemde maet en ge-

daente van een beek te leeren , waerom niet van gcbcuw en lantfchap/ Ten

zal u niet zwaerder vallen veel beelden wel te leeren ordineeren , als 't u ge-

vallenis, debewegingen, die ineen beeltbehooren , m.ietfchikkelt|k te

vertoonen. De omitandicheden zullen fpel fchijnenaen hem, dic2e,ern-

ftich by de hand neemt, indien hy in hooftzaekenbedreevenis. Dekunft

van koloreeren, 't verllant van fchaduwen , en'tbeleit van de houdinge,

worden ook in de minfte verkiezingen vereyfcht. Het mach zijn dat de geen,

die dekonft alleen als een Schoenmakers. ambacht oeffenen , niets buiten

hun leeft verftaen : maer de geen die verftaen watze maken, zullen ook

gewaer worden , dat alle andere dingen ook door dat zelve verftant verftaen

worden.

'lie't groot flc Hierop zegt T«/i/tt^. gelijk in d' andere konften, als dcmoejelijkfte din-

bn navol- gen verhandelt zijn , 't overige niet veel arbeyts vereyfcht, als w€zendc

Kt"muift°°'^ veel lichter om te begrijpen, ofte ookfomwijlen den vorigen gelijkvor-

lietvcrlc- mich* zoo L;ebeurr het inede in de SchilJerkonft , dat die geene , <iie een

jcnftacn. mcnfche wel kanuitdrukken , met eenen verftaen zal , hoe meneenige an-

de-

Men be-

Het derde Boek. 71

dere gedaente, fchoonmenze noit heeft vooroogengehadti ook zal kun- nen ahiiaelen. Zoo en behoeftmen ook niet te vreezen, dat hy, die een leeuw oHtierbequaintlijk kanuitichilderen, *t zelve ook geen andere vier- voetige dieren zoude kunnen doen; te weten, alsinenzc hem voorltelde. Wantdaeren isrniemant, gelijk J^i/jri/wwwbeveliicht , die in groote zaken dapperlijk uitmunt , of dedingen van minder wacrde zullen hem toevallen. Zegt hier op, Phidias heett nochtans Jupitersbceh beter, dan den anderen toeltel uitgewerkt, daer eenander hem mooglijk ver in zoude overtroffen hebben, 't s zoo : maer Pbidioó heeft dezen omilandt voor die tijdt veracht , en heeft zijn gtelf daerinne niet willen verraoeyen'; fchoon hy 't wel konde, alshy gewilthadde. Elders zegt den zelven Quintiltanui y dat een Schilder i die de rechte maniere van Imueeren , of re naevolgen , maer eens ^evai hec ft, al wat hem voorkomt, lichtelijk zal afbeelden: jae wat hem in de natucre zou kunnen voorkomen. En waeromniet ? Daer alle dingen, gelijk 5«r^ Ifihaerbefciirijft, hiere verwen, verdiepingen, verhoogingen, verdon- keringen, en verlichtingen hebben, en of hart of zacht , ruw of gladt, enoudtof nieuwlchijnen : die de Schilders dan daer in naevolgende, niet en milfen te treffen.

Kcyzer Ai.i4.'<rf/?jtó, die ookdeSchilderkonfloeffende, zeydezeerwe! , ^^ dit allerley oeffening , hoe i^oet zy ook is , ons eyndelijk vermoeit en afkeer vcrfccl ofal- veroorzaekt, datzedaerom ongelukkichzijn , die zich maer op eenderley gemeen verttaen, Ln dat daeromme de ouden een eeuwigen roem waerdich zijn, "^"^^^^ die, de traegheit verdreven hebbende, zichind' algemeene wetenfchap- ^''"^ pen hebben 'neeffer gemaekt. Ons natucrlijk lichaem vernoegtzich met w-'ynich , maer het aendachrich vernuft paft li aeg nae meeren meer te hon- geren. De braevegeeften, in'tWer». lts gulden ouderdom, benaerflich- denzich niet alleen om iets temaekenof te weetcn tot onderhouding des levens, en verkrijging van roem, maer zweetten in alles te leeren datmen leerenmochte, en betrachtten om meer te kunnen, als'erte voren bekent wasgeweeft.

Toen in de vijf en-tfeventicliffe Olympiade veel vol x op den top van den y Lj. u berg Olympus vergadert was , om de fpeelen te vieren , zoo verfcheen'er van een Phi- ook een Thcbaens Philofooph , die met zijn eygen handen gemaekt hadde, lofooph. al hetgeene hyom enaen hadde: als zijn hemde geweven, zijn paltrok genaeit, zijn fchocnen gemaekt, zijn boeken gcfchrevenen gebonden, en zoo vooif met al zijn toeltel : als nu 't volk zich van die vremdicheit ver- wonderde, enhem vraegde, waei hy zoo veel dingen geleert hadde f* Zoo antwoordt hy daer op aldus : De Ic uiheit van u lieden is oorzaek dat de kun- ften en amb.ichten onder u zoo verdeelt zijn , want het geene ey inet u allera verflaet, behoorde een alleenaltemael te kunnen, ik zal nu niet zeggen of

het

72 C L I O.

Wat iciioc- het volk door die redenen hadtbehoorenbefchaemt te worden , dan of den mecnhcyf Philorooph volydcleopgeblazentheydin zijn kleederen (tak: maerik derf vcrhinJert j^g^ onze Schilderjeugt wel tot een voorbeclt ftellen, op datze trachten ''°'^''*'^'^"^ mogen om meelter in alle deelen van onze kunftte worden. Deluiheit van veelen is oorzaek, dat deeze dit, engeene datleeren fchilderen-, want het geenezy met hun allen kunnen, kon bequaemelijkvan eenalleen be- grepen worden. Klaeg niet over de tijdt, datlekort, of over u vermogen, dat het zwak is ; maer wijt het d' onachtfaemheit : die met wilmoediger harten zijn krachten totoeffening inl'pant, en zijn verftandt te werkitelt, zal het geen hem te vooren buitenreiks icheen , lichtelijk toevallen : hy zal, het geen ver afwas, met'er tijdt naederen: het zwaere zal hem luchter en het donkere lichter worden. Tree maer moedichtoe, de Konitgodin w.1 aengevochten, jae fomtijts verkracht zijn: daer wil ten minlten een (a) Erichthmus , of meer dan halve volmaektheit geteelt worden , die door jupiters gunftin de Karos gezet zijnde, wei voor een volkomen man zal deurgaen.

Envoorwaer, dezen graedt der Algemeenheitindekonft te bereyken,

V o beelden ^^ '^°° ^^^^ *^^ waerdiger datm'er naeftae, om datzede krooneder gloryen

v.inrt!tfe- aen haerevcrwinners geeft , grooten loon nae zich fleept , envolvanver-

nieeneMcc- maek is. Men behoort ook niet licht te wanhoopen, daermen zoo veelc

fle"' voori^angeren haere hoogte heeft zien beklimmen, Raphaél , zegtmen , was

in alle dingen univerfeel of gemeenzaem gracelijk , hy wift overal wech

meede: 't welk in